Het Mythische woud van Congo

Redactie Lonely Planet
Het Mythische woud van Congo

Ooit kwamen Victoriaanse ontdekkers naar de onmetelijke, onverkende wildernis van “het donkere hart van Afrika” om ogenschijnlijk mythische wezens te zoeken. Treed in hun voetsporen op een gorilla-safari in het regenwoud van het Congobekken.

De regen striemt neer op het bladerdak en dikke druppels sijpelen langs uitbundige planten op de grond. Een groep mannen klautert door het regenwoud, bukkend onder vuistdikke lianen. Een kwajongensachtige figuur gaat aan de leiding. Met zijn weelderige snor en hoed baant hij zich een weg in de drukkende lucht. Hij neemt een flinke slok brandewijn.

Een dorpsbewoner besmeerd met rituele modderverf | Foto: Mark Read / Lonely Planet 

Hij heeft al maanden doorgebracht in deze eindeloze jungle, op de been gehouden door weinig meer dan honing, soms een reepje apenvlees en verlangen. Hij is geobsedeerd met een mythisch wezen dat door de lokale bevolking njeja wordt genoemd. Deze geest van het Donkere Continent is nog nooit gezien door westerse ogen,

De man stopt, bukt en onderzoekt een stukje wortel. De wortel is uit de grond gerukt en er is op gekauwd. Verderop schudt er een boom in het windstille woud en klinkt het kraken van een tak door de ondergroei. Hij geeft een signaal aan de anderen, zwaait zijn geweer met een boog van zijn rug en gaat de mannen voor door een tunnel van kapot getrokken gebladerte. Hij wringt zich door een gordijn van groen, komt struikelend tevoorschijn uit het struikgewas en dan staat hij er opeens oog in oog mee: zijn levensdoel, de koning van de Afrikaanse jungle.

‘Ik zal die aanblik nooit vergeten,’ zal de man later schrijven. ‘Hij stond op zijn achterpoten, met een helse expressie op zijn gezicht, als uit een nachtmerrie. Zijn ogen leken te flitsen met vuur. Hij brulde en brulde. Het gebrul was als het donderen van onweer. Hij sloeg op zijn borst van woede en kwam toen op me af…’

Een traditionele dans in Oleme  | Foto: Mark Read / Lonely Planet  

Het middaguur heeft nog niet geslagen in het pygmeeëndorp Oleme. Op een open plek in de jungle staan hutten van bamboe en samengeperste modder. De overhangende daken van marantaceae-bladeren glinsteren in de zon. Het dorpje lijkt verlaten, maar in de centrale hut kandza is de volledige 90-koppige populatie van het dorp samengepakt. Ze zitten onder een dak van tin naast open wanden om een stel trommels heen, gemaakt van uitgeholde boomstronken met antilopenhuid eroverheen gespannen.

Er wordt op geslagen en het hele dorp klapt enthousiast ritmisch mee. In het midden van de hut zijn een jonge man en vrouw uitgelaten aan het dansen. Hun schelpen enkelbanden klepperen, hun grasrokken zwieren om hen heen en hun zweet mengt met de verf op hun lichaam.

Imbeka Odette rookt tabak met een zelfgemaakte pijp   | Foto: Mark Read / Lonely Planet

Oleme ligt aan de rand van Odzala National Park in het noorden van de Republiek Congo. 320 kilometer naar het westen “ontdekte” de Victoriaanse ontdekkingsreiziger – en sensatiezoeker – Paul Du Chaillu de gorilla’s. 320 kilometer lijkt heel wat, maar stelt voor Congobekken-begrippen niets voor. Het stroomgebied van de Congorivier, het Congobekken, heeft een oppervlakte van meer dan twee miljoen vierkante kilometer. Het is een immens gebied met enorme biodiversiteit en omvat het op één na grootste regenwoud ter wereld.

Hieruit kwam Du Chaillu in 1859 tevoorschijn met 20 mensapenhuiden en onverifieerbare verhalen over de woestheid en sluwheid van deze “afzichtelijke half mens, half beest”-wezens. On the Origin of Species (De oorsprong der soorten) van Charles Darwin was net uitgekomen en er was ineens vlees om aan de botten van de evolutietheorie te hechten. De Frans-Amerikaanse ontdekker werd overal waar hij heen ging gehuldigd.

; rietstengels om manden mee te vlechten | Foto: Mark Read / Lonely Planet 

Het zingen en klappen gaat door. Hoe heter het wordt, hoe harder er wordt gezongen en geklapt. Aan de gezichten van de dansers kun je zien hoe zwaar ze het hebben. Het lijkt misschien niet zo, maar het is een grote eer om hier te mogen dansen. ‘We dansen om een connectie te maken met de geesten van het woud en onze waardering te laten zien,’ zegt dorpsoudste Ngouma Frederick. Zijn kleine gestalte wordt overheerst door een uitbundig mosterdkleurig gewaad met bloemen. ‘We moeten ze gunstig stemmen, anders zal het woud ons niet meer voeden.’

Voor deze mensen lopen de fysieke en de spirituele wereld in elkaar over. Hun voorvaderen leven te midden van hen voort en communiceren door middel van geluiden, van vogelgezang tot de intonatie van chimpanseekreten. Het is een overvloedig woud, maar er zijn duidelijke grenzen. Gorilla’s zijn erg in trek op de zwarte markt vanwege de aan hun ledematen toegedichte magisch-medicinale kwaliteiten. Maar het is een belediging voor de goden om op ze te jagen. Daarbij komt nog dat de woudmensen een aangeboren verwantschap voelen met de mensapen. ‘We hebben een band met de grote apen,’ zegt Ngouma, terwijl het tromgeroffel eindelijk ophoudt en de mensen uit elkaar gaan. ‘Je hoeft alleen maar te kijken naar hun handen, hun nagels, de manier waarop ze zich voortbewegen – ze zijn zo menselijk.’

Lees ook over de verhalen uit Tanzania

Openingsbeeld: Mark Read / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram