Op enkele plekken in Papoea-Nieuw-Guinea gelden veiligheidsrisico's. Klik hier voor het recente reisadvies van nederlandwereldwijd.nl

Welkom in Papoea-Nieuw-Guinea


Reizen in Papoea-Nieuw-Guinea kan een uitdaging zijn. Het land is niet ingesteld op reizigers en er is maar weinig informatie beschikbaar in boeken en op websites, waardoor het kan voelen alsof je het Grote Onbekende inloopt. Dit maakt het voor veel reizigers juist leuk om dit land te bezoeken. Niets is aangepast op toeristen, dus de hele ervaring is authentiek.

Het hoofdeiland Bougainville is vooral een “houtje-touwtje” onderneming. De adembenemende natuurlijke schoonheid en talloze complexe culturen bieden een meeslepende levenservaring. Het eiland Nieuw-Guinea, waarvan Papoea-Nieuw-Guinea het meest oostelijke deel is, is negen keer kleiner dan Australië, maar heeft meer diersoorten. PNG is het biologische spiegelbeeld van Australië: de naties hebben een gemeenschappelijke geschiedenis die miljoenen jaren terug gaat, maar Australië is plat en droog terwijl PNG nat en bergachtig is. Het resultaat is dat de Australische kangoeroes over de droge vlakte huppen en ze in PNG het regenwoud beklimmen.

Wie een kijkje in de fascinerende inheemse culturen van PNG wil nemen, moet naar de Highlands (het stadje Tari is een goede plek om traditionele Huli te zien). De provincies Central, Oro en Milne Bay bieden prachtige riffen en historische monumenten uit de oorlog kan zien, inclusief de populairste attractie van het land, de Kokoda Track. De D’Entrecasteaux-eilanden maken ook deel uit van deze oostelijke provincies. Verder kom je niet van de bewoonde wereld vandaan. Deze eilanden zijn door de wereld vergeten: bergachtig, overgroeid met jungle en nog door geen mens aangetast. De zanderige hoofdstad Port Moresby is daarentegen groot, uitgestrekt en intimiderend, tenzij je de slechte media-aandacht kan negeren.

PNG is dankzij de ligging één van de meest diverse regio’s op aarde. Het bergachtige terrein heeft op twee manieren diversiteit voortgebracht: geïsoleerde bergketens zijn vaak de thuisbasis van unieke flora en fauna die nergens anders te vinden zijn, en je vindt steeds andere soorten hoe te hoger je komt. De laaglanden heeft jungles die ogenschijnlijk hetzelfde zijn als die van Zuidoost Azië. Maar de dieren zijn verassend anders: cassowaries in plaats van tapirs en buideldieren in plaats van apen.

De grootste diversiteit van het dierlijk leven bevindt zich ongeveer 1500 meter boven zeespiegel. De voorouders van veel van de buideldieren die in deze bossen te vinden zijn, zijn zo’n vijf miljoen jaar geleden uit Australië gekomen. Terwijl Australië uitdroogde verdwenen zij van het continent, maar in Nieuw-Guinea konden ze blijven groeien en evolueren, met unieke fauna als gevolg. Paradijsvogels en Bowerbirds zijn er in overvloed en het woud bestaat uit bomen die typisch zijn voor de bossen van het oude Gondwana. Hoe hoger je komt, des te mossiger en kouder de bossen worden. Eenmaal 3000 meter boven zeespiegel worden de bossen onvolgroeid en kronkelig. Dit wordt het elfachtige bos genoemd, waar veel honingeters, inheemse knaagdieren en enkele unieke overblijfselen uit de prehistorie, zoals de gigantische vachtegels, te vinden zijn. Nog hoger nemen de bergweiden en kruidenvelden het van de bomen over. Hier zijn veel wallaby’s en kleine vogels, zoals de Woudvliegenvanger, te zien. Er kan af en toe sneeuw vallen en ’s ochtends vroeg ligt er een laagje ijs op de plassen.

Openingsbeeld: Byelikova_Oksana / iStock