Column Dennis Storm: Burning Man ’09

Dennis Storm
Column Dennis Storm: Burning Man ’09

Zojuist heb ik een fotoalbum gevuld met 289 foto’s doorgespit. Titel van het album: “Burning Man ’09”. Na ruim een uur twijfelen heb ik uiteindelijk voor deze foto gekozen, een vastgelegd moment tijdens de laatste avond waarop “The Man” tot as werd verbrand. Het probleem met Burning Man is dat het festival te immens is om in één foto te duiden. In tegenstelling tot een scala aan bekende dance-festivals dekt een foto van een uitdagend geklede euforische jongedame met een hippie-bandje in haar haar en haar armen in de lucht wat betreft Burning Man bij lange na de lading niet. Juist daarom deze foto, om het bewust in nevelen gehuld te laten. 

Burning Man kent een prachtige historie en een in deze tijd ongekend waardevolle filosofie. Gejaagdheid, hebzucht en materiële ambities bestaan niet, maar om dat goed in woorden uit te drukken heb ik er meer nodig dan de 500 die mijn column telt. Sterker: volgens mij kan zelfs de beste schrijver met een oneindige hoeveelheid woorden de realiteit van het festival niet overbrengen zonder het festival tekort te doen dan wel zich te verliezen in overdreven romantiek.

Aan de ene kant is er de praktische onvoorstelbaarheid dat er midden in de Black Rock Desert een stad voor 50.000 mensen wordt gebouwd die een week later alweer verdwenen is. Tegelijkertijd is er de onvoorstelbaarheid wanneer je na 5 dagen in de bloedhete woestijn, waarin standaardvoorzieningen zoals koeling uitzonderlijke luxe zijn, een waterijsje krijgt aangeboden. Waar komt dat ijsje vandaan? Iemand heeft haar kleine koeling al die dagen opgeofferd om nu op deze dag mensen blij te maken met een waterijsje. Geld bestaat niet en dus geef ik haar een knuffel en een paar flinke slokken water als dank. Maar waar haal ik nu, jaren later, in hemelsnaam de woorden vandaan om het gevoel te beschrijven dat er bij zo’n klein moment komt kijken? 

’s Ochtends sprinten mensen naakt door de straten van Black Rock City achter de waterwagen aan om zich al rennend op te kunnen frissen. De stoffige stad is gevuld met de mooiste kunst denkbaar, van zelfgebouwde schepen op wielen tot in de wind dansende vlinders van tien meter hoog. En naarmate het einde van de week nadert wordt alle kunst in de fik gestoken, niets wordt achtergelaten, alles is vergankelijk. 

De laatste avond, tijdens de grote verbranding van “The Man”, bereikt de ontlading en het feest haar hoogtepunt, maar de voorlaatste avond is het mooist. Dan wordt “The Temple” verbrand, het houten kunstwerk zo groot als een wereldwonder. Gedurende de hele week delen bezoekers in The Temple hun verliezen, trauma’s, vervlogen dromen, leed en grootste angsten. De tempel wordt langzaam volgeschreven, de jongen die huilend en woest “Let go!” schreef vergeet ik nooit. Net zomin als ik de energie kan vergeten die vrijkwam toen de tempel in vlammen opging. Maar hoe kan ik die ervaring hier eer aandoen? Volgens mij is dat onmogelijk. Dus google, lees, kijk, maar probeer er vooral zelf eens naartoe te gaan. 

Lees ook de eerste column van Dennis: 'Zien zonder te kijken'

Deze column verscheen in het aprilnummer van Lonely Planet Traveller. Deze kun je hier bestellen.

Openingsbeeld: Dennis Storm


Volg Lonely Planet op Instagram