Dwalen door het Peak District: deel 2

Redactie Lonely Planet
Dwalen door het Peak District: deel 2

We wandelen verder door de ruige schoonheid van het Peak District en de kust van Lancashire. 

Jo leidt ons het pad op en we wandelen over donkere, harde aarde. De lucht is koel en het is nagenoeg windstil; pas bij de top van de Scout zullen we de wind zijn volle kracht voelen. Onze ruggen worden verwarmd door de lentezon terwijl we het pad omhoog volgen, een smalle strook tussen enorme varens. Voor de industriële arbeiders van Manchester die even niet in de krappe, lawaaiige fabrieken hoefden te zwoegen, voelde dit vast als een stukje hemel op aarde. Daar zit het voor ons vandaag ook niet ver vanaf. Als we de heuveltop naderen, zien we plotseling iets glinsteren in de verte: Kinder Reservoir, een meer aan de voet van de Downfall. ‘De politie zat de wandelaars achterna en probeerde ze af te snijden,’ vertelt John. ‘Maar de wandelaars bestonden voornamelijk uit fitte jongemannen en toen ze dit punt bereikten hadden ze de politie allang hijgend achter zich gelaten.’ Nu daalt het voetpad en brengt ons bijna tot de oevers van het reservoir, maar dan stijgt het weer richting William Clough, een zigzaggend pad rond de basis van het Kinderplateau. Dit was de plek die Benny en zijn medesamenzweerders hadden uitgekozen om hun slag te slaan.

Toen ze de Clough bereikten, blies iemand op een fluitje en verlieten de wandelaars het toegestane pad. Ze sprongen over de klaterende bergstroom en begonnen de flank van de Kinder op te klauteren. ‘Ongeveer halverwege de heuvel stuitten ze op wel 20 opzichters en een ingehuurde knokploeg, gewapend met stokken,’ vertelt John. Wij springen ook over de bergstroom en klimmen richting de top, door een wirwar aan donkerpaarse heide en hoog berggras. ‘De jongeren wisten er ongedeerd langs te komen en bleven klimmen totdat ze een andere groep illegale wandelaars uit Sheffield tegenkwamen, die vanuit Edale omhoog waren gewandeld.’
Samen bereikten ze de top, het dak van de wereld, vanwaar ze uitzicht hadden op de schoorstenen van de stad waar ze vandaan kwamen – en waarnaar ze snel weer terug zouden moeten keren. Vanaf hier leek het klein genoeg om te kunnen vermorzelen tussen hun vingers. De strijd was natuurlijk nog niet gewonnen. Maar het was eerst genoeg: frisse lucht, vrijheid, een nieuwe horizon. Op de plek waar de wandelaars het toegestane pad verlieten staat een bordje met de tekst: “Vanaf die dag werd het ‘recht op om te dwalen’ meer dan slechts een droom voor het gewone volk”.

Toen er in 1949 eindelijk een toegangswet werd aangenomen, werd het Peak District Engeland’s eerste nationale park. Het is dan ook geen toeval dat de Pennine Way – de eerste nationale wandelroute, die over de bergrug van de Pennines van Edale naar de Schotse grens voert – via Kinder Scout loopt. De route werd officieel geopend op 24 april 1965, precies 33 jaar na de befaamde wandeltocht.

Aan de kust

Fabrieksarbeiders uit Manchester zoals deze wandelaars hebben nog veel meer betekend voor de manier waarop men vandaag de dag hun vrije tijd kan besteden. De wandelaars moesten het recht afdwingen om het platteland te mogen doorkruisen, maar de 19de-eeuwse arbeiders namen het op tegen hun werkgevers om überhaupt vrije tijd te krijgen. De regio rondom Manchester stond aan de wieg van de industriële revolutie en in het People’s History Museum in Manchester kun je een tentoonstelling bezichtigen met spandoeken en ander campagnemateriaal over de strijd van de arbeiders voor kortere werkdagen. In het begin van de industriële revolutie waren werkdagen van 12 tot 15 uur niet ongewoon. Vrije dagen bestonden niet. Het duurde jaren totdat werkdagen werden beperkt tot acht uur en nog langer voordat vrije dagen werden ingevoerd. 

Chris Burgess is Collections Access Officer in het museum. Hij vertelt dat de manier waarop we tegenwoordig vakantie vieren veel te maken heeft met hoe vrije tijd zich ontwikkelde in het industriële noordwesten. ‘De industrialisatie gaf vorm aan de manier waarop mensen werkten,’ zegt hij. ‘Maar het gaf ook vorm aan de manier waarop ze hun vrije tijd besteedden. Door de groei van de steden werd het platteland steeds meer gezien als een plek om te bezoeken voor ontspanning, terwijl eerder het alleen plek om te wonen en werken was. Hierna werd al snel het treinvervoer –oorspronkelijk ontwikkeld om kolen van de mijnen naar de fabrieken te vervoeren – steeds populairder en konden mensen veel verder reizen.’

En net als vandaag de dag gebruikte men de welverdiende vrije tijd en de nieuwe vervoersmogelijkheden om de boel de boel te laten en naar de kust te trekken. De Victoriaanse middenklasse prees eerder al de gezondheid-bevorderende kwaliteiten van het zwemmen in de zee, maar pas toen arbeiders ook naar de kust begonnen te trekken werden strandvakanties meer plezieruitjes. Elke zomer stoomden treinladingen vol fabriekswerkers en hun gezinnen vanuit Manchester naar de kuststeden van Lancashire, die door de grote toevloed van toeristen een enorme groei hadden doorgemaakt.

Lees hier het eerste deel van de wandeltocht. 

Openingsbeeld: Justin Foulkes / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram