Eilandhoppen op een 100 jaar oude Hollandse klipper

Redactie Lonely Planet

Reisjournalist Sara van Geloven stapt aan boord van een 100-jaar-oude Hollandse klipper voor een grandioze week wadvaren. 

Gisternacht werd ik in slaap gewiegd door het ritmische gedreun van de golven tegen de scheepsromp, maar als ik wakker word is het stil. Zacht zonlicht stroomt door het dakraam het ruim in. Ik laat me voorzichtig zakken uit mijn stapelbed, de andere passagiers slapen nog. Aan dek zie ik waar de golven zijn gebleven: de zee zich heeft zich teruggetrokken en onze 26-meter-lange platbodem is vastgelopen op een plaat tussen Terschelling en Ameland. De opkomende zon werpt een gouden gloed over de glinsterende zandbanken en de twee eilanden zijn net zichtbaar voorbij het glazige wateroppervlak.

Een paar dagen eerder stap ik samen met mijn vriend en fotograaf Jurrien in Lauwersoog aan boord van de Willem Jacob voor een week eilandhoppen. In de lente en zomer pendelt het zeilschip passagiers naar alle vijf de Waddeneilanden en weer terug. Gasten kunnen een dagtocht maken, een nachtje aan boord blijven om droogvallen te beleven of langer opstappen om meerdere eilanden te bezoeken. Ik woon in het noorden van het land en heb de oversteek per veerboot naar de Waddeneilanden vaak gemaakt, maar zo heb ik het Wad nog nooit eerder beleefd.

Zeilend door de geulen van de Waddenzee waar de brede veerboten niet kunnen komen, ontvouwt zich het buitengewone ecosysteem waar zeehonden, bruinvissen en miljoenen trekvogels zich thuis voelen. Het samenspel van steeds smaller wordende slenken en verschuivende zandbanken is immens verraderlijk voor schepen; de zeebodem rond de eilanden ligt bezaaid met eeuwenoude wrakken.

‘Bijna vanaf het moment dat de zeekaarten worden gedrukt, zijn ze alweer achterhaald,’ vertelt schipper Tsjerk Hesling Hoekstra, terwijl we over het ruige zeegat Stortmelk zeilen richting Vlieland. De dieprode zeilen vangen een sterke westenwind en het dek kantelt. Ik leun tegen de reling en leg met een simpele knoop die ik van de maat Thijs geleerd heb het bakstag vast. Achter ons wordt de 16e-eeuwse vuurtoren Brandaris op Terschelling verlicht door de namiddagzon. ‘Het varen hier is zo divers,’ zegt Tsjerk. ‘Ik heb gezeild van Noorwegen tot Zuid-Afrika, maar voor mij haalt niets het bij de Waddenzee.’

Tsjerk kocht de Willem Jacob toen hij nog maar 19 was, een student in Groningen. Een schip om op te wonen en op te knappen. Zijn bescheiden verblijf ligt onder de achtersteven en het grote ruim is omgebouwd tot een ruime kombuis en een moderne slaapzaal voor tot 18 personen. Elke dag stappen er weer nieuwe passagiers aan boord. We ontmoeten een jong boerenstel uit Friesland dat nog nooit heeft gevaren, gepensioneerde vakantiegangers, een gezin uit de Randstad en een oma met haar kleinkind, een jongen van 10 die van oor tot oor staat te grijzen als Tsjerk hem een rak lang laat sturen.   

Tijdens onze week op het schip leer ik veel over zeilen, maar misschien nog wel meer over onthaasten. Het leven aan boord loopt synchroon aan het ritme van de getijden. Ik zie steeds meer schoonheid in het monotone landschap van zandbanken en de dan weer staalgrijze, dan flessengroene zee.

Schipper Tsjerk Hesling Hoekstra op de Willem Jacob | Foto: Jurrien Veenstra

Op een bewolkte middag stuurt Tsjerk het schip ondiep water in, waar we het anker uitwerpen en op laagwater wachten. Aan de horizon lijken de donkere wolken zich met de zee te vermengen. Als we zijn drooggevallen, klauter ik samen met scheepskok Ingrid Onstenk de Willen Jacob af. ‘De zeebodem herbergt veel delicatessen, zoals oesters, mosselen en andere schelpdieren,’ vertelt ze. We wandelen naar een diepe poel gemaakt door het roer van het schip, waar doorzichtige garnalen rondzwemmen. ‘En kijk!’ Ingrid bukt en plukt een sliert felgroene zeesla van de bodem. ‘Het hecht zich aan kleine objecten zoals schelpen,’ zegt Ingrid. ‘Je kunt het bakken als chips en het is ook heerlijk in een salade.’

Als we later die week aanleggen in het haventje van De Cocksdorp op Texel, wijst Ingrid op bloeiend lamsoor en zeekraal dat tussen de stenen groeit. Op Vlieland en Ameland groeien de bramen in de duinen rijen dik. Op onze laatste dag aan boord huren Jurrien en ik fietsen in de haven van Schiermonnikoog en bezoeken we De Tuin naast de Branding, om verse groenten te halen voor Ingrid. De zelfpluktuin staat vol grote kroppen rode sla, prei, radicchio, koolrabi en sjalotten – betalen kan via een onbeheerd geldkistje. We besluiten met een omweg terug te fietsen, langs het enige dorp op het eiland en over de schelpenpaden van Nationaal Park Schiermonnikoog. Op een hoge duin laten we onze fietsen achter en dalen we af naar het breedste strand van Europa. Het is eb, dus het is een lang stuk wandelen voor een frisse duik.

Terug op het schip is Ingrid druk met de bereiding van een feestmaal. Als we de trossen losgooien, staat de lange tafel in het ruim vol met schalen vol met verse vis, schaaldieren van het wad, botergele krieltjes en een aromatische salade met komkommer, sesamzaad en zeesla. We scheppen onze borden vol en nemen ze mee naar buiten het dek op, waar de zon voorbij het Wad langzaam richting de horizon zakt. Er is geen gepruttel van een motor te horen, geen verkeer in de verte – enkel het geluid van de klapperende zeilen en, vanaf een zandbank, het gekwetter van vogels die net aanschuiven voor hun eigen banket.

Make it happen

Van april tot september zeilt de Willem Jacob als duurzame veerdienst naar de Waddeneilanden (vanaf €31 voor een overtocht; eilandhopper.nl). Je kunt opstappen in Lauwersoog of op een van de eilanden; op de website vind je een handige zoek & boek-module. Lauwersoog is prima met het openbaar vervoer bereikbaar. Het handigste is om met de trein naar Groningen te reizen en vanaf hier de rechtstreekse bus naar de haven van Lauwersoog te nemen (vanaf €8; qbuzz.nl), waar de Willem Jacob meestal een keer per week aanlegt.

Openingsbeeld: Jurrien Veenstra