Wandelen langs de Routeburn Track in de Alpen van Nieuw-Zeeland

Redactie Lonely Planet
Wandelen langs de Routeburn Track in de Alpen van Nieuw-Zeeland

Volg de Routeburn Route lands de eeuwenoude paden van de Maori's en wandel door de Zuidelijke Alpen van Nieuw-Zeeland, waar ooit gigantische loopvogels rondzwierven en de rivieren schitterden met heilige jade.

Achter de wolken komt de late ochtendzon om de hoek kijken en schijnt over de enorme, uitgestrekte begroeiing van heuvels die zich over honderden kilometers uitstrekken, en over schaduwrijke dalen die omringd worden door de oprijzende toppen van steile, grijze rotsen.

Dit is de staart van de majestueuze Zuidelijke Alpen van Nieuw-Zeeland, een enorme bergrug van zandsteen en graniet van wel 450 kilometer langs de westkust van het Zuidereiland. Het is er opvallend afgelegen; er zijn geen wegen die de bergen verbinden met de rest van de wereld. Om de bergtoppen, meren en rivierdalen te bezichtigen moet ik mij begeven op een smal, kronkelig wandelpad dat bekend staat als de Routeburn Track. Het is een tocht van 32 kilometer, een reis van drie dagen door de meest spectaculaire landschappen van Nieuw-Zeeland. De route loopt van het Fiordland National Park, waar ik nu ben, naar Mount Aspiring in het westen.

De Routeburn Track loopt door twee natuurparken: Fiordland en Mount Aspiring | Foto: Philip Lee Harven / Lonely Planet

Mijn reis begint in The Divide, een hellende, groene vallei. Ik vertrek met knarsende laarzen over een grind- en modderpad. Het pad leidt me door een dicht bos van beukenbomen omhuld met neerhangend mos. Mijn knieën worden gestreeld door de uitgestrekte vingers van de overal aanwezige varens. Het is stil in het bos. Ik hoor niets behalve mijn eigen voetstappen. Mijn blauwe, waterdichte jack steekt opvallend af tegen de zee van groen.

Het pad volgt de noordelijke rand van de Livingstone Mountains en loopt naar boven, steeds hoger en hoger, slingerend, zich aanpassend aan de krommingen van het terrein. Het komt uit bij de bergtop Key Summit. De wind, die op de beboste hellingen nog tegengehouden werd, heeft hier vrij spel en striemt over de weidse, grasrijke bergtop. Hij grijpt plukken van mijn haar en slaat tegen mijn trommelvliezen.

Langs deze paden liepen de oude bewoners van dit land honderden jaren geleden. Ze beklommen de oude bergpassen en zwierven door de omliggende valleien. Dappere Maori-jagers vormden paden door het dichte gebladerte op zoek naar grote pounamu-stenen – ook wel bekend als groensteen of Nieuw-Zeelandse jade – die als vergeten juwelen op de bodem van meren en rivieren lagen te schitteren.

Het wandelpad van de Routeburn Track hoog boven Lake Mackenzie | Foto: Philip Lee Harvey / Lonely Planet

Grote richels van besneeuwde bergen vullen de horizon. Ze omlijsten drie enorme rivierdalen die zich in tegengestelde richting uitstrekken. Het Hollyford-dal loopt naar het noorden, het Eglinton-dal naar het zuidwesten en de treffend genoemde, met groen bedekte Greenstone-vallei naar het zuidoosten. Ze zijn alle drie gevormd door de verschuiving van tektonische platen en de meedogenloze, verpletterende gletsjers.

Het mosgroene pounamu dat hier gevonden werd was erg waardevol in de ogen van de Maori-stammen in het hele land. Ze maakten er sieraden van of gebruikten het als geld. Omdat het harder is dan staal, kwam het ook goed van pas bij het maken van de meest dodelijke wapens, zoals vlijmscherpe bijlen en brede, platte knuppels die ze meres noemden. Die hingen ze met gevlochten touw om hun middel en gebruikten ze om de schedels van vijanden mee in te slaan. Pounamu was ongetwijfeld meer waard dan goud. Dat lag overal in de heuvels voor het oprapen, maar werd door de Maori’s beschouwd als te zacht om van nut te kunnen zijn in een oorlog.

In Nieuw-Zeeland komen meer dan 550 verschillende soorten mos voor | Foto: Philip Lee Harvey / Lonely Planet

Ik vervolg mijn weg langs de westkant van de Ailsa Mountains. Het pad wordt met elke stap steiler. De Maori’s liepen hier op sandalen van gevlochten bladeren over 80 kilometer aan gevaarlijk terrein tussen dit gebergte en hun nederzettingen in Otago. Het is ontzagwekkend om te bedenken dat ze dat deden met 80 kilo pounamu op hun rug. De paden zijn niet makkelijk begaanbaar; er zijn duizelingwekkende afgronden en het klimmen is zwaar. Al met al is het geen wonder dat de gemiddelde levensverwachting van de Maori’s vroeger minder dan 30 jaar was.

Verderop wandelt Henare Dewes, een Maori vliegvis-gids uit Queenstown, vederlicht over het pad. Hij draagt een afgedragen baseballpet, waar zijn gezicht achter schuilgaat. Hij brengt veel van zijn tijd door bij de rivieren en meren van het gebied. Hij staat dan tot zijn dijen ondergedompeld in het kristalblauwe water, op jacht naar wilde forel. Vandaag kijkt hij echter van honderden meters hoogte neer over de dalen.

Zijn eigen Maoristam – de Ngati Porou – komt van de oostkant van het  Noordereiland, maar Henare woont al 21 jaar in de zuidelijke hooglanden. Hij heeft alle oude verhalen van de streek geleerd, die al generaties lang zijn doorgegeven. ‘Veel van de geschiedenis is vergeten,’ zegt hij, ‘omdat de Maori’s hun verhalen niet opgeschreven hebben – ze vertelden ze aan elkaar en aan hun kinderen. Om te blijven bestaan, moet de geschiedenis altijd verteld en onthouden worden.’

Er zijn veel rivieren en watervallen langs de route, maar toch regent het hier minder dan nabijgelegen paden | Foto: Philip Lee Harvey / Lonely Planet

Henare gebaart naar de bossen en de langs-kabbelende stroompjes. Hij vertelt over de oude verhalen die ‘je een beetje laten dromen over de creatie van het land.’ Volgens de Maori’s waren deze hoge bergen van de Zuidelijke Alpen de stenen resten van de bemanning van een kano van een oude god. Ze raakten bevroren door de koude zuidenwind. Over de pounamu wordt verteld dat het vissen waren die in de meren en rivieren zwommen tot ze op land terecht kwamen. Daar veranderden ze in harde, groene stenen. ‘De Maori’s woonden overal op dit eiland, honderden jaren lang, en kenden overal de verhalen van,’ zegt Henare. ‘Natuurlijk kreeg alles een andere naam toen de Europese ontdekkings-reizigers het land “ontdekten”, maar eigenlijk hadden de lokale Maori’s ze al alles over deze gebieden verteld voordat ze hier kwamen.’

Als we verder lopen worden we besprenkeld door de nevel van de donderende stortvloed van Earland Falls, een grote gevorkte waterval die van 180 meter hoogte naar beneden valt. Er ontstaat een fijne mist over het pad, dat verder loopt langs een uitgestrekte groene weide met slanke bomen en daarna naar beneden duikt, een diep dal in. In dit dal ligt onze slaapplaats voor vannacht, Lake Mackenzie Lodge. De rookpluimen die uit de schoorsteen komen lijken veelbelovend; binnen is het vast lekker warm. Lake Mackenzie ligt er in de schemering spiegelglad bij en weerkaatst de steeds donker wordende lucht. 

Openingsbeeld: Philip Lee Harvey / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram