Roadtrip: Toulouse en de architectuur van zuidwestelijk Frankrijk

Redactie Lonely Planet
Roadtrip: Toulouse en de architectuur van zuidwestelijk Frankrijk

Het zuidwesten van Frankrijk barst van de historie. Je vindt hier afgebrokkelde abdijen, middeleeuwse dorpjes en imposante gotische kerken. Tenminste, als je weet waar je moet zoeken.

Deze roadtrip, die begint in de roze stad Toulouse, neemt je mee langs 1000 jaar aan schitterende architectuur. En onderweg is er genoeg tijd om te genieten van de overdadige cuisine van Gers.

Dag 1: Bewonder de vrome uitzichten van Toulouse

Start je trip bij de spitsen van La Ville Rose (de Roze Stad). Het royale gebruik van roze marmer en rozige bakstenen geeft Toulouse zijn unieke stadsbeeld. Een van de hoogtepunten aan deze onvergetelijke horizon is de Basilique St. Sernin. De octogonale klokkentoren van dit 11de-eeuwse meesterwerk werd de blauwdruk voor de kerken in het departement Gers. Wandel door het schip van de kerk, onder het oog van marmeren engelen, en daal af naar de crypte. De vele relikwieën die hier geborgen zijn maakten de basiliek tot een belangrijke stop voor pelgrims op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella.

Neem vooral een oostelijke omweg langs Rue de Périgord en bezoek Les Halles Victor Hugo. Op deze markt vind je gedroogde worsten, kazen en superrijpe tomaten. De allerbeste van deze producten worden in de restaurants op de bovenste verdieping voor je klaargemaakt. Watertanden gegarandeerd.

Uitgerust? Buik vol? Vertrek dan in zuidelijke richting langs Rue du Rempart Villeneuve en vervolg je route westwaarts, langs Rue Lafayette. In de verte zie je Place du Capitole opdoemen. Hier is het 18de-eeuwse stadhuis van Toulouse gevestigd. Loop nog een stukje verder westwaarts en sla vervolgens af naar het zuiden, langs Rue Lakanal, richting de Couvent des Jacobins. Dit imposante complex, met zijn perzikkleurige kloosters, is het religieuze hart van de regio. In 2015 vierde het gebouw zijn 800-jarig bestaan.

Slapen

In de kamers van het Hotel Albert 1er is een perfecte balans gevonden van elegantie, een centrale ligging en betaalbaarheid. Dankzij de dieprode gordijnen, frisse witte lakens en balkonnetjes met een prachtig uitzicht, zou je hier haast geen oog dicht willen doen.

St. Etienne kathedraal | Foto: pase4 / iStock

Dag 2: Stap het verleden binnen in Auch

Laat bruisend Toulouse achter je en rijd westwaarts naar het rustige Auch. De 80 kilometer lange route langs de N124 is een makkelijke tocht. Vanuit je raampje zie je rivieren en hooibalen aan je voorbij trekken. Eenmaal aangekomen in Auch valt je vast de Kathedraal van Bayonne (of Kathedraal Sint-Marie) op, het middelpunt van de stad. Het duurde 200 jaar om dit uit twee torens bestaande meesterwerk te bouwen. De architectonische invloeden reiken dan ook van de gotische tot de renaissancearchitectuur. Het indrukwekkendst is het priesterkoor. Er zijn heiligen en filosofen in het hout gesneden en daarboven schittert een verzameling van 18 glas-in-loodramen die dateren uit de 15de eeuw. Wanneer de kathedraal je spiritueel heeft verzadigd, kun je gehoor geven aan je aardse lusten en je te goed doen aan creatieve eendgerechten en kazen uit de regio in La Table D’oste, aan Rue Dessoles, ten noorden van de kathedraal.

Ten zuidoosten van de kathedraal (volg Rue Laborde richting Place Salinis) bevindt zich Escalier Monumental. Deze barokke, onoverdekte trap leidt je 234 treden naar beneden, langs bezienswaardigheden die dateren van de middeleeuwen tot de moderne tijd. Let onderweg naar beneden vooral op de Tour d’Armagnac, een voormalige zetel van de macht voor graven die hier in de 14de eeuw met de scepter zwaaiden. Maar laat ook het standbeeld van de semi-mythische musketier D’Artagnan en het moderne beeldhouwwerk van de Catalaanse artiest Jaume Plensa niet aan je voorbijgaan.

Slapen

Voor de elegantste overnachting in Auch bezoek je het Hotel de France. Dit 300 jaar oude hotel ligt vlakbij de kathedraal en is versierd met glas-in-loodramen en smeedijzeren leuningen.

Dag 3: dompel je onder in middeleeuwse geschiedenis in de buurt van Valence-sur-Baise

Volg de D390 noordwaarts, langs dichte bomenrijen. Na 33 kilometer bereik je het kleine Valence-sur-Baise. Aan de noordkant van dit stadje staat de Abbaye de Flaran. Deze Cisterciënzer abdij, die in de 12de eeuw gebouwd werd, heeft talloze aanvallen doorstaan en enorme schade opgelopen tijdens de bittere 100-jarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk. De abdij is inmiddels herbouwd en de kloosters van dit zandstenen toevluchtsoord omsluiten nu een serene binnenplaats.

Verlaat Valence-sur-Baise vervolgens in noordelijke richting langs de D142 en vervolg je route op de D278 naar Laressingle, het kleinste vestingstadje van Frankrijk. Met zijn vierkante torentjes lijkt het stadje haast een legokasteel. Wanneer je de stenen brug oversteekt en onder de koepelpoort door de stad betreedt, is het niet moeilijk om je middeleeuwse boogschutters achter de kantelen voor te stellen. In de stemming? Beproef dan je strijdvaardigheid in Cite des Machines du Moyen Age, een spelcentrum in middeleeuws thema.

Slapen

500 meter ten noorden van Laressingle vind je Lacassagne. Te midden van hectaren rozentuinen biedt dit hotel je stijlvolle kamers en lounges met open haarden. Het antiek waarmee dit landhuis is gevuld maakt het sfeervolle plaatje compleet.

Dag 4: vergaap je aan gotische pracht in Condom

Helaas, er is weinig grappigs aan de oorsprong van de naam Condom (een afkorting van ‘Condatomagus’), maar dat weerhoudt toeristen er niet van om selfies te nemen met naamborden van de stad. Maar ondanks de naam zal deze marktstad, gelegen tussen twee rivieren, met geplaveide straatjes en door de tijd versleten winkeltjes, je in een oogwenk charmeren.

Het middelpunt is de Cathédrale St. Pierre, een uitbundig gotisch bouwwerk met aansluitende kloosters. Dit 15de-eeuwse gebouw wordt gesierd met een 40 meter hoge toren en schitterende glas-in-loodramen. Het is bovendien een van de laatste gebouwen in het departement Gers die in gotische stijl ontworpen werden. Binnen brengen ivoren bogen en verfijnde ornamentiek de geschiedenis weelderig tot leven.
De straten die van de kathedraal wegvloeien zijn bebouwd met hotels particuliers (statige herenhuizen) uit de 18de eeuw. Je herkent ze meteen aan de decoratieve balustrades, sierlijke ramen en de familiewapens die hier en daar in de stenen staan gekerfd. Aan Avenue de Gaulle kun je meerdere van deze huizen vinden die in privébezit zijn.

Niet alle historische gebouwen zijn ontoegankelijk voor bezoekers. Aan Rue Jules Ferry, gelegen achter de kathedraal, staat het Musee de l’Armagnac. Dit museum is gehuisvest in een 17de-eeuws, voormalig bijgebouw van het Bisschoppelijk Paleis van Condom. Het museum is een ode aan de brandewijn die de streek zo dierbaar is. Het drankje wordt nog steeds met liefde gestookt van wijn in eikenhouten tonnen, afkomstig uit een van de talloze chateaux die je in het boerenland aantreft. Het museum organiseert Armagnac-proeverijen en je doet er goed aan een flesje (of drie) mee te nemen naar huis.

Slapen

De kamers van Le Continental zijn sfeervol ingericht in een faux-vintage stijl. Er is bovendien een spa en een sauna. Ook niet onbelangrijk: het restaurant serveert uitstekende lokale gerechten, waaronder geflambeerde eend in Armagnac brandewijn.

Dag 5: verover de vestingstad Montauban

Neem de D7 in oostelijke richting vanuit Condom. Deze 100 kilometer lange tocht vliegt voorbij in een waas van bomen en uitgestrekt boerenland. De rust van deze route komt echter tot een eind wanneer je het knooppunt rond Montauban bereikt, maar zet nog even door: hier vind je een van de imposantste bastides (vestingsteden) van de regio.

Met zijn zuilengalerijen en potige beschermmuren waan je je terug in de middeleeuwen- Montauban’s bastide is door de eeuwen heen nauwelijks veranderd. De muren boden zo’n effectieve bescherming dat de stad in de 17de eeuw een belegering van wel 86 dagen doorstond.

Het gebulder van kanonnen is sindsdien verstomd en het oude gedeelte van Montauban is nu vooral een vrolijke plek waar delicatessenwinkeltjes confituur etaleren en brasseries volle borden confit de canard opdienen. In het hart vind je Place Nationale. De met bogen overdekte straatjes die dit plein omsingelen, herbergen tegenwoordig bars en cafés.
Volg vanuit de zuidwestelijke hoek van het plein de Rue Malcousinat, sla vervolgens rechtsaf de Rue de la Republique in en je ziet de Eglise Saint-Jacques voor je opdoemen. Deze roodbruine 13de-eeuwse kerk heeft een octogonale klokkentoren, die doet denken aan de klokkentoren in Toulouse. Vergeet even dat je trip er bijna opzit en doe je te goed aan overdadige schalen charcuterie met fruitcompote bij L’Atelier du Gout (3 Rue Armand Cambon).

Slapen

Overnacht in het 18de-eeuwse Hotel de Commerce. De kroonluchters en luie stoelen van velours brengen je reis tot een koninklijk einde.

Lees ook: Op ontdekkingstocht door de fjorden van zuid-Frankrijk. 

Openingsbeeld: SergiyN / iStock


Volg Lonely Planet op Instagram