Natuurbehoud in Peru: Nationaal Park Manu

Redactie Lonely Planet
Natuurbehoud in Peru: Nationaal Park Manu

Een spannende afdaling van de Andes naar het Amazonegebied brengt je naar het hart van het regenwoud en naar een succesverhaal van natuurbescherming in het Nationaal Park Manu in Peru. 

Stilte bestaat niet in het regenwoud. Overdag heerst een samenzang van vogelliederen. Zo hoor je onder andere het schrille gekwetter van enorme ara’s die in allerlei kleuren aanwezig zijn, het verbaasd klinkende fluitje van een toekan en het vreemde plop-gezang van de kastanjebruine zangvogel Montezuma oropendolan. ’s Nachts breekt het gekwaak van amfibieën en het gekrijs van slingerapen in de verte los, en dat alles wordt weer overstemd door een koor van miljoenen cicaden die zoemen en fluiten onder een heldere sterrenhemel. 

Bij het Manu Learning Centre, een onderdeel van het Biosphere-reservaat dat 15.000 vierkante kilometer van het zuidwestelijke Amazonegebied beslaat, is een verbazingwekkende overvloed aan leven te vinden. De nette palmhutten van het educatiecentrum worden omringd door een dikke muur gebladerte dat wilde dieren verbergt zoals wollige apen, tapirs en zelfs boa constrictors. 

Gek genoeg was dit gebied minder dan 40 jaar geleden nog een haciënda, beplant met cacao- en bananengewassen. Sinds een deel ervan het beschermde Nationaal Park Manu is geworden in 1977, is het gebied langzaam maar zeker weer teruggewonnen door het woud. Dagelijks trekken wetenschappers en vrijwilligers van het reservaat eropuit over de modderige junglepaden om toezicht te houden op de voortgang. 

Krista Karlson (links) en vriendin documenteren de vlinderpopulatie | Foto: Philip Lee Harvey / Lonely Planet

Krista Karlson, een 18-jarige milieukunde- student, haalt een emmer om de voedings- bakjes voor de vlinders te vullen. ‘Soms gebruiken we geprakte banaan om ze te lokken,’ vertelt ze met een Noord- Amerikaans accent, ‘maar ze houden van alles wat sterk ruikt, dus vandaag gebruiken we visingewanden.’ Ze houdt de emmer omhoog om het te laten zien en trekt haar neus op. ‘Vlinders zijn eigenlijk een beetje walgelijk.’ 

De kleurrijke vlinders die langs elk pad in caleidoscopische cirkels lijken te wervelen, zoals de regenboogkleurige Harmonia mantle en de blauwe Morpho menelaus, beiden zo groot als vleermuizen, worden niet alleen op hun schoonheid gecontroleerd. Ze worden beschouwd als “indicatorsoorten” en geven aan dat het herboren woud weer een bewoonbaar milieu is. 

‘Als mensen over alle houtkap en vernietiging van het regenwoud horen, veroorzaakt dat een gevoel van wanhoop,’ zegt zoöloog Andy Whitworth uit Manchester. Met zijn lange postuur moet hij gebukt over de paden in het woud lopen onder de laaghangende takken. ‘Maar dit project heeft bewezen dat ontboste gebieden zich kunnen herstellen. Ons onderzoek wijst uit dat wel 90 procent van de dierensoorten uit de onaangetaste gebieden ook hier kunnen leven, in een secundair regenwoud. Dat geeft mensen hoop.’ 

Een sabelsprinkhaan | Foto: Philip Lee Harvey / Lonely Planet 

Andy heeft hier gedurende zijn tijd poema’s, pardelkatten en ontzettend schuwe jaguars in het omliggende woud gespot, maar vandaag is hij erg enthousiast over een kleine vondst. Het is een sabelsprinkhaan: een groot, groen insect met gevaarlijk uitziende gekartelde kaken. ‘Ik heb deze soort hier nog nooit gezien,’ zegt Andy. Dan bijt de sabelsprinkhaan hem in zijn vinger. Zijn gezicht betrekt, en hij klemt zijn kaken op elkaar. ‘Tja,’ zegt hij vervolgens met een grimas, ‘ik ben in zijn omgeving, niet andersom. Hij mag doen wat hij wil.’ Hij grijnst en steekt zijn gewonde vinger in zijn mond, terwijl we dieper de jungle induiken. 

Dit is het vierde deel van een vijfdelige serie over de hoogtepunten van Peru. Lees hier deel 1, deel 2 en deel 3

Openingsbeeld: Philip Lee Harvey / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram