Op roadtrip langs de waanzinnige Bohuslän-kust van Zweden

Redactie Lonely Planet
Op roadtrip langs de waanzinnige Bohuslän-kust van Zweden

Overnacht in een knalrode vuurtoren, treed in de voetsporen van Ingrid Bergman en ontdek een prachtige kust met duizenden eilanden. Je beleeft het allemaal op een roadtrip door het kustgebied Bohuslän in West-Zweden. 

Zweden staat bekend om de zorg voor het milieu - Zweden stond in 2016, niet voor het eerst, bovenaan de ranglijst van de Global Green Economy Index - en de westkust is het toonbeeld van geleidelijke ontwikkeling.

De regio strekt zich uit van Göteborg tot de Noorse grens en heeft een gevarieerd landschap: van dennenbossen die fjord-achtige meren omlijsten tot charmante kustplaatsjes. Als hoofdact een archipel van duizenden eilanden en scheren, van graniet dat in de opkomende en ondergaande zon oranje-roze kleurt.

Op deze breedtegraad schijnt de zon in de zomer 18 uur per dag, wat je meer dan genoeg tijd geeft om te ontdekken wat Bohuslän te bieden heeft. Sterker nog, de E6, die meer dan 300 kilometer lang parallel aan de kust loopt, vormt de basis voor een kant-en-klare route voor zelfstandige reizigers. Het enige waar je nog over na moet denken, is waar je onderweg allemaal wilt stoppen.

Hier vind je een aantal suggesties om je op weg te helpen.

De goedbewaarde kade van Marstrand, een favoriete bestemming onder de elite | Foto: Rolf_52 / Shutterstock

Eerste stop: Marstrand – vind de perfecte plek om voor anker te gaan

Wanneer je de totale waarde berekent van alle jachten die in de gästhamm (gasthaven) van Marstrand aanleggen, dan kom je waarschijnlijk uit op een cijfer dan het Bruto Nationaal Product van sommige landen doet verbleken.

Dit kleine eiland op zo’n 50 kilometer van Göteborg is een vaste stop voor de Zweedse elite sinds Koning Oscar II hier aan het einde van de 19de eeuw een zomerhuis liet bouwen. Vandaag de dag is Marstrand een chique locatie voor zeilevenementen van wereldklasse. In het hoogseizoen komen hier zo’n 10.000 bezoekers per week.

Het voormalig onderkomen van de koning – het vorstelijke Grand Hotel Marstrand, met klassieke kamers en een fijn restaurant – is een van twee belangrijke historische bezienswaardigheden in het plaatsje. Het andere torent erbovenuit in de vorm van Carlstens Fästning, een kolossaal fort gebouwd in de 17de eeuw nadat Denemarken-Noorwegen Marstrand afstond aan Zweden als onderdeel van een vredesverdrag.

De vuurtoren van Marstrand bij zonsondergang | Foto: phototiger / iStock

Carlstens Fästning legt de nadruk op zijn bewogen geschiedenis, middels begeleide tours en historische heropvoeringen. Het andere oude fort van Marstrand – het kleinere, 18de-eeuwse Standverket Konsthall – koos daarentegen voor een radicale metamorfose. Dit fort gaat nu door het leven als het Strandverket Art Museum, dat onder andere hedendaagse beeldhouwkunst en fotografie tentoonstelt.

Beperk jezelf echter niet tot dit historische stadje, want de rest van Marstrand is minstens zo mooi en vraagt erom ontdekt te worden. Het gebied is goed begaanbaar dankzij gemarkeerde routes, die variëren van makkelijk tot uitdagend. Als je naar het westen gaat, speur dan de horizon af op zoek naar de rode ijzeren toren van de Pater Noster-vuurtoren. Dat is nu een klein hotel voor reizigers die zich écht helemaal willen afzonderen.

Marstrand is autovrij, dus parkeer je auto op het nabijgelegen eiland Koön en neem de veerboot die je in een paar minuten naar je bestemming brengt.

Het Nordika Akvarellmuseet aan de zee in Skärhamn | Foto: Anders Arena

Tweede stop: Tjörn – doe je tegoed aan cultuur en haute cuisine

Skärhamn is de belangrijkste plaats op het eiland Tjörn en is net als Marstrand mooi genoeg om op zichzelf een bezoekje te verdienen. Maar er is naast de boten, boetieks en de ingetogen Bohuslän-bling nog een reden om hierheen te komen: Skärhamn is een hotspot voor kunstliefhebbers dankzij het Nordiska Akvarellmuseet, een prijswinnend museum ontworpen door de Deense architecten Niels Bruun en Henrik Corfitsten.

Het rechthoekige gebouw uit 2000 is bekleed met rode panelen (een herinnering aan de welbekende vissershutten) en stelt regelmatig werk tentoon van grootheden als Salvador Dalí en Louise Bourgeois, maar ook van vooraanstaande Zweedse kunstenaars. Met andere woorden: het is een plek die niet uit de toon zou vallen in een wereldstad, maar op de een of andere manier precies op zijn plek lijkt op deze onverwachte locatie.

Houd tijd over om het nabijgelegen meer te ontdekken, een activiteit voor het hele gezin dankzij het halvemaanvormige strand, de steiger en een duiktoren. Als je wilt kun je hier ook overnachten door een van de vijf gastenstudio’s van het museum te huren. De modernistische, grijze kubussen steken intrigerend uit boven het water.

Salt & Sill staat bekend om zijn innovatieve visgerechten | Foto: Matt Munro / Lonely Planet

Een jaar voordat het museum verscheen kreeg Tjörn er al een extra trekpleister bij toen Salt & Sill de deuren opende. Het drijvende restaurant is te vinden in Klädesholmen, een paar kilometer naar het zuiden, en wordt sinds de opening geprezen om zijn innovatieve visgerechten. Ze zijn er gespecialiseerd in een van de hoekstenen van het Zweedse dieet, die ons ook niet onbekend is: haring.

De specialiteit wordt hier geserveerd in de vorm van een “plank” haring, met zes variaties op de bijzondere maar authentieke smaak van de westkust. Ook hier kan je overnachten: in 2008 voegden de eigenaren van Salt & Sill het eerste drijvende hotel van Zweden toe aan hun locatie. De 23 kamers zijn simpel maar stijlvol ingericht - zoals gebruikelijk in het land - en het dakterras biedt een waanzinnig uitzicht op de archipel.

De kleine pakhuizen aan de beroemde pier van Smögen | Foto: Johner Images / Getty Images

Derde stop: Smögen – flaneer over de fotogeniekste pier van Zweden

Smögen is nog steeds een actieve vissersstad, waar boten hun waar elke dag uitladen voor de veiling (je kunt het ook ter plekke kopen). Desondanks hebben de pakhuizen die ooit langs de waanzinnig fotogenieke pier (Smögenbryggan) stonden plaatsgemaakt voor een economie gedreven door het toerisme.

Een klein museum in een pakhuis halverwege de pier biedt een kijkje in het bescheiden verleden van de plaats. Van die bescheidenheid is intussen weinig over: Smögen bruist in de zomer namelijk van de plezierzoekers. Hordes mensen komen van zowel zee als land om te winkelen, mensen te kijken vanaf terrassen van cafés aan de haven en zich, uiteraard, tegoed te doen aan uitstekende vis (Göstas, naast de visveiling, is een aanrader).

Het eiland is een ideale uitvalsbasis voor verdere ontdekkingstochten van de omliggende zee op een van de aangeboden tours, variërend van kreeften vangen tot zeehondensafari’s. In de zomer kun je ook de boot pakken naar Hållö, een natuurreservaat dat zeer geschikt is voor badderen en vogelspotten. Hier vind je ook de oudste vuurtoren van Bohuslän en een afgelegen hostel.

Uitzicht over Fjällbacka | Foto: PicturePartners / iStock

Vierde stop: Fjällbacka – treed in de voetsporen van een filmster

Een bronzen buste van de Zweedse actrice Ingrid Bergman siert het kleine plein dat haar naam draagt in Fjällbacka. Ook dit is een pittoresk stadje, dat zich bevindt rond de kliffen aan de voet van de Vetteberget, een 74 meter hoge granieten monoliet in de gemeente Tanum.

Van de late jaren 1950 tot haar dood in 1982 bracht Bergman bijna elke zomer door op het nabijgelegen eiland Dannholmen en reisde ze af naar Fjällbacka voor fika (koffie met een gebakje). Ook hedendaagse bezoekers van het stadje vinden een verscheidenheid aan fika-waardige tentjes aan de waterkant (vooral het Stora Hotellet Bryggan heeft een goede reputatie).

Klaar met snacken? Werk het er weer af met een hike door het Kungsklyftan-ravijn, dat leidt naar een houten trap die omhoogloopt naar de top van de Vetteberget. Vanaf hier heb je aan alle kanten uitzicht op de omliggende eilanden.

Verrassend genoeg is Bergman niet de enige beroemdheid die een band had met het zo kleine Fjällbacka. De Zweedse “koningin van de misdaad”, auteur Camilla Lackberg, is er opgegroeid en ze schreef een detectiveserie die zich hier afspeelt. Voeg je bij een murder mystery-tour als je de fictionele kant van het kustplaatsje wilt ontdekken.

Kajakkers hebben tal van opties in Bohuslän, maar Kosterhavet National Park is zeker een hoogtepunt | Foto: Johner Images / Getty Images

Stop vijf: Kosteröarna – ontsnap aan de moderne wereld op deze ongerepte eilanden

Het is inmiddels waarschijnlijk wel duidelijk dat Bohuslän een overdaad aan natuurlijke schoonheid heeft. Maar je moet helemaal tot een paar kilometer van de Noorse grens reizen om misschien wel het absolute hoogtepunt te bezoeken: Kosteröarna, ook bekend als Noord- en Zuid-Koster. Dit zijn de meest westelijk gelegen bewoonde eilanden van Zweden. De eilanden zijn autovrij maar het hele jaar door te bereiken met de veerboot vanaf Strömstad. Deze wonderschone eilanden bieden het type kalmte waar sommige mensen een leven lang naar zoeken.

Zuid-Koster, de grotere en groenere van de twee, heeft meer voorzieningen (fiets- en kajakverhuur, enkele prima plekken om te eten en accommodaties van simpele campings tot het stijlvolle, eeuwenoude Hotel Koster) maar niet zo veel dat ze het gevoel van kalmte tenietdoen. Je kunt ook op Noord-Koster blijven, dat met zijn buur verbonden is via een kabelveerpont, om je nog verder af te zonderen van de rest van de wereld.

De zee biedt tal van schatten, vaak nog met de klauwen eraan vast | Foto: Matt Munro / Lonely Planet

Hoewel Noord-Koster te smal en rotsachtig is om op twee wielen te ontdekken, is dat wel de beste manier om de velden en bossen van zijn tweeling te verkennen (huur een fiets bij de steiger in Ekenäs). Sla Kosters Trädgårdar niet over op je tocht door het pastorale landschap van Zuid-Koster. Deze baanbrekende permacultuurboerderij heeft een uitstekend restaurant en café, omgeven door een biologische tuin waar 80% van het geserveerde eten vandaan komt. In de zomer is er livemuziek.

Beide eilanden hebben paden die leiden naar afgelegen, door zand omringde baaien die perfect zijn voor een plons in het heldere water van Kosterhavet Nationaal Park. Het is een veilige haven voor zo’n 12.000 diersoorten, die je het best kunt ontdekken tijdens een zomerse kajaktocht.

Het unieke ecosysteem van Kosterhavet vertrouwt op een stroom van koud, zout water uit de Noord-Atlantische Oceaan richting de diepe gleuf die Kosteröarna scheidt van het vasteland. Kreeft, rivierkreeft, garnalen, oesters en mosselen groeien langzaam en sappig in deze omstandigheden, wat verklaart waarom de schaaldieren van Bohuslän onder de beste ter wereld worden geschaard.

Meer informatie over Bohuslän vind je op de toerismewebsite van West-Zweden en tips voor de regio lees je via Visit Sweden.

Ontdek ook de wildernis van de kleinste provincie van West-Zweden: Dalsland.

Openingsbeeld: Matt Munro / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram