Met de benenwagen: Mallorca en de route GR221

Redactie Lonely Planet

Je had het misschien niet verwacht, maar Mallorca is een eersteklas wandelbestemming. Het eiland biedt een gevarieerd landschap met historische, duidelijk aangegeven paden. De GR221-route door de Serra de Tramuntana, in het noordwesten van het eiland, is een van de mooiste wandeltochten van Europa.

Een van de mooiste stukken van de GR221 loop je aan de rand van Valldemossa. Hier loopt een steil pad omhoog, dwars door de bossen, waar je na ongeveer een uur het “Aartshertogpad” bereikt. Dit is een keienpad langs de onbegroeide bergrug van kalksteen, met grandioze uitzichten over de noordkust. Na een steile afdaling kom je in het prachtige dorpje Deià (10 kilometer, 5 uur). Vanaf hier reis je in een halfuur met de bus naar Sóller. Neem tenslotte een taxi of wandel 3 kilometer bergopwaarts naar het dorp Fornalutx.

Valldemossa is met een hoogte van 425 meter een van de hoogst gelegen steden van Mallorca | Foto: Andrew Montgomery / Lonely Planet

Een tocht met een verhaal

’s Nachts word ik wakker van regen en donderend onweer in de bergen, maar ’s morgens vroeg staat de elegante torenspits van het kartuizerklooster van Valldemossa afgetekend tegen een stralend blauwe lucht. De stad en diens inwoners werden beroemd door de schrijfster George Sand (een pseudoniem van Amantine Lucile Aurore Dupin). Ze was de geliefde van Frédéric Chopin en schreef een boek over de winter die de twee in Valldemossa doorbrachten in het klooster, waarin ze klaagde over het weer. Deze ochtend is hier niets van te zien: het is een stralende dag.

Ik steek een kaarsje aan voor een andere beroemde ex- bewoonster: Santa Catalina Tomas, een geliefde 16de-eeuwse heilige. Haar schilderij in het klooster laat een verhaal zien uit haar jonge jaren. Nadat ze de heuvels ingestuurd was met lunch voor de schaapherders, viel ze van een klif. Op miraculeuze wijze kwam ze terecht in de armen van St. Bruno, de stichter van de kartuizer beweging.

Het 14de-eeuwse kartuizerklooster van Valldemossa | Foto: Andrew Montgomery / Lonely Planet

Achter het dorpje nemen mijn gids Jesca en ik een klein stenen paadje dat met haarspeldbochten steil omhoog klimt door de eikenbossen. Na ongeveer een uur wandelen wordt het bos minder dicht en stroomt er zonlicht door de bladeren. Het pad loopt langs steile rotsen van kalksteen, vlak langs een afgrond. Links van ons, op een steenworp afstand, misschien wel waar de heilige Catalina gestruikeld is, houden de rotsen plotseling op. Bijna honderd meter lager ligt een beboste vallei en nog lager bevindt zich de donkere, grillige kustlijn met zijn witte kraag van zeeschuim.

We kijken naar de branding van de kust die voor ons ligt. Beneden zien we de dorpjes Deià en Sóller in een azuurblauwe nevel. Nog veel verder weg liggen de kliffen van de Cap de Formentor. Om ons heen lijkt het door het licht van de zon wel of we in een kerk zijn; de zon kleurt de stenen roze en schitterend goud.

Duizelingwekkende uitzichten aan weerszijden van de weg tussen Valldemossa en Deià | Foto: Andrew Montgomery / Lonely Planet

Toen Santa Catalina hier liep was er nog geen sprake van een pad. Het keiweggetje is aangelegd rond 1860 onder het toezicht van aartshertog Ludwig Salvador. Hij was een lid van de familie Habsburg en een groot fan van Mallorca. Hij staat nog steeds bekend om zijn gulheid (waarschijnlijk heeft hij dit weggetje aangelegd in het kader van een werkgelegenheidsplan) en zijn slechte kledingstijl. Dankzij hem kennen ze op Mallorca nog steeds de uitdrukking “je kleden als een aartshertog”, die weerklinkt als iemand zich wel erg sjofel kleedt.

In het voorjaar is het pad van de aartshertog vrijwel verlaten. De weinige mensen die we zien komen meestal uit Mallorca zelf en zijn te herkennen aan de geoefende tred van levenslange wandelaars. We lopen enige tijd samen op met twee vrienden die hier al tien jaar elke week komen. Wanneer ik de oudste van de twee vraag waarom hij hier telkens weer terugkeert, antwoordt hij niet meteen. Uiteindelijk zegt hij schouderophalend: ‘Als kind was ik herder in de Alpujarras, dus weet je, de bergen zitten in mijn bloed, ze zijn mijn leven.’

Even later begroet een uitgelaten jongen ons met de uitroep, ‘Oye, qué pasa?’ (Hé, hoe gaat het?). Enthousiast vertelt hij ons hoe het met hem gaat, in een stortvloed van nieuwtjes over zijn dagelijkse wandelingen, de enorme afstanden die hij regelmatig aflegt en de avonturen die hem overkomen hier in de bergen. ‘Deze bergen herinneren je eraan hoe breekbaar het leven is,’ zegt hij stralend. ‘Daarom ben ik dol op ze’.

De skyline van Deià | Foto: cinoby / iStock

Voorzichtig lopen we langs het steile en glibberige pad naar beneden, richting Deià. Het kalksteen klinkt als porselein onder onze voeten. De lucht is hier heet en ruikt naar wierook. Het voelt alsof we neerdalen uit een laaghangende hemel.

Vlakbij Deià komen we langs een kleine amandelboomgaard, geteisterd door het zware weer van de afgelopen nacht. Op de grond liggen drassige, bruine bloemblaadjes onder de zwarte afgebroken takken. Hier en daar hangen nog wat bloesems in de bomen, maar ze zien er verloren uit. Dit jaar hebben ze de strijd tegen de elementen verloren.

Als je toch op de Balearen bent, bezoek dan ook eens Menorca

Openingsbeeld: Cap Formentor, verder naar het oosten | Foto: Daniel Tomlinson / iStock