Wandel naar het einde van de Wereld

Sara van Geloven

De afgelegen zuidelijke Andes herbergt misschien wel de indrukwekkendste wilde landschappen van Zuid-Amerika. Wandel in de schaduw van de granieten pieken van Nationaal Park Torres del Paine in Chili, voel de ijzige wind van de immense Perito Moreno-gletsjer in Argentinië en beleef een wereld in overtreffende trap.

Het klinkt als een onweersbui in de verte, ik hoor diep gerommel en af en toe een harde knal, vermengd met het constante geluid van stromend water: geen regen die valt, maar honderden onzichtbare rivieren en watervallen die zich een weg banen langs hellingen van ijs. Zoals vele reizigers voor mij had ik me al een beeld gevormd van Perito Moreno voordat ik de ijsmassa ooit aanschouwde. Ik zag de torenhoge schotsen en immense muur van misschien wel de beroemdste gletsjer op aarde voorbijkomen op Instagram, ansichtkaarten en in boeken. Maar hoe de gletsjer zou klínken, daar had ik geen idee van.

‘Deze gletsjer van zo dichtbij meemaken, het doet echt iets met je,’ zegt natuurgids Fabian Haedo. ‘Er zijn vele indrukwekkende gletsjers op de wereld, misschien nog wel mooier en groter dan Perito Moreno. Maar het is de ligging die deze gletsjer zo beroemd maakt.’ Perito Moreno ligt in het Argentijnse Nationaal Park Los Glaciares en wordt gevoed door het Zuid-Patagonische IJsveld, dat het zuidelijke deel van de Andes op de grens tussen Chili en Argentinië bedekt. Perito Moreno glijdt tussen twee uitlopers van het gebergte een ondergelopen vallei in, waar de ijsmassa tot stilstand komt vlak voor het schiereiland Magallanes. De hellingen van het schiereiland vormen een natuurlijk uitkijkpunt en er zijn verschillende wandelpaden aangelegd om de gletsjer van zeer dichtbij te kunnen bewonderen.

‘De twee meren aan weerszijden van Perito Moreno worden om de zoveel jaar van elkaar gescheiden door de gletsjer, die wel twee meter per dag vooruit kan kruipen. En door de druk breekt deze afscheiding eens in de zoveel tijd weer, een spectaculair gezicht. De laatste keer dat het gebeurde was afgelopen jaar, dus de doorgang is nu vrij, gevuld met afgebroken ijsbergen. Zullen we het van dichterbij bekijken?’ Ik volg Fabian richting een voetpad dat langs de helling afdaalt, terwijl er een ijzige wind opsteekt die over de witte vlaktes van Perito Moreno naar ons toe raast.

Schiereiland Magallanes en de Perito Moreno-gletsjer

Een week eerder stap ik samen met fotograaf Jurrien in een gehuurde 4x4 in het Chileense stadje Puerto Natales, de poort tot Nationaal Park Torres del Paine, buur van Nationaal Park Los Glaciares. Samen behoren de parken tot de zwaargewichten van de uitgestrekte en onherbergzame regio Patagonië, die twee landen bestrijkt.

Net buiten Puerto Natales strekt de Patagonische steppe zich voor ons   uit. Er lijkt geen mens te bekennen. De door de harde westenwind over de Stille Oceaan aangevoerde wolken blijven hangen rond de hoge pieken van de Andes, waardoor op de steppe ten oosten van het gebergte maar weinig neerslag valt. Het is een ruig en onbevolkt landschap met oneindige luchten. Hier en daar passeren we een estancia met gigantische lappen grond en een paar verdwaalde schapen of paarden. En dan doemen er met sneeuw bedekte pieken op in de verte, wordt het landschap glooiender en verschijnen er struiken en zelfs bomen langs de weg. We hebben het domein van de machtige Andes betreden.

Precies op dat moment zien we een paar grote schaduwen over de onverharde weg glijden. Jurrien grijpt naar zijn camera: twee zwarte vogels zweven ver boven ons op de wind, hun brede vleugels wijd uitgespreid. Ze zijn zo groot dat ik vanuit de auto de puntige veren aan beide uiteindes kan onderscheiden, als uitgestrekte vingers. De Andescondor is met een spanwijdte van meer dan drie meter een van de grootste vogels ter wereld. De vogels cirkelen hoger en hoger, en hoewel ze geen moment met hun vleugels slaan, leggen ze in een minuut tijd toch een enorme afstand af. We volgen ze door de lucht totdat ze achter een verre heuveltop verdwijnen en rijden dan verder – de pieken van de Andes lonken.

Vanaf de oevers van de brede rivier de Serrano, net buiten de poort van het nationaal park, zien we ze dan eindelijk in volle glorie: de granieten bergtoppen van Torres del Paine tekenen zich af tegen de horizon. Hier ontmoeten we wandelgids Alain Pernau. Hij zal wat wandeltips met ons delen voordat we op eigen houtje het park in trekken. ‘Patagonië is gigantisch uitgestrekt en afgelegen. En om dan hier, haast aan het einde van de wereld, zo’n plek tegen te komen, dat is zo bijzonder,’ zegt Alain. Hij wijst richting de met sneeuw bedekte toppen in de verte. ‘Torres del Paine staat bekend om de schoonheid van de granieten pieken, de spectaculaire berglandschappen. Maar het is nog meer dan dat: je vindt er gletsjers, bossen, de steppe en wilde dieren, van poema’s tot guanaco’s, hun prooi. En dat allemaal geconcentreerd op deze ene plek.’

Alain komt uit Santiago, waar hij ecotoerisme heeft gestudeerd. ‘Het is een prachtige stad, maar ik hou van buiten zijn. Hier loop ik bijna elke dag hard in het park met de waanzinnigste uitzichten. En elke dag is weer anders. De meeste bezoekers komen om de Circuito W te hiken, vernoemd naar de W-vorm van de drie valleien die je in drie dagen doorkruist. En dat is zeker een ontzettend mooie route, maar er zijn nog veel meer wandelpaden in het park, die vaak een stuk rustiger zijn. Op de minder bezochte routes kun je het park en de landschappen nog in alle stilte beleven.’

De wandelroute naar Lago Grey leidt over een zwaaiende hangbrug

Alleen al rijden door Torres del Paine is een waanzinnige ervaring. Het ene na het andere verpletterende landschap ontvouwt zich, van melkig blauwe meren, gevoed door mineraalrijk gletsjerwater, tot heuvels bedekt met knoestige bomen.
En altijd zijn daar de bergtoppen waar je blik naartoe wordt getrokken, door jarenlange erosie geschapen, als slagroompieken opgeklopt tot vreemde vormen. De landschappen zijn legendarisch en dus ook niet bepaald onbekend. Met onze 4x4 kunnen we gelukkig op eigen houtje en tempo de landschappen ontdekken, weg van de massa.

Met Alains advies in gedachten beginnen we onze eerste wandeldag met een van de minder bezochte, kortere routes. We parkeren de auto bij Lago Grey aan de westzijde van het park. Het waait hard, zoals vrijwel altijd in Torres del Paine. Het eerste stuk van de wandelroute voert door een dicht bos, waar boven ons de bladeren ritselen, maar het verder rustig is. De lucht ruikt er naar aarde en we komen slechts een paar andere wandelaars tegen. En dan stappen we de bosrand uit, een uitgestrekt kiezelstrand op aan Lago Grey, waar de wind volledig vrij spel heeft. Golven beuken tegen de oever en laten brokken ijs achter op het strand. Het zijn de overblijfselen van de immense ijsbergen die we verderop in het meer zien drijven en die afgebroken zijn van de Greygletsjer, net zichtbaar in de verte. Het meer en de gletsjer doen hun naam vandaag eer aan; ze zijn zo grijs als de wolken erboven. De ijsbergen zijn juist helderblauw, sommige zo groot als onze auto, maar onder invloed van de elementen zullen ze in slechts een paar dagen tijd smelten tot de kleine ijsklompen die op het strand aanspoelen. Het is prachtig, maar ook triest om te zien. De Greygletsjer is sterk onderhevig aan de wereldwijde terugtrekking van gletsjers door de opwarming van de aarde.

Half dubbelgevouwen tegen de keiharde wind voel ik de spetters van de brekende golven op mijn gezicht. Het woord onherbergzaam lijkt voor deze plek uitgevonden te zijn. En toch voelen bepaalde dieren zich hier thuis. Aan het einde van de wandeling passeren we een in de rukwind zwaaiende hangbrug over een kolkende rivier. Ik houd me bij het oversteken goed vast aan de reling als ik beweging aan de oever voor me spot: een vos komt tevoorschijn uit het struikgewas. Hij loopt rustig richting de rivier en buigt zijn kop om ongestoord te drinken. Na een laatste lik met zijn tong kijkt hij op en met een zwiep van zijn staart is hij in een oogwenk weer tussen de bomen verdwenen. 

Een opvallende verschijning in het oosten van Torres del Paine: een Chileense flamingo

Hoe verder we ons naar het oosten van het park begeven, hoe zeldzamer de begroeiing wordt. Het is hier droger, een klimaat dat past bij de steppe, en de constante wind raast over de vlaktes en heuveltoppen. We wandelen vandaag vanaf het Pehoémeer naar het Cuernos-uitkijkpunt. De wandeling begint bij een waterval, waar de wind het vallende water opzweept en het zonlicht vangt in een regenboog. Het pad voert vanaf hier een heuvel over en we kijken uit over een desolate vallei. Bosbranden aangestoken door onoplettende   bezoekers zijn een constant gevaar in het park en op deze plek ging het een paar jaar geleden mis. Zwart en wit geblakerde geraamtes van bomen vormen een naargeestige aanblik. Als we de vallei doorkruisen, zien we echter dat het landschap zich aan het herstellen is. Nieuwe scheuten banen zich een weg tussen lichtgroen gras en mos. Een delicatesse voor de beroemde grazers van het park.

Een harem van een stuk of tien guanaco’s begeeft zich tussen de boomkarkassen. Hun rossige vacht is grof en staat alle kanten op in de wind. Ze zijn flink gebouwd, de grootste van de wilde lamasoorten. Ze zien er, vooral als ze kauwen, zeer komisch uit, maar ze zijn goed aangepast aan dit ruige landschap. Met hun grote bruine ogen houden ze ons scherp in de gaten, en hun lange oren draaien alle kanten op, constant gericht op gevaar. En gevaar is er, want er leven in en rond dit park wel een stuk of honderd poema’s – de guanaco vormt hun natuurlijke prooi. Alain vertelde ons dat hij twee weken geleden nog tijdens zijn hardlooprondje een poemamoeder met drie jongen spotte. We zijn tijdens het wandelen dan ook op onze hoede, maar de kans dat je overdag een poema tegenkomt is maar heel klein. 

Al snel verschuift onze aandacht weer naar de sterren van Torres del Paine: de granieten pieken van het Painemassief die het park zijn naam hebben gegeven. Vanaf het Cuernos-uitkijkpunt strekt het donkere gebergte zich uit richting de blauwe hemel boven het cyaankleurige Nordeskjöldmeer. Dit landschap is zo onaards, het heeft haast iets surrealistisch om erdoorheen te kunnen lopen. Wandelend door het natuurschoon van het park voel ik me tegelijkertijd nietig en verbonden met de elementen om me heen.

Perito Moreno is maar liefst 30 kilometer lang

Op de laatste dag van onze reis vangt natuurgids Fabian dit gevoel in woorden, staand op het uitkijkpunt van het Argentijnse schiereiland Magallanes dat het dichtste bij de Perito Moreno-gletsjer ligt. We zijn nog steeds zo’n honderd meter van de immense muur van ijs verwijderd, en toch voelt het alsof we hem bijna zouden kunnen aanraken. De azuurblauwe toppen hebben van zo dichtbij grillige vormen gekregen: ik ga er kerktorens in zien, vingers en zelfs gezichten.

‘De landschappen van Patagonië zijn zo groots, zo overweldigend. En om zo dichtbij zo’n gletsjer te kunnen komen – dat doet wat met je.’ Fabian glimlacht. ‘Ik kan je allerlei feiten vertellen, dat Perito Moreno groter is dan Buenos Aires bijvoorbeeld, en dat de rand meer dan 60 meter hoog is. Maar om hier te staan, de vreemde vormen van de bevroren toppen en de uitgestrekte ijsvelden met eigen ogen te kunnen zien – het is haast emotioneel. Ook voor mij nog, ik werk hier nu al acht jaar als gids en kom uit de buurt, uit El Calafate, maar Nationaal Park Los Glacieres en Perito Moreno in het bijzonder blijven voor mij zo speciaal. Deze landschappen, ik ben ermee verbonden. En ik hoop dat we er met zijn allen voor kunnen zorgen dat ze behouden blijven.’ 

Make it happen

Hoe er te komen
Torres del Paine en Los Glaciares, het park waar Perito Moreno deel van uitmaakt, mogen dan buren zijn – ze liggen in verschillende landen en de afstanden zijn in Patagonië groot. Naar Puerto Natales, de poortstad voor Torres del Paine, vlieg je het makkelijkst vanuit Santiago, in circa 3 uur. Met KLM kun je vanaf Schiphol in circa 18 uur met een tussenstop in Buenos Aires naar Santiago vliegen. Naar El Calafate, de poortstad voor Los Glaciares, vlieg je het makkelijkst vanuit Buenos Aires, ook in circa 3 uur. Met KLM vlieg je vanaf Schiphol in circa 13 uur rechtstreeks naar Buenos Aires (skyscanner.nl).

De route
Haal een huurauto op in Puerto Natales om op eigen houtje Torres del Paine te ontdekken en makkelijk naar het startpunt van de verschillende daghikes te kunnen rijden. Overweeg twee extra’s: vierwielaandrijving vanwege de veelal onverharde wegen, die soms behoorlijk wat gaten hebben, en een auto met grote tank omdat er in het park zelf geen tankmogelijkheid is. De parkpas voor Torres del Paine kost circa €25 en is drie dagen geldig. Je kunt er na je bezoek aan het park tegen een meerprijs voor kiezen de auto mee de grens over te nemen naar El Calafate, maar er is ook een goede busverbinding tussen Puerto Natales en El Calafate. De reis duurt rond de 6 uur. Vanaf El Calafate aan het Argentinomeer is het nog zo’n 1,5 uur rijden in een huurauto naar Perito Moreno. De parkpas voor Los Glaciares is circa €10 en is een dag geldig. Je kunt er ook voor kiezen je reis om te draaien en Perito Moreno als eerste te bezoeken.

Wanneer gaan
In de wintermaanden van het zuidelijk halfrond zijn veel wandelroutes in Torres del Paine vanwege sneeuwval onbegaan-baar. De zomer, van december tot februari, is het hoogseizoen, en het drukst. De lente en herfst zijn een fijn alternatief. In oktober en november heb je veel daglicht en kans op goed weer, en in maart en april zie je in beide parken prachtige herfstkleuren.

Vámonos Travels
De Patagonië-specialisten van fly-drive expert Vámonos Travels kunnen een individuele rondreis op maat voor je uitstippelen door Torres del Paine en Los Glaciares, zodat je op eigen houtje en tempo de landschappen kunt ontdekken, weg van de massa. 

Meer informatie
Meer over Patagonië lees je in de Lonely Planet-gidsen Argentina en Chile & Easter Island. De hoofdstukken over Patagonië kun je ook los downloaden (€3,50 per hoofdstuk). Kijk ook op argentina.travel en chile.travel.

Tekst: Sara van Geloven
Fotografie: Jurrien Veenstra