Mythes en tradities in de Atacama in Chili

Redactie Lonely Planet
Mythes en tradities in de Atacama in Chili

In de droogste streek op aarde, de Atacamawoestijn in Chili leven de nakomelingen van oude nomaden die de oude mythes en tradities levend houden.

Cactuszussen en regengoden

Het is net voor zonsondergang. Een golf zwarte, witte en geelbruine stipjes rolt over de gekromde weg de vallei in. Een spoor van vertrapte grond en afgekauwd weiland blijft achter. Aan het hoofd loopt herderin Audina Vilca. Ze is lang en over haar ronde gezicht heeft ze een breedgerande strooien hoed getrokken. De kudde geiten en schapen denderen op een ronde omheining af waar ze netjes in de rij naar binnen lopen. ‘Alles wat ik weet, heb ik natuurlijk van mijn moeder geleerd,’ zegt Audina. Ze giechelt en ontbloot roze tandvlees en twee eenzame voortanden.

Grote cactussen houden zich met moeite staande in Guatín Gorge | Foto: Philip Lee Harvey / Lonely Planet

Elke ochtend staat ze om zes uur, melkt haar geiten, karnt verse kaas, maakt haar brood voor de dag en trekt ze vervolgens de heuvels in. Vlak voor zonsondergang keert ze weer terug naar haar huis in Guatín Gorge. Het ligt een op een halfuur rijden ten noorden van San Pedro, waar de warme bronnen van Puritama zich vermengen met het Andes-water van de Purifica-rivier. Het is een van de eerste plekken waar de vroege Atacameño’s zich gevestigd hebben. Lang voordat hier mensen kwamen, groeiden hier gigantische cactussen. Vandaag de dag gluren ze met hun stekelige koppen boven een greppel uit die vol staat met kleine, struikachtige cactussen die schalks bekend staan als “schoonmoederkussens”. De grootste van de cactusreuzen zijn wel 15 meter hoog en hebben al 1000 jaar op aarde doorgebracht. 

De populatie van Guatín bestaat uit Audina en haar zus Paulina, die ook in de zeventig is. Hun relatie is hecht, maar niet altijd harmonieus. Ze houden hun kuddes strikt gescheiden. ‘Mijn zus heeft haar kant en ik de mijne,’ zegt Audina. Ze legt uit dat ze haar jongere zus maar zelden ziet, ook al wonen ze slechts 100 meter uit elkaar. ‘We kunnen de kuddes niet mengen,’ zegt ze. Het is duidelijk dat ze dit ook niet wil. Ze is net zo goed zakenvrouw als herderin en verkoopt haar geitenkaas aan de reizigers die terugkeren naar San Pedro na een ochtendbezoek aan El Tatio, het sissende, bubbelende geiserveld een uur verder naar het noorden, 4.300 meter hoog in het Hoogland van de Andes. Ook al zijn herderinnen die de oude tradities volgen meestal al flink op leeftijd, er zijn er nog genoeg te vinden.

De herdersnichten Utildia en Teresa | Foto: Philip Lee Harvey / Lonely Planet

Een paar kilometer ten noorden van Guatín wonen de nichten Utildia en Teresa in een klein stenen huisje, samen met twee kleine herdershonden. Hun tijdloze Andes-klederdracht bestaat uit stoffige wollen vesten, wapperende rokken en gevlochten haar zonder een spoortje grijs, weggestopt onder strooien hoeden. Utildia is tandloos, praatgraag en doof. Teresa heeft al haar tanden nog, maar praat zelden. Ze hebben iets verfrissend meisjesachtigs met kun blauwe linten en gegiechel. Er is een bepaalde verstandhouding tussen de twee, ook al komt die niet voort uit de conventionele vormen van communicatie. Ze lijken in tevreden kameraadschap te leven.

Volgens de tradities van de Atacameño is het hoeden van kuddes vrouwenwerk, net als koken en op kinderen passen. De mannen gaan op jacht. Tegenwoordig is het jagen niet meer nodig, maar de traditionele verdeling van het huishouden mag niet in twijfel worden getrokken door gewone stervelingen. Of in ieder geval: door de meeste gewone stervelingen. Carlos Esquivel is de uitzondering op de regel, op meerdere manieren. In een land waar vrijwel alleen gebreide kleding gedragen wordt, loopt deze herder van in de 50 te pronken met zijn zijden halsdoekje en leren sombrero.

Carlos Esquivel is ook herder, bijzonder in een regio waar dit gezien wordt als vrouwenwerk | Foto: Philip Lee Harvey / Lonely Planet

Zijn klein stuk grond net buiten San Pedro staat vol met oude auto’s in allerlei vormen, mate en staten van verval. In de verste hoek houdt hij zijn vee: een kleine verzameling van drie varkens, een pony, twee ezels en enkele geiten en lama’s. Er is geen weidegrond op zijn land, dus bijna elke dag tuft hij in zijn autootje naar de bergen om eten te zoeken voor de kudde. Vandaag blijft hij thuis. Leunend op de motorkap van een van zijn wrakken trekt hij een sissend blikje bier open. Voorzichtig giet hij wat op de stoffige grond voordat hij een slok neemt. ‘Dat is traditie hier,’ zegt hij. ‘Ik doe het al sinds ik klein was, uit respect. Eerst een beetje voor Pachamama (Moeder Aarde) en dan wat voor mijzelf.’ In de bergen worden de Mallku geëerd, het woord voor de berggoden in de uitgestorven Atacameño-taal. ‘Als ik naar de bergen ga, maak ik altijd een offer: soms het bloed van een wit dier, soms lamavet vermengd met wit graan,’ zegt Carlos. ‘We brengen de bergen een eerbetoon zodat het gaat regenen, zodat de dieren gezond blijven.’

Dit is het tweede deel over het leven in de Atacamawoestijn in Chili. Lees hier het eerste deel. 

Openingsbeeld: Philip Lee Harvey / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram