De zinderende zuidkust van Sri Lanka

Redactie Lonely Planet

Felgekleurde bussen ratelen langs de vismarkt van Galle en over de A2 naar de kuststad Tangalle. Gedurende de tussenliggende 80 kilometer is het helderblauw van de Indische Oceaan vrijwel nooit uit zicht. Op de weg is van alles te zien: broodverkopers in tuktuks kondigen zichzelf aan met de snerpende deuntjes van hun luidsprekers; groepjes vrouwen lopen rond met parasols; surfers in wetsuits zijn op weg naar de zee; zo hier en daar sjokt er een koe of een varaan rond.

We komen langs baaien met helderwit zand, geflankeerd door palmen die buigen in de wind. In hutjes met daken van bananenbladeren wordt roti, ananassap en kokosmelk verkocht. Met hun slippers in de hand lopen zonliefhebbers loom langs over het strand. Hun voetstappen worden al snel uitgewist door de branding. In het water staan kleine wouden van stokken, die een paar meter uit de branding steken. Ze zijn van de steltvissers, mannen die vroeger een vertrouwd gezicht waren langs de zuidkust. Veranderingen in vistechnieken en ecosystemen, vooral na de tsunami van 2004, hebben ervoor gezorgd dat velen van hen nu slechts in hun stokken klimmen voor de toeristen. Voor een paar duizend roepie klimmen ze de palen in om te poseren voor een foto. De hoop op leven van de visvangst hebben ze opgegeven.

Jagath Kumara (links) en collega-steltvissers aan het werk bij Koggola | Foto: Matt Munro / Lonely Planet

Maar er zijn uitzonderingen. De dertigjarige Jagath Kumara woont met zijn vrouw, twee kinderen en zijn moeder aan het stand bij Koggala. Elke dag steekt hij met zonsopgang en zonsondergang de weg over en stapt hij de branding in met een juten zak over zijn schouder. Hij hijst zichzelf zijn stelt op en gooit zijn vislijn in de golven. Dan wacht hij totdat er genoeg vis in de zak zit om te verkopen en zijn familie te voeden met de restjes. Druipend van het water staat hij bij zijn kraampje langs de kant van de weg. 'Mijn vader en grootvader waren vissers en mijn paal staat op dezelfde plek als die van hen vroeger. Later zal mijn zoon 'm overnemen.' Het is een zwaar leven en overdag rijdt Jagath in een tuktuk om extra geld te verdienen, maar de zee roept hem altijd weer terug. 'Met zonsopgang, als ik alleen ben met de oceaan, is het zo kalm en beeldschoon.'

Verderop aan de kust, in het dorp Mirissa, is de zonsopkomst een minder rustige tijd van de dag. In de haven keren vissersboten terug na een nacht werk, terwijl toeristen er in rondvaartbootjes klauteren. Ze stuiteren vervolgens een uur of twee over de golven en turen ingespannen naar de horizon om een glimp op te vangen van dolfijnen. Het ultieme doel is het spotten van de vin van een blauwe vinvis die de lucht in wordt gestoken en een donker lichaam dat zich boven het water uit kromt om vervolgens weer in de diepten te verdwijnen.

Een net vol versgevangen kreeft | Foto: Matt Munro / Lonely Planet

Tegen lunchtijd zijn alle boten weer terug in de haven. Hun passagiers zoeken de cafés langs de kust op om elkaar de avonturen van die ochtend te vertellen. Als de avond valt begeven ze zich naar het strand, waar ze wachten op de spectaculaire zonsondergang boven de Indische Oceaan. En zich al verheugen op de heerlijke barbecuekreeft van vanavond.

Op zoek naar meer strandpret? Ontdek Fiji!

Openingsbeeld: Matt Munro / Lonely Planet