Kaapverdië: Ribeira Grande en het binnenland van Santiago

Redactie Lonely Planet

Dan Cruickshank treedt in de voetsporen van Darwin op de eilanden van Kaapverdië. Na Praia is hij aangekomen in het dorp Ribeira Grande, de oude hoofdstad van Santiago die in 1462 werd gesticht. 

Onder me ligt het dorp, met in het midden de troosteloze, in de steek gelaten ruïne van wat ooit een immense kathedraal is geweest. Toen de kathedraal voltooid werd in de beginjaren van 1580 zal het een van de grootste en meest modieuze klassieke gebouwen buiten Europa zijn geweest. Ik krijg een lift naar deze ongelofelijke plaats – een renaissancestad op een afgelegen vulkanisch eiland dat zich midden in de uitgestrektheid van de Atlantische Oceaan bevindt. 

Darwin vond het dorp een ‘melancholische maar schilderachtige verschijning.’ Tegenwoordig is er echter van melancholie geen sprake meer. In het dorp lijken alleen maar glimlachende mensen te wonen, en rondom de ruïnes van de kathedraal spelen lachende kinderen. Ik vraag hoe het komt dat de kathedraal een ruïne is. ‘Het werd platgebrand door de Engelsen,’ vertelt een beleefde jongeman me. Zoiets vreesde ik al. De Engelsman Sir Francis Drake passeerde het eiland in 1585 op zijn plundertocht naar andere Spaanse eilanden in het Caribische gebied; een taak die hij zo succesvol voltooide dat de Spaanse koning een paar jaar later een wraakactie tegen Engeland uitvoerde. Rond deze tijd werd Portugal en haar bezittingen gedomineerd door Spanje. Ribeira Grande, een rijke stad in de handen van de Portugezen, was een natuurlijk doelwit. Tegenwoordig lijken de Engelsen in de oude hoofdstad te zijn vergeven voor hun goddeloze vandalisme, en ik kan ongehinderd een drankje bij een bar bestellen. Het is er adembenemend. Ik zit direct aan het strand, met om mij heen lage, stenen koloniale huizen en nog een 16de-eeuwse kerk die om de een of andere reden niet door Drake is vernield. Ik krijg witte rum aangeboden, gemaakt van suikerriet dat in enorme hoeveelheden wordt gedistilleerd op het eiland. Meestal wordt het drankje in een fruitbowl geserveerd. Het smaakt heerlijk. 

Ik loop terug over het kleine dorpsplein en zie in het midden een merkwaardige stenen kolom. Er steken mysterieuze metalen staven en ringen uit. Ik vraag waar deze mooie kolom voor werd gebruikt. Een dorpeling vertelt me dat er vroeger slaven aan werden geketend om te worden verkocht of gemarteld. Zo blijkt dat de duistere geschiedenis van het eiland nooit ver weg is. Het is een huiveringwekkend aandenken aan het feit dat de rijkdom op het eiland hier de eerste 350 jaar als kolonie bijna volledig van trans-Atlantische slavenhandelaars kwam. 

Ik besluit om de binnenlandse regio’s van Santiago te verkennen en stuit op een heel ander, groener landschap met hoge, scherpe bergpieken die het vulkanische gebied een ruig, onafgewerkt gevoel geven. De berghellingen bestaan uit agrarische terrassen die boeren en slaven eeuwen geleden hebben aangelegd in een poging om dit rotsachtige land te cultiveren. 

Op deze terrassen groeien tegenwoordig bonen, maïs, suikerriet, bananen, rijst, pinda’s en kokosnoten: het voedsel waar de eilandbewoners van leven. Ik rijd door dorpjes waar mensen opgewekt voor hun huizen staan te kletsen en kom een verzameling gehuchten tegen met de naam “São Jorge van de orgels”. De bijzondere naam is te danken aan de aangrenzende bergtoppen, die een kolonist aan orgelpijpen deed denken. Een van de dorpjes heet São Jorge van het grote orgel en hier, wordt mij verteld, kun je de beste gegrilde karbonades van heel Santiago eten. Het kleine wegrestaurant zit tjokvol en ik ruik het gebakken vlees met acacia en eucalyptus al van verre. 

Dan Cruickshank proeft rum bij een distilleerderij diep in het bos | Foto: Martin Chamberlain / Lonely Planet

Bij São Jorge van het kleine orgel wandel ik ‘s ochtends over een smal, steil paadje richting een beek. Het is ‘s middags op het heetst van de dag, maar de warmte is nu nog uit te houden. De koele wateren en de wind rond Kaapverdië houden de temperaturen draaglijk: in de zomer schommelt die rond 27 °C. Beneden in een vallei staan kleine hutjes met rieten daken. Het riet is zwart- geblakerd door roet en er lijkt stoom uit de grond te komen. Het is een distilleerderij waar ik vers gemaakte rum kom proeven. Het proces is eenvoudig: suikerriet fermenteert in vaten en de kleverige vloeistof wordt in ondergrondse ketels verwarmd om een alcoholische nectar te produceren. Het mengsel wordt in koperen leidingen gedestilleerd. Er verschijnt een man met een stomende, heldere vloeistof die hij afkoelt door het van de ene in de andere kalebas te gieten. Wanneer hij denkt dat het drinkbaar is biedt hij me de beker aan. Ik neem een slok van de nog dampende vloeistof - het is scherp en krachtig. 

Dit is deel 2 van een vierdelige serie over de reis van Dan Cruickshank in Kaapverdië. Lees hier deel 1. 

Openingsbeeld: nsloureiro / iStock