Velden van koolzaad: op de fiets door Moravië in Tsjechië

Sophie Bous

De Tsjechische regio Moravië is een onontdekt landschap vol traditie en geschiedenis. Op de fiets langs de rivier de Morava ontvouwt zich een ingetogen maar veelzijdig gebied, boordevol verhalen – en zonder tegenliggers

Een gevlekt biggetje trippelt over het gras tussen de rieten daken van Archeoskanzen in Modrá, een klein openluchtmuseum in het oosten van Tsjechië. Hij scharrelt langs de opgestapelde boomstammen en gevlochten takken die samen de stevige bouwwerken vormen die hier ruim een millennium geleden ook precies zo moeten hebben gestaan. Deze plek was mogelijk het centrum van Groot-Moravië, een historisch land binnen Tsjechië (naast Bohemen en Silezië) dat in de middeleeuwen zijn hoogtijdagen vierde. Het is tevens het eindpunt van mijn fietstocht door dit voormalige land, dat zich in de huidige tijd kenmerkt als een glooiende lappendeken die wordt doorkruist door de rivier de Morava, waar het middeleeuwse rijk naar is genoemd. De regio is aanzienlijk minder drukbezocht dan zijn westerbuur Bohemen, waar zich de Tsjechische hoofdstad bevindt, maar dankzij de eeuwen aan overheersing door wisselende machthebbers – van Oostenrijk- Hongarije tot de Sovjet-Unie – is het hier minstens zo veelzijdig. De geboorte van Moravië was hier, tussen de houten hutten, en het werd het begin van een rijke geschiedenis.

Het centrale plein van Kromeriz in Tsjechië | Foto: milangonda / iStock

Mijn fietstocht begint enkele dagen eerder in Kroměříž, in stijl en statigheid een soort tijdcapsule van de 17de-eeuwse Habsburgse monarchie. Op het centrale plein is het vanochtend, rond een uur of acht, nog nagenoeg leeg. Historische gevels in pasteltinten vangen vroege zonnestralen en een scheve klokkentoren werpt een spitse schaduw over het plein, waar de felle kleuren van een kleine, enigszins misplaatste kermisattractie een opvallend contrast vormen met zijn historische decor. Zo rustig als het er nu is, zo levendig moet het er rond de 17de eeuw zijn geweest, toen de stad in trek was bij de Habsburgse high society. De bouwwerken verraden hun belang – de statige gestucte muren, grote ramen en sierlijke welvingen van hun barokke architectuur komen me van alle kanten tegemoet, alsof ik wandel door een kleine Wenen-lookalike. Ik sla nog een hoek om wanneer het stralende middelpunt van de stad voor me opdoemt: het Aartsbisschoppelijk Paleis, omgeven door eindeloze sprookjesachtige tuinen vol bijzondere bomen en aangeharkte bloembedden. De residentie zag tal van vooraanstaande gasten – zelfs de Oostenrijkse keizer Franz Josef en keizerin Sissi hebben er geslapen.

Voor het statige paleis zie ik een man een knalblauwe poncho over zijn hoofd trekken en gladstrijken. Het is Zdeněk Urbanovský, een geboren en getogen Moraviër en de komende dagen mijn metgezel tijdens de fietstocht door zijn thuisregio. Hij heeft een vrolijk, rond gezicht en lijkt niet ontmoedigd door de regenachtige weersvoorspelling. ‘Het doet niets af aan de schoonheid van Moravië,’ beweert hij stellig terwijl hij op zijn been over zijn elektrische mountainbike zwaait.

Koolzaadvelden strekken zich in Moravië tot in de verte uit | Foto: a_Taiga / iStock

Op het eerste deel van onze fietstocht laten we ons de weg wijzen door de rivier de Morava. Het wateroppervlak reflecteert de grijze lucht boven ons, maar Zdeněk heeft gelijk – de omgeving straalt een serene rust uit. Uitgestrekte velden over glooiend heuvellandschap met hier en daar een plukje bomen schieten voorbij terwijl onze wielen langs de met riet begroeide oever snellen. Regenwater spat op in de bochten en langs de heiige horizon ontdek ik de contouren van het uienkoepeltje boven op een kerk in een afgelegen dorp. De vredige vergezichten kenmerken het land, dat strekt van Bohemen in het westen tot aan de grens met Slowakije; golvend, vruchtbaar en eindeloos. De grootste stad in de omgeving is Brno – na Praag zelfs de grootste van het land, maar de nog geen 400.000 inwoners zijn slechts een schijntje van de miljoenenhoofdstad.

In Moravië kom je dan ook niet voor grootstedelijke geneugten, maar voor de rust, de velden en de eigenzinnige plekken. Zoals bierbrouwerij en restaurant Harley Pub in Otrokovice, waar we halverwege de tocht pauzeren en onze verregende lijven warmen aan een stevige kom soep. Onderweg naar de wc ontdek ik er verstopt naast de houten bar een deur, die leidt naar een particulier Harley Davidson- museum, verdeeld over twee etages. Terwijl ik tussen het licht roestende staal en de Amerikaanse memorabilia loop vraag ik me af of deze spullen ooit hadden verwacht hier te belanden, in een klein plaatsje in het zuidoosten van Tsjechië.

In ditzelfde plaatsje vloeit de Morava samen met het Batakanaal, een van de vele stempels die op de regio werden gedrukt door de beroemde schoenenfabrikant Tomáš Bat’a. Het is wellicht geen grote naam in de rest van Europa, ‘maar hier kent iedereen hem,’ zegt Zdeněk als hij zijn fiets weer van het slot haalt. ‘Zijn schoenenwinkel, Bata, vind je nog altijd in veel Tsjechische steden terug.’ In Otrokovice stond de fabriek en om deze te laten draaien was er brandstof nodig. In de jaren 30 werd daarom het 52 kilometer lange kanaal aangelegd, om steenkool efficiënter uit het zuidelijker gelegen Hodonín te kunnen transporteren. Over de golven stroomde de welvaart Moravië opnieuw binnen.

De typische bakstenen arbeiderswoningen in Zlín, Tsjechië | Foto: hanbr / iStock

We stappen weer op de pedalen en fietsen verder naar Zlín, waar onze tocht vandaag eindigt, maar de geschiedenis van Bat’a ooit begon. Als we de stad naderen zie ik de industriële kant van de regio steeds vaker de kop op steken: roestige bruggen verbinden velden van koolzaad en zo nu en dan verrijst een smalle schoorsteen of fabrieksgebouw in het uitzicht, verlicht door de eindelijk doorbrekende zonnestralen. We rijden de stad binnen langs een opvallend monument in de vorm van een betonnen plateau met rijen schoenen; Zlín steekt zijn erfgoed niet onder stoelen of banken.

De stad lijkt in niets op de Habsburgse finesse van Kroměříž, nog geen 30 kilometer verderop, maar is niet minder imponerend. De interbellumbouwstijl van het Bata-complex dat het centrum van de stad domineert brengt een zeker charisma; strakke lijnen, veel beton en door de jaren charmant verweerd. De industriële functionaliteit en uitstraling van de stad sijpelt door tot in de uniforme rijen huizen van rode baksteen in de woonwijken, die zich over de heuvels uitvouwen. Gebouwd voor de werknemers van Tomáš Bat’a, naar zijn ideeën over de ultieme functionele stad.

Zlín was een centrum van moderniteit in Moravië en het voor de tijd baanbrekende vernuft beperkte zich niet alleen tot de Batafabriek, waar Tomáš Baťa lopendebandtechnieken uit de Amerikaanse auto-industrie toepaste. Terwijl ik door Zlín loop krijg ik al snel het letterlijke hoogtepunt van de stad in het oog: Building 21, de eerste wolkenkrabber van Tsjechië en een van de eerste in Europa. Hier zat het hoofdkwartier van Bata, verspreid over de 16 etages met interessante architectonische maar ook technologische details. Bijvoorbeeld de zeldzame paternosterlift – onophoudelijk langstrekkende cabines zonder deur ervoor, waar je iedere 30 seconden in kunt stappen om de volgende verdieping te bereiken – maar ook het kantoor van Tomáš Bat’a zelf is een bijzonder hoogstandje. De tijd heeft er stilgestaan; ik ontdek er een ouderwetse telefoon, vergeelde plafonnières boven me en overal hout. ‘Tomáš was een drukbezet man – hij had geen tijd om ergens op een lift te staan wachten,’ grinnikt Zdeněk terwijl we de ruimte binnenlopen, en voordat ik hem kan vragen wat hij bedoelt komt de grond onder mijn voeten in beweging. Licht rammelend en pruttelend beginnen we te stijgen; het hele kantoor is een lift.

Mysterieus bos in Moravië | Foto: Jan Skula / iStock

De volgende dag fietsen we langs de zuidkant van de rivier de Dřevnice westwaarts, terug naar de Morava. De route leidt dwars door een bos – een opvallende afwisseling van de eindeloze velden en rivieroevers – waar de bomen zo dicht op elkaar staan dat ik haast niet verder dan vier rijen kan zien. Hier mag mijn all terrain fiets zijn waarde eindelijk bewijzen; de weg is verhard, maar het glooien neemt toe. Met een grote vaart glip ik langs de stille stammen, zelfs een beetje genietend, totdat een tegenligger om de hoek schiet waar ik voor in de remmen moet.

Het laatste deel van onze tocht naar eindpunt Modrá volgt een oude pelgrimsroute die eindigt in het iets verder gelegen Velehrad. Het dorp huist de op een na grootste kerk van het land, de Basilica van Maria-Hemelvaart en de heiligen Cyril en Methodius, die jaarlijks talloze pelgrims trekt. Langs de weg wuiven sierlijke bomen en we komen geen mens tegen; uitgelezen omstandigheden voor stille contemplatie. ‘Het is een van mijn favoriete routes,’ zegt Zdeněk, ‘want het is hier in elk seizoen mooi. Toen ik hier een tijdje geleden was stonden de bomen nog in bloei.’ We slaan een weg in en worden plotseling omgeven door koolzaad. In de felle zon lijkt het haast fluorescerend, maar onheil dient zich aan in de verte, waar dikke, duistere wolken opeen- stapelen en langzaam onze kant op drijven. Even stap ik van mijn fiets, om het wonderlijke spel van licht en schaduw over de geelgroene lappendeken een moment te aanschouwen, maar er is haast geboden als we ons eindpunt zonder natte kleren willen bereiken. Ik spring weer op mijn stalen ros en schiet achter Zdeněk aan, die net achter een sluis om de hoek verdwijnt.

Hoe verder we fietsen, hoe dieper we de Moravische geschiedenis in rijden. Vlak voor de eerste regendruppels komen we aan in Modrá, eindigend bij het Moravische begin. Het lijkt de ideale plek om een rijk te starten, dicht bij de rivier en in de wijde omtrek niets dan die wonderlijke velden, zo ver als het oog reikt.

Dit artikel komt uit het septembernummer van Lonely Planet magazine. Je kunt hem hier bestellen!

Openingsbeeld: