Zand & zilt: een campertrip langs de Deense kust

Sara van Geloven

Reis mee met de camper naar de wilde westkust van Jutland, van Waddenzee Werelderfgoed net over de grens met Duitsland tot het ruige noordpunt van Denemarken, door wind en zand geschapen

Het zachte licht van de opkomende zon schijnt door de voorruit de camper in. Het is stil – de wind die gister nog het helmgras om ons heen teisterde, is in de nacht uitgeraasd. Het enige geluid komt van het ritmische breken van de golven op het verlaten strand op een steenworp afstand van onze slaapplek. De paar andere campers die de nacht tussen de duinen aan het einde van de strandweg hebben doorgebracht, zijn in alle vroegte vertrokken. We zijn alleen.

Ik trek de zijdeur van de bus open en stap met blote voeten het koele zand op. Boven me strekt een oneindige vaalblauwe hemel zich uit. Op de picknicktafel naast de camper liggen de rode, gele en witte kiezels die we gisteravond op het strand hebben geraapt. Ik adem diep in en proef het zilt in de lucht. Hier, op het meest noordelijke punt van Denemarken, voel ik me voor het eerst in tijden weer echt kalm.

De camper op het strand | Foto: Jurrien Veenstra

Een week eerder stap ik samen met fotograaf Jurrien in het noorden van Nederland in onze bus, een tot camper omgebouwde Fiat Ducato die we hebben gehuurd via deelplatform Camptoo, waar eigenaren van campers en caravans hun voertuigen kunnen verhuren als ze er zelf niet mee op pad zijn. Onze camper is zelfvoorzienend, met een grote watertank, keuken, wc en zelfs een douche. Een bewuste keuze, want het is onze eerste reis sinds de uitbraak van het coronavirus. Het is het einde van de zomer, Denemarken heeft een geel reisadvies en we vinden het fijn om zelfredzaam te zijn. Onze route: via Noord-Duitsland naar het schiereiland Jutland, om hier met de Noordzee op links en het uitgestrekte platteland op rechts de kust te volgen naar het uiterste noordelijke puntje van Denemarken.

Het Deense Waddeneiland Rømø, onze eerste stop, ligt net over de grens met Duitsland. Het eiland is iets kleiner dan Texel en, uniek voor de Wadden, verbonden met het vasteland via een smalle toegangsweg. We rijden met de camper de dijkweg op die de Deense Waddenzee voor Rømø in tweeën splijt en voor we het weten zijn we op het eiland zelf. De weg voert ons door weilanden en naaldbos, langs bloeiende heide en vervolgens over golvende duinen. Als we de laatste hoge duin afrijden verandert het asfalt in zand en rijden we gestaag verder over een van de breedste stranden van Europa, om uiteindelijk vlak voor de vloedlijn pal aan de Noordzee te parkeren.

De Deense gewoonte om op bepaalde stranden auto’s toe te staan leidt op het immense strand van Lakolk waar we tot stilstand zijn gekomen tot een kakofonie van kleuren: gigantische vliegers in alle mogelijke vormen, gezinnen die strandstoelen voor hun auto uitklappen en een jeep die met een sleeptouw een vastgereden auto uit het rulle zand trekt terwijl de bijrijders er juichend naast staan. Het is een totaal andere wereld vergeleken met de immer kalme stranden van de Nederlandse Waddeneilanden, maar uniek om een keer mee te maken.

En ik moet zeggen, het is toch ook wel luxe om na een frisse duik me in de camper makkelijk om te kunnen kleden, terwijl Jurrien vast onze kampeerstoelen en -tafel uitklapt voor de lunch op het strand. We maken een uitgebreide salade in het kleine keukentje en trekken twee koude Radlers tevoorschijn uit de koelkast, om vervolgens buiten in de zon te proosten op de start van onze roadtrip. Ik voel hoe het zout op mijn huid langzaam droogt in de zon en sluit mijn ogen.

Een wadkrab op Rømø | Foto: Jurrien Veenstra

Is het niet heerlijk om de modder tussen je tenen te voelen?’ roept Signe Vendike, gids bij Naturcenter Tønnisgård op Rømø. We staan enkeldiep in het slik aan de rustigere wadkant van het eiland, midden in het UNESCO Werelderfgoed dat vanaf hier helemaal richting het zuidwesten tot aan Den Helder rijkt. ‘De Waddenzee is zo’n uniek gebied,’ zegt Signe, terwijl ze zich lostrekt uit de modder en wijst naar een plek op het wad even verderop, waar felgroen zeegras groeit. ‘Er zijn hier zoveel voedingsstoffen die allerlei dieren aantrekken. Zoals het alikruikje.’ Ze waadt naar het zeegras toe, bukt en plukt er behendig een paar kleine zeeslakjes af. ‘Ze komen veel voor hier en grazen de algen van het gras af. En dit soort bodemdiertjes trekt op hun beurt weer de miljoenen vogels aan die elk jaar naar dit gebied komen om te voeden. Eigenlijk is het
één groot banket.’

Dat de zeevruchten langs de Deense kust niet alleen vogels aantrekken, zien we als we onze weg richting het noorden vervolgen. We rijden door pittoresk Ribe, het door Vikingen gestichte oudste stadje van Scandinavië, richting het westen. Voorbij de noordelijke grens van de Waddenzee komen we over de Sønder Klitvej, een weg die op een smalle strook land tussen de Noordzee en een fjord in ligt. Aan de westkant van de weg passeren we om de zoveel minuten dorpen bestaande uit kleurrijke huisjes, als stukjes Lego die in het klassieke falurood over een groen bord zijn uitgestrooid. 

Halverwege de fjord ligt het kustdorpje Hvide Sand, waar we een stoet vakantiegangers volgen richting Nørdso Fisk, een vishandel die de winnende combinatie van versbereide zeevruchten en lokale biertjes verkoopt. De picknicktafels buiten zitten gezellig vol, dus we eten onze smakelijke broodjes visburger al wandelend terug naar de camper op. En dan rijden we weer verder, langs de oneindige duinen en badstranden van de Jutse westkust, voorbij Thorsminde, nog een kustdorpje ingeklemd tussen de zee en een fjord, waar we tientallen kiters op het kalme water zien surfen. Dan buigt de weg af richting het binnenland en verandert het landschap langzaamaan. Duinen gaan over in heuvels, een restant van de laatste IJstijd, en het helmgras wordt vervangen door gewassen. We klimmen verder en verder omhoog en als we het stadje Lemvig zijn gepasseerd, waar we in de verte de blauwe schittering van een fjord zien dat haast mediterraan aandoet, rijden we over een heuveltop door velden met wuivend graan het erf op van bierbrouwer Jens Grøn.

‘Ik ben vandaag net met een nieuw biertje begonnen,’ vertelt Jens enthousiast, terwijl hij ons de piepkleine en warme brouwruimte van Nr. Nissum Håndbryg laat zien, die vol staat met glimmende ketels en ruikt naar hop. ‘Wat je hier aanschouwt is een typische uit de hand gelopen hobby. Ik begon ooit met één simpel biertje, maar moet je nu zien!’ Hij stuurt ons een kleine boerderijwinkel in, waar zijn 17 met eigen hand gebrouwen bieren in houten kratten staan uitgestald. Er blijkt ook nog een kleine proefruimte te zijn, maar die zit al vol, dus we bestellen een proeverij to go.

Even later klopt Jens op onze camperdeur, een houten dienblad met acht glazen bier en een bord vol borrelhapjes balancerend. ‘Geniet ervan, proost!’ Met uitzicht op de graanvelden beginnen we onze proeverij met een fruitig blond biertje. We pakken de flyer met de proefnotities van Jens erbij en gaan door met een heerlijk zomers honingbier. Dan is het de beurt aan een donkere pilsner, geïnspireerd op de lokale biertraditie, en tot slot proeven we een nog donkerdere stout. Als de laatste druppel op is kan ik niet met zekerheid meer zeggen of de bus in de wind aan het wiegen is, of dat ik het zelf ben. Gelukkig hoeven we vanavond geen meter meer te rijden, want we zijn al op onze overnachtingsplek gearriveerd.   

Jens is aangesloten bij Pintrip, een Deense gids voor reizigers met een camper waarin honderden Pintrip-hosts zoals bierbrouwers, wijnmakers en boeren gratis plekken om te overnachten aanbieden in ruil voor wat extra bezoekers in hun winkels-aan-huis. Tijdens onze roadtrip door Denemarken wisselen we Pintrip-hosts af met hier en daar een camping en zoveel mogelijk overnachtingen in de natuur. Denemarken heeft in tegenstelling tot de andere Scandinavische landen geen allemansrecht, maar het is campers wel toegestaan om op bepaalde plekken in het wild te overnachten. We zoeken deze plekken langs onze route op via de app Park4Night en vinden zo de mooiste spots, van een kleine parkeerplek naast een meer, waar we de avond doorbrengen met lokale vissers, tot een ruige en verlaten plaats in de duinen bij een fjord.

Zonsondergang boven het strand van Rømø | Foto: Jurrien Veenstra

Hoe verder we richting het noorden rijden, hoe ruiger de zee wordt. In Nationaal Park Thy wandelen we door een bos vol knoestige bomen in de duinen, twee eeuwen geleden aangeplant als experiment om te kijken of bomen de strijd aan konden gaan tegen oprukkend zand. Helaas voor de onderzoekers waren de rode spar en de berk niet goed bestand tegen de ruige weersomstandigheden aan de Deense westkust. Toch staan de bomen er al die jaren later nog steeds, vaak breder dan ze hoog zijn, kromgetrokken in de vreemdste vormen. Op het strand van Stenbjerg liggen een paar oude vissersboten, ver het zand opgetrokken buiten het bereik van de metershoge golven die langs de branding kapotslaan. De volkeren die zich hier in de prehistorie vestigden leerden het al: dit is een plek waar je respect moet hebben voor de elementen en je het beste kunt leren om met de natuur mee te bewegen.

Ten noorden van Nationaal Park Thy ligt het kustdorpje Klitmøller, waar toeschouwers op het dorpsstrand staan te kijken naar tientallen golfsurfers die de straffe Noordzee bespelen. Dat er een koude wind waait en het regent lijkt niemand te deren. Even verderop bij de surfwinkel Cold Hawaii – naar de bijnaam van het dorp – staat local en surfliefhebber Anders Hvass achter de toonbank als een vriendendienst; de eigenaren surfen vandaag in een wedstrijd.

‘Toen ik nog klein was kwamen er al surfers van heinde en verre naar deze regio toe,’ vertelt hij. ‘Ik weet niet precies wie het zaadje heeft geplant, maar er werden steeds meer goede surfspots ontdekt. De kust heeft hier een bepaalde curve waardoor de golven heel constant zijn, in de zomer vooral goed voor beginners.’ De surfshop is tot de nok toe gevuld met surfspullen en boards en er worden ook lessen aangeboden. Anders schenkt een kop koffie voor ons in als er een vrouw met twee kinderen naar binnen stapt om surfplanken te huren. ‘Er heerst een hele chille sfeer in het dorp, iedereen kent elkaar hier,’ zegt Anders wanneer zijn klanten met twee felgekleurde boards onder de arm weer naar buiten stappen. ‘De Deense hygge is sterk, vooral in de winter is het knus. Ik vind surfen als het echt koud is ook het fijnst. Dan is de rust wedergekeerd na het zomerseizoen en zijn de golven uitdagender. Na een hele koude surfsessie thuis weer opwarmen, dat is zo’n heerlijk gevoel.’

De surfboards staan klaar in Klitmøller | Foto: Jurrien Veenstra

Voorbij Klitmøller volgen we de weg door de duinen naar de nog ruigere noordkust van Jutland. De wind stuwt ons voort en het lijkt steeds harder te gaan waaien. Op de 60 meter hoge klif Lønstrop staan mensen gebogen tegen de wind die vanuit zee langs het strand omhoog stuift. Ik heb mijn ogen half dichtgeknepen tegen het zand, waardoor ik niets anders zie dan de goudgele duinen voor me – ik zou zo in een woestijn kunnen staan, ware het niet dat ik tegen een stenen vuurtoren leun. Toen Rubjerg Knude honderd jaar geleden werd gebouwd stond de toren nog 200 meter van de kust af, maar door het genadeloze offensief van de elementen brokkelde de klif steeds verder af. Een paar jaar geleden was de vuurtoren nog maar een paar meter van de afgrond verwijderd en besloot de lokale gemeenschap in te grijpen: de toren werd in z’n geheel op rails gezet en 70 meter richting het binnenland verplaatst. En daar staat hij nu nog, buiten gebruik maar als trotse baken in het zand. Donkere wolken snellen naar ons toe vanaf zee en een kilometers breed regengordijn bereikt de klif, terwijl de vuurtoren nog een laatste zonnestraal vangt.

‘Op een plek als deze voel je je echt verbonden met de natuur,’ zegt Søren Korsholm. We hebben het eindpunt van onze roadtrip bereikt: Skagen, het noordelijkste plaatsje van Denemarken. Onze camper staat geparkeerd aan de voet van de grijze vuurtoren ten noordoosten van het dorp. In de oude stal bij de vuurtoren is Søren samen met zijn vriend Nils Ove Kildahl en hun vriendin Matilde Grue in het midden van de coronacrisis het café-restaurant Blink begonnen. ‘We komen alle drie uit Kopenhagen en we voelden ons toen de pandemie uitbrak zo opgesloten in de stad,’ vertelt Søren. ‘We kwamen bij toeval deze plek online tegen en besloten de uitdaging aan te gaan om de stal samen te renoveren.’

We zitten binnen in het gezellige restaurant met zicht op de grote, open keuken waar de jonge koks onder leiding van Matilde druk in de weer zijn. De oude stenen muren steken mooi af tegen het Scandinavische interieur, dat met kaarsen en dekentjes heel knus aanvoelt. ‘Zoutmelde met gebrande citroencrème, mais, een pesto van wortelloof en ernaast zeeduivel met snijbiet en gekonfijte knoflook,’ zegt Matilde terwijl ze twee prachtig opgemaakte borden voor ons neerzet. ‘We proberen de natuur om ons heen zoveel mogelijk terug te laten komen in het menu. De zoutmelde hebben we even verderop bij zee geplukt, de groentes komen uit onze eigen moestuin en de vis is lokaal gevangen. Maar de groenten en zeewieren zijn voor ons het belangrijkst; daarmee kunnen we echt het verhaal van de seizoenen en de unieke kenmerken van Skagen vertellen. Eet smakelijk!’

‘Het was wel even spannend toen we open gingen,’ zegt Søren als Matilde weer de drukke keuken in springt. ‘Een menu dat met de dag verandert, soms zelfs met het uur, zonder vlees en waar groentes de hoofdrol spelen. Skagen is een plek waar nog veel tradities leven. Maar we hebben echt een geweldige zomer achter de rug, we zijn met open armen ontvangen – figuurlijk dan, want we houden ons natuurlijk aan de coronarestricties.’ Søren glimlacht. ‘We zijn van plan hier nog wel even te blijven.’ En hij staat op om op het terras bij te springen in de bediening. Ik begin ondertussen aan de boterzachte vis, gevolgd door de frisse zoutmelde-salade. De blaadjes van de zoutplant hebben qua smaak wel iets weg van komkommer en ik proef de zee. Door de ramen zie ik het azuurblauwe water van het Kattegat, de zeestraat tussen Jutland en Zweden.

Skagen ligt aan de kalmere oostkant van de landtong die het noordpunt van Denemarken vormt. Vanaf de top van de vuurtoren is het punt waar de Noordzee het Kattegat ontmoet goed te zien, net als de vele bezoekers die naar het nabijgelegen strand komen om met één been in beide wateren te staan. Voor onze laatste overnachting zoeken wij het kleurrijke kiezelstrand op dat een stukje verderop ligt: het Nordstrand, het noordelijkste strand van Denemarken. We parkeren op een steenworp afstand van de Noordzee tussen de duinen naast twee andere campers, ver weg van de drukte. Morgen zullen we aan onze weg terug naar het zuiden beginnen, maar we kunnen nog een nacht genieten van het geruis van de brekende golven, het vuurtorenlicht dat langs de sterrenhemel zwiept en de wind die ons in slaap wiegt. 

Zonsondergang boven de slaapplek bij Nordstrand

Make it happen

Het startpunt van onze route, het eiland Rømø, ligt op ongeveer 7 uur rijden vanaf Utrecht. Vanaf Skagen, het noordelijkste punt van Denemarken, rijd je in circa 10 uur weer terug. Als je de tijd hebt, is het een aanrader om ook nog een paar dagen te pakken om de oostkust van Jutland te verkennen en langzaam richting het zuiden terug te rijden. 

Vervoer
Camptoo is het grootste deelplatform voor campers en caravans in Nederland en biedt een enorm aantal campers aan door het hele land en in België, zodat je eigenlijk altijd wel eentje in de buurt kunt vinden. Eigenaren verhuren alles van mooie oldtimers tot volledig zelfvoorzienende campers, zoals de Fiat Ducato uit het artikel. Een camper met een toilet is handig omdat sanitaire voorzieningen op sommige plekken door de coronacrisis gesloten kunnen zijn. Camptoo zet zich in voor een zorgeloze reis door een veilige overdracht te faciliteren, net als goede verzekeringsopties en veel tips voor onderweg. Het is verstandig om op tijd te reserveren (vanaf €65 per nacht; camptoo.nl).

Wanneer gaan
In de zomermaanden heb je de grootste kans op mooi weer, maar kan het ook behoorlijk druk zijn langs de kust van Jutland. Net buiten het hoofdseizoen, in mei, juni en september, is het rustiger en vaak ook heerlijk zonnig. De winter biedt een geheel eigen charme, met stormachtig weer, slaperige dorpjes en veel hygge.

Dit artikel komt uit het meinummer van Lonely Planet magazine, bestel 'm hier voor nog veel meer roadtripinspiratie!

Fotografie: Jurrien Veenstra