Maak kennis met de charmes van Twente

Sophie Bous

Het zuidoosten van Twente, rondom de gemeente Haaksbergen, kent een interessante, soms ingewikkelde balans tussen heden en verleden en tussen mens en natuur. Ontdek de verhalen die door dit unieke, lege stukje Nederland meanderen als de Buurserbeek

In het zuidoosten van Twente krijgt de natuur stukje bij beetje de overhand. Boerenland wordt omzoomd door de voor de regio typerende houtwallen, die hier en daar overgaan in plukjes bos. Natuur en cultuur meanderen hier door elkaar, net als de Buurserbeek die de natuurgebieden in dit hoekje van Overijssel horizontaal in tweeën splitst; de natuurgebieden Buurserzand en Witte Veen ten noorden ervan, het Nationaal Park Haaksbergerveen in het zuiden.

Vanaf de fiets trekt het landschap aan me voorbij. Veel grasland, want de grond is hier voor veel andere cultivatie minder geschikt. ‘Deze velden waren vroeger moeras,’ vertelt Jesse Beil. ‘En nu worden delen van deze velden weer teruggegeven aan de natuur, om langzaam opnieuw moeras te worden.’ Jesse is eigenaar van het restaurant Captain Jack in Buurse en kent de omgeving op z’n duimpje. Op een bepaald moment stapt hij af, precies op de hoek van een veld, waar het boerenlandschap overgaat in een wijds en wilder gebied. ‘Dit wordt Siberië genoemd,’ zegt hij en ik begrijp de gelijkenis. De omgeving oogt kaal en dor, en is als je door je wimpers kijkt misschien zelfs toendra-achtig te noemen. ‘Omdat hier weinig beschutting is, kan het hier ook hartstikke koud zijn.’ Het is tegenwoordig het startpunt voor enkele wandelroutes door het Haaksbergerveen, maar zo’n twee eeuwen geleden werd er in dit gebied nog hard gewerkt: er werd turf gestoken voor de textielindustrie. Het hoogveen bood een perfecte brandstof om de textielnijverheid, waar Twente al langer bekend om stond, tijdens de Industriële Revolutie te mechaniseren. 

Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw heeft de natuur weer de ruimte gekregen in het Haaksbergerveen, maar de aandenkens aan de turftijd zijn voor de oplettende kijker nog te zien. ‘Het veen was als een soort sawa,’ zegt Jesse als hij weer opstapt om verder te fietsen. ‘Het werd opgedeeld in vierkanten, omgeven door dijken om de turf op te drogen te leggen.’ Hij wijst tussen een warrig begroeid stukje bos, waar een verhoging waar te nemen valt. ‘Daar kun je nog zo’n dijk zien.’ 

Haast Scandinavische taferelen aan het Buursermeertje | Foto: Sophie Bous

We passeren een moerassig landschap, met vlonderpaden over het veen en droge grassen. Dan weer rijden we door een stukje bos, waar het pad tussen de bomen slingert. Overal vinden we weer poelen en plassen, spiegelglad tussen het hoge, dorre gras, waarin het veenmos zich stukje bij beetje aan het herstellen is. ‘Turf ontstaat door lagen van veenmos die groeien en afsterven, waar bovenop weer een nieuwe laag mos groeit,’ legt Jesse uit. ‘Het doel is hier om uiteindelijk het veen weer te herstellen naar hoe het ooit was, maar dat gaat maar heel traag.’ Dat herstel is vanuit biologisch en historisch oogpunt interessant, maar heeft ook een positief effect op het milieu: hoogveen is in staat om veel CO₂ op te slaan. Toch betekent natuurherstel niet dat de natuur helemaal de vrije loop gelaten kan worden, want onder meer berken en vliegdennen verstoren de groei van het veen. ‘Die opslag wordt door vrijwilligers verwijderd,’ zegt Jesse. ‘Maar ook plaatselijk vee helpt door in deze gebieden te grazen mee.’

De natuur wordt in de omgeving verder ondersteund met een soort bufferzone, om de overgang tussen natuur en bewoonde wereld niet te abrupt te maken en daarmee wederzijdse invloed te voorkomen. ‘De buffer moet uiteindelijk een kilometer breed worden,’ zegt Jesse terwijl we het noordelijker gelegen Buurserzand in fietsen. ‘Dat is goed voor de natuur, maar kan voor boeren soms lastig zijn.’ Boeren moeten hun land verkopen of afstaan, wat pijnlijk kan zijn als dat land al generatieslang in de familie is, of als hele families zelfs herplaatst moeten worden. De balans tussen mens en natuur is hier precair.

We passeren voormalige boerengrond die in recente jaren is teruggegeven aan de natuur. Hiervan zijn de bovenste lagen afgegraven, waardoor oerzaden in de grond weer de kans krijgen om op te komen. En dat kan best snel gaan. Een woest ogende vlakte met heide, poelen en struikachtige begroeiing blijkt nog in de afgelopen paar jaren te zijn afgegraven. Heide is een overgangsplant en sterft dus uiteindelijk weer om voedingsbodem te worden voor nieuwe begroeiing. Toch past deze tussenfase goed bij het Buurserzand, een natuurgebied dat hoofdzakelijk uit heide, natte gronden en soms meer dan 100 jaar oude jeneverbesstruiken bestaat. Natuurmonumenten kreeg het gebied in het begin van de 20ste eeuw van leden van de Enschedese textielfamilie Van Heek – het was hun eerste natuurgebied in Overijssel.

Het Buurserzand was een woest gebied dat door de familie werd gekocht en gebruikt om medewerkers te laten recreëren. ‘Van Heek merkte dat zijn fabrieksmedewerkers last kregen van hun longen,’ zegt Jesse. ‘Hij bedacht dat tijd doorbrengen in de natuur goed zou zijn voor hun gezondheid.’ Aan de rand van een klein meertje, beschut tussen hoge bomen, stapt Jesse weer af. Een groep eenden en ganzen dobbert kwetterend over het oppervlak en in de verte klinkt een specht. ‘Dit is het Buursermeertje, maar eigenlijk is het niet echt een meer,’ zegt Jesse. ‘Het is een met de hand aangelegd zwembad.’ Ook ik kom tot rust tussen de heide, plukjes bos en relatieve stilte van het Buurserzand. We fietsen zo’n 25 kilometer, pauzeren met zelf meegebrachte koffie en kruidkoek, en onderweg wordt het ondanks het mooie weer nooit echt druk; het lijkt alsof een klein stukje Nederland even voor onszelf hebben. Jesse begrijpt het. ‘Het is zoals Van Heek al zei: “De natuur doet meer met je dan je denkt.”’

Meer lezen over Twente? Het volledige artikel staat in het mei-nummer van Lonely Planet magazine. Koop ‘m hier!

Openingsfoto: Sophie Bous