Ga op in de Balinese cultuur in Ubud

Redactie Lonely Planet
Ga op in de Balinese cultuur in Ubud

De stad Ubud zit vol tempels en is het hart van de Balinese cultuur, met heilige bronnen, prachtige traditionele dansen en verborgen altaren.

Het mistige licht van de ochtendzon schijnt tussen de palmbomen van de jungle door, precies op de pelgrims die in de rij staan voor hun bad bij de tempel Tirta Empul. Zwijgend trekken ze sarongs en hoofddoeken aan, begeleid door zwaluwen die rond de zwarte, bemoste tempelmuren vliegen. Het geluid van cimbalen en gezang weerklinkt op de binnenpleinen. Een voor een stappen ze het blauwe bad in en dompelen ze hun hoofden onder bij de fonteinen die worden gevoed door de heilige bron van de tempel. In het water drijven goudsbloem- en frangipaniblaadjes en in de zwoele ochtendlucht waaiert wierook omhoog.

Pande Puru Supaditha treedt op als de gemene heks Rangda bij een uitvoering van de dansgroep Gunung Sari | Foto: John Laurie / Lonely Planet

Tirta Empul is de heiligste pura tirta, of watertempel, in Bali. De tempel werd in
962 n.Chr. gesticht en wordt gevoed door de rivier de Pakerisan. Het bronwater zou lichaam en geest zuiveren; daarom wil elke Balinese hindoe hier minstens één keer in zijn of haar leven een bad nemen.

Het is een van vele tempels in en rond Ubud die van groot spiritueel belang zijn.
In deze oude stad, te midden van rijstvelden en groene valleien, worden het seculiere en het heilige verenigd: naast versierde tempelpoorten vind je cafés en surfwinkels. Groen uitgeslagen altaren pronken er langs de wegen, haast onzichtbaar in het manshoge gras.

Het kleine resort Pertiwi Suite is perfect om tot rust te komen | Foto: John Laurie / Lonely Planet

Ubud staat naast de vele tempels ook bekend om heilige dansvoorstellingen; oude volksverhalen die met beweging, slagwerk en opvallende kostuums worden naverteld. ‘Dansen is een vorm van vroomheid voor ons,’ vertelt Pande Puri Supaditha. Hij is lid van de oudste dansgroep van Ubud, Gunung Sari, die stamt uit 1926. Nog steeds treden ze wekelijks op in het Peliatan-paleis, een eeuwenoud gebouw rondom een binnen-plein met frangipanibomen. Hij speelt Rangda, de slechte heks die strijdt met de mythische Barong, half-leeuw en half-draak. ‘We moeten de klassieke bewegingen volgen, maar kunnen ook improviseren. Soms voel ik, als ik heel moe ben, hoe de geesten me overnemen en zeggen dat ik moet doorgaan. Het is een vreemd gevoel.’

Hindoe pelgrims nemen een bad in het heilige tempelwater | Foto: John Laurie / Lonely Planet 

Met het vallen van de duisternis stroomt het publiek binnen door de tempelpoorten en leggen de dansers de laatste hand aan hun make-up.

Het gamelan-orkest zet in met hun gongen en trommels terwijl Pande de laatste delen van zijn kostuum aan trekt: een paar klauwhandschoenen en een masker met woeste blik, uitpuilende ogen, kromme tanden en een bos spierwit haar. Met een houw van zijn klauwen en een hoge heksenkakel verschijnt hij op het podium. De geest van Rangda is nu aanwezig en niemand weet wat voor magie ze vanavond weer over haar vijanden zal afroepen.

Budgetproof Bali! Lees hier door voor de beste tips

Foto: John Laurie / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram