Interview met ontdekkingsreiziger Sir Ranulph Fiennes

Redactie Lonely Planet

Reizen betekent voor Sir Ranulph Fiennes iets anders dan voor de meeste anderen – ontdek hoe hij koers houdt.

Interview door Matt Phillips

Sir Ranulph Fiennes is volgens Guinness World Records de grootste nog levende ontdekkingsreiziger. Sommige van zijn indrukwekkende prestaties, zoals verticaal over het wereldoppervlak reizen via de twee polen, zijn sinds zijn onderneming nog niet eens door anderen geprobeerd. Maar deze inspirerende man, die zowel de Everest als de noordwand van de Eiger heeft beklommen na zijn 60ste en zijn eigen bevroren vingers heeft afgehakt in zijn tuinhuisje, heeft menselijke zwaktes die je niet zou verwachten: hoogtevrees en een neiging tot luiheid. We praten met deze levende legende over zijn leven, reizen en doelen.

Tijdens uw hovercraftexpeditie op de Witte Nijl in 1969 stopte u niet eens om de piramides van Gizeh te bekijken. Zijn reizen en ontdekken goede partners of zitten ze elkaar ook wel in de weg?

Tijdens die reis hadden we allemaal verlof van het leger, dus de drijvende kracht in ons hoofd was dat we de hele rivier wilden bevaren, zo’n 3.200–4.000 kilometer, in de tijd die we hadden. We moesten op tijd terug zijn. We vochten in een oorlog in Oman en we waren in de minderheid; als ik te laat terugkwam van mijn verlof, zou dat opgevat worden als lafheid. Dus we hadden alle reden om ons te haasten en daarom hebben we de lokale cultuur niet geproefd.

Als u zonder zulke beperkingen op reis gaat, neemt u dan de tijd om van de omgeving te genieten of bent u alleen gericht op het doel?

Dat hangt ervan af. Als je op de noord- of zuidpool bent, kun je alleen maar van ijs genieten. Als er iets anders is dan witheid, is dat waarschijnlijk niet goed. Op de noordpool betekent het moeilijkheden; andere kleuren kunnen open water zijn, wat je niet wilt als je een slee trekt, of drukranden van ijsblokken tot wel 20 meter die in de weg zitten. Op de zuidpool is het vergelijkbaar: een verandering van kleur betekent meestal een kloof. Dus op die plekken wil je gewoon wit en saai. Dat gezegd zijnde, als je wordt betaald om er een boek over te schrijven, wil je dat het spannend is. Zelfs met een dik woordenboek is het een uitdaging om 100.000 woorden te schrijven over witheid. Natuurlijk wil je niet dat mensen tijdens een expeditie in een kloof vallen en sterven, maar grote problemen helpen wel bij het vullen van pagina’s.

Waar denkt u aan terwijl u door de witheid loopt?

Je verzekert je er steeds van dat je de goede kant op loopt. Je vraagt je constant af of je een beetje naar links moet gaan, een beetje naar rechts, een beetje oostelijk in plaats van noord-zuid om schade aan de slee te voorkomen als je met een verkeerde hoek door sastrugi (groeven in de sneeuw) loopt.

Als u voor ontspanning reist, bent u dan nog steeds op ontdekkingsreis?

Op vakantie? Ik moet zeggen dat ik al jaren niet op vakantie ben geweest. En ik weet niet meer zo goed wat je doet op vakantie. Met mijn inmiddels overleden vrouw Ginny ging ik vaak op vakantie. Maar nu reis ik vooral voor lezingen. Voordat mijn dochter naar school ging, gingen zij en mijn huidige vrouw Louise met me mee. Tegen de tijd dat Elizabeth vier was, had ze al meer dan 100 stempels in haar paspoort.

Nu we het over opgroeien hebben, wie heeft de meeste invloed op u gehad?

Mijn vader. Zijn leven inspireerde me te willen zijn wat hij was: kolonel in de Royal Scots Greys. Maar omdat ik geen A levels kreeg, kon ik niet naar Sandhurst, waardoor ik dus ook geen hogere rang kon bereiken dan kapitein.

Hij overleed voor uw geboorte, heeft uw moeder veel verhalen over hem verteld?

Jazeker. En toen ik het leger in ging, waren er nog heel wat mensen die zich hem herinnerden, allemaal positief. Zijn bijnaam was ‘Lugs’; hij moet grote oren hebben gehad, al zien ze er in de foto’s die ik heb gezien niet groot uit. Maar iemand die hem kende, zei dat ze leken op die van Tony Blair.

Met zijn sherpa-partner op de top van de Everest in 2009 | Foto: Sir Ranulph Fiennes

Sommige van uw expedities, zoals het beklimmen van Mount Everest op uw 65ste, hebben veel media-aandacht gekregen. Heeft u ook favoriete expedities die niet zoveel aandacht hebben gekregen als ze volgens u verdienden?

De Transglobe Expedition was eigenlijk de eerste reis rond de wereld in een verticale lijn, maar toch – omdat we toentertijd niets wisten van pr – werd er niet veel over geschreven. Iemand kreeg het voor elkaar dat de Observer exclusieve rapportages maakte, maar dat verminderde de aandacht in de pers alleen maar, omdat andere kranten het niet mochten publiceren. Dus pas toen de expeditie al twee jaar aan de gang was, na het doorkruisen van heel Antarctica (dat nog nooit door een enkel team was gedaan) en onderweg door de Noordwestelijke Doorvaart – de eerste reis met een open boot over die route – werd onze onderneming bekend bij het grotere publiek. En dat was alleen maar omdat ITN de brand filmde die ons basiskamp volledig in de as legde.

Een van uw expedities die mijn aandacht trok, was uw zoektocht naar de verloren stad Ubar in Oman.

Ja, dat waren acht verschillende expedities in dezelfde woestijn. Pas tijdens de laatste vonden we de stad. Uiteindelijk was het stom geluk en niet de hulp die we van NASA kregen. Die hielp ons te bepalen waar de stad niet was, wat erg nuttig was, want zo hoefden we daar niet meer te zoeken. Maar het lukte uiteindelijk doordat ik een paar ambtenaren van het lokale ministerie van cultuur aan de andere kant van een gebouw hoorde praten (ze wisten niet dat ik luisterde); ze waren tot de conclusie gekomen dat onze Amerikaanse filmcrew gewoon blij was om in het land te zijn en niet van plan was Ubar te zoeken. Ik vreesde dat ze ons zouden aangeven bij de sultan, die ons alleen toestemming had gegeven om te filmen als deel van een zoektocht naar de verloren stad, dus rende ik naar onze archeoloog en zei: ‘Yuri! Je moet je team snel laten beginnen met graven, want anders zeggen die ambtenaren tegen de sultan dat we hem hebben voorgelogen.’ Met tegenzin zette hij zijn team aan het werk in de buurt van een waterpoel bij ons kamp. Binnen drie dagen trok hij 2.000 jaar oude schaaksets tevoorschijn. En klaar is Kees, we hadden de stad gevonden.

U heeft de Everest, de Kilimanjaro, de Elbrus en zelfs de noordwand van de Eiger beklommen. Wat is uw favoriete beklimming?

Mijn minst favoriete is elke berg die een ravijn heeft. Everest heeft dat niet; op beide standaardroutes heb je een touw en als je naar beneden kijkt, zie je een witte helling, geen afgrond. En van afgronden krijg ik duizelingen. Het laatste stuk beklimming voor de top heeft een kleine afgrond bij de Hilary Step, dus die deden we ’s nachts zodat ik hem niet kon zien.

Hoe was uw ervaring met de noordwand van de Eiger, met oog op uw problemen met draaiduizeligheid?

Ik had een hekel aan de Eiger. Die heeft me van de wens genezen om ooit weer een berg te beklimmen.

Wat was uw slechtste moment van alle expedities?

Die vraag is niet makkelijk te beantwoorden. Als er ooit iemand was overleden, had ik dat gezegd.

En wat was uw beste moment tijdens een expeditie?

Ik zou zeggen dat dat op de Transglobe Expedition was. We hadden zeven jaar voltijd onbetaald gewerkt aan een plan en drie jaar onafgebroken gereisd – tien jaar van ons leven. Omdat we wisten dat het op het laatste moment nog kon mislukken, wat het ook bijna deed, maakte de laatste horde een hoogtepunt. Dat was toen onze ijsschots op de noordpool, waarop we drie maanden hadden gedreven, op armlengte van ons wachtende schip kwam (dat ook vastzat in het ijs). De kans dat onze ijsschotsen elkaar zouden treffen, was misschien maar één op tien.

Sir Ranulph Fiennes doet mee aan de Marathon des Sables | Foto: Fieldcraft

U heeft poolexpedities ondernomen, maar ook de Marathon des Sables gelopen; heeft u meer moeite met kou of hitte?

Kou is moeilijker, maar je moet niet onderschatten hoe lastig het is koel te blijven in de hitte.

Hoe gaat u om met risico’s

Ik onderzoek goed waarom soortgelijke ondernemingen bij mijn voorgangers niet lukten, en dat was altijd omdat ze op een bepaald gevaar stuitten. Men deed op die expedities hun best om dat gevaar te overwinnen, maar ik bedenk niet een andere oplossing voor zo’n probleem. Ik denk dat het beter is om dat gevaar gewoon compleet te ontwijken, zelfs als dat betekent dat je een paar dagen de verkeerde kant op gaat.

Hoe maakt u een keuze uit de duizenden aanmeldingen voor uw expedities?

Ik schets een duistere voorstelling van zaken. Voor een bepaalde expeditie moest ik twee mensen kiezen uit 8.000 aanmeldingen, dus waarschuwden we iedereen dat ik vreselijk ben, dat de expeditie vreselijk zal zijn – geen loon, geen onkostenvergoeding, drie jaar lang niets, geen glorie. Degenen die blijven, mogen niet klagen. Ik laat alle aspiranten zich ook inschrijven bij de Special Air Service.

Ik heb gelezen dat uw slechtste eigenschap naar eigen zeggen uw luiheid is – met uw lijst aan prestaties vind ik dat moeilijk te geloven. Hoe heeft u uw luiheid overwonnen?

Volgens mij is dat me nog niet gelukt.

Bent u als leider geboren of bent u dat geworden?

Ik zou niet zeggen dat ik een geboren leider ben. Ik ben gewoon veel liever de leider dan dat ik last heb van andermans slechte beslissingen.

U heeft ongelofelijke prestaties neergezet in de poolregio’s. Waardoor bent u de polen gaan zien als doel?

Dat was tijdens de Transglobe Expedition, langs beide polen. Na dat succes zijn we ons meer gaan richten op poolrecords, zoals zonder hulp, zonder machines etc.

Wat is de grootste pooluitdaging die nog rest?

Dat weet ik. Mijn poging is drie jaar geleden mislukt. Antarctica oversteken tijdens de poolwinter.

Hoe denkt u dat klimaatverandering poolexpedities gaat beïnvloeden?

In het noordpoolgebied is is de invloed al merkbaar. Er is meer water en minder ijs. Op Antarctica zal het veel langzamer veranderen door de immense hoeveelheid landijs.

Wat is uw volgende avontuur?

Mijn expeditiepartners – Anton Bowring, Mike Stroud en Oliver Shepherd – zijn er momenteel naar aan het kijken, maar het enige wat ik kan zeggen zonder het weg te geven aan de concurrentie is dat het noord gaat zijn, niet zuid.

Wat zou u willen dat uw erfenis is?

Daar heb ik niet echt over nagedacht. Als je dood bent, ben je dood. Het maakt niet echt uit. 

Openingsbeeld: Gary Salter