Het leven na de goudkoorts in Yukon

Redactie Lonely Planet

Meer dan 100 jaar nadat de pioniers hun fortuin vonden in Yukon in Canada, zijn het nu de natuurliefhebbers die hun geluk beproeven in deze afgelegen regio.

Als de bulldozers op de goudmijn van Tony Beets ooit kapot gaan, zou hij gewoon zijn blote handen kunnen gebruiken. Ze zijn gigantisch en bedekt met modder. Zo moeten Gods handen eruit hebben gezien op de dag dat hij de bergen schiep. Tony kwam in 1982 naar Yukon, voor dezelfde reden als duizenden mensen voor hem tijdens de goudkoorts van 1896-1899. De oude verhalen interesseren hem echter niet zo. ‘Om eerlijk te zijn is de geschiedenis wel het laatste waar ik me druk om maak,’ zegt hij met een zuidelijk accent. ‘Het zijn mooie verhalen, maar ze hadden wel wat meer over kunnen laten.’ 

Tony Beets delft al sinds 1982 goud in Yukon; zijn fortuin wordt geschat op meer dan vijf miljoen dollar. 

Hoewel er hier een eeuw lang goedzoekers met veel succes hebben gewerkt, was er nog steeds genoeg goud over in de heuvels om Tony een rijke man te maken. Je zou het met zijn verwilderde haar en baard misschien niet zeggen, maar zijn fortuin wordt geschat op meer dan 5 miljoen dollar.  ‘We kwamen hier alleen maar voor het geld,’ zegt hij. ‘Ik kan wel stellen dat dat gelukt is. We zijn een beetje verwend nu, maar ik zeg altijd maar...’ Hij houdt zijn stoffige, grote vuisten omhoog. ‘We hebben er hard genoeg voor gewerkt.’ 

Tony mijnt vlak bij de rivier de Klondike, waar bij Rabbit Creek in augustus 1896 als eerste goud werd gevonden door Skookum Jim, George Carmack en Tagish Charlie. Het gebied bleek zo rijk aan goud dat de goudzoekers in juli 1897 terugkeerden in San Francisco met meer dan een miljoen dollar aan goud aan boord. Het nieuws leidde tot een goudkoorts: zo’n 100.000 mensen maakten de zware reis naar de Klondike. Barkeeper Joseph Ladue bedacht dat er aan deze mensenmassa nog makkelijker te verdienen viel dan aan de heuvels, en stichtte een dorp op de modderige vlaktes waar de Klondike en de Yukon elkaar ontmoetten. Hij noemde het Dawson City. Het werd het thuis van de mijnwerkers en van de pooiers, oplichters en showgirls die hen op de voet volgden. Dawson City is nog steeds een wetteloos dorp. ‘Je kunt hier de dingen doen zoals je wilt,’ zegt Tony.  ‘Veel plaatsen zijn gereguleerd en overgereguleerd, maar hier kun je nog met dingen wegkomen.’

Wil je het hele artikel lezen? Je vindt 'm terug in het meinummer van Lonely Planet Traveller. 

Openingsbeeld: Justin Foulkes / Lonely Planet