Een warm winters welkom in Slovenië

Redactie Lonely Planet
Een warm winters welkom in Slovenië

Het bergachtige noorden van Slovenië ligt een groot deel van de winter bedekt onder een dikke laag sneeuw. In de traditionele huizen van de plaatselijke boeren word je warm onthaald. 

Er valt sneeuw op boerderij Perk, hoog op de hellingen van Matkov Kot; fijne, poederachtige sneeuw, die zich stilletjes voegt bij de rest van het witte pak op het boerderijdak, de beschilderde bijenkorf en het houthok vol nette stapels brandhout. De takken van de omringende sparren en berken buigen diep door, zijn meer sneeuw dan boom, en de steile afgrond achter de boerderij verdwijnt in de wolken. Terwijl ik de boerderij nader, hoor ik alleen het gekraak van sneeuw onder mijn voeten. 

Živijo, pomočnica,' groet Karel Krivec, de boer, met een wijde glimlach. 'Hallo, assistent.' Hij vindt mijn verlangen om te helpen amusant. Net als alle mensen in Solčavsko staat hij welwillend tegenover buitenstaanders die verblijven op de boerderijen en vreemd enthousiast zijn over zulke simpele zaken als het karnen van boter of het maken van salami. Hij geeft me een mand met hooi en leert me hoe ik die over mijn schouder moet zwaaien. De ezel, dramatisch als altijd, balkt klaaglijk totdat ik het hooi uitspreid voor hem en de twee dringende stieren. Daarna rol ik meerdere ladingen kuilvoer naar binnen voor de acht koeien van de boerderij en voer ik de kippen. 'Genoeg.' Karel zet zijn hooivork neer en grijnst naar me. 'Ontbijt!'

Brandhout en dierenvoer wordt gedragen in handgeweven manden | Foto: Mark Read / Lonely Planet 

Dit is mijn vierde dag in de kleine Alpenenclave Solčavsko. Ik heb inmiddels meerdere boerderijen bezocht en de schoonheid bewonderd van de drie valleien waaruit dit district bestaat en de beboste hellingen die er vrij plotseling uit opstijgen. De indrukwekkende Kamniško-Savinjske-Alpen torenen boven ons uit: een rotsachtig hoefijzer, besprenkeld met poedersneeuw, die de zuidelijke hemel doorsnijdt. Aan de oostkant wordt Solčavsko begrensd door de kegelvormige berg Raduha; de langgerekte, massieve rotsen van de Olŝeva vormen de grens met Oostenrijk.

Het is moeilijk te geloven dat we ons in het hart van Europa bevinden, op slechts een paar uur rijden van Trieste of Wenen. Vroeger was dit gebied zo afgelegen, dat je tot 1895 alleen via een voetpad de rest van Slovenië kon bereiken. Voor deserteurs van het Oostenrijk-Hongaarse leger was dit het perfecte toevluchtsoord. Het pad loopt aan de kop van een vallei door het “oog” van een rotsnaald en daar konden inspecteurs van het keizerlijke leger gemakkelijk worden neergeknuppeld. Tot op de dag van vandaag hebben de valleien het magische gevoel van een wereld apart behouden.

Een milde, zelfgemaakte kaas van koemelk en plakjes salami | Foto: Mark Read / Lonely Planet

De bergboerderijen dragen zelf ook bij aan dit aura; de gebruikte technieken zijn weinig veranderd sinds de middeleeuwen. In 1426 tekenden de benedictijnse monniken van het nabijgelegen Gornji Grad de boerderij Perk, met weidegrond en bos, op in hun register. De toenmalige boer was Nicla Kokecz po Oroznovem-Perko, die zichzelf en zijn gezin onderhield door ’s zomers zijn inheemse koeien en schapen naar de hoge weiden te leiden en kaas, boter en yoghurt te maken. 's Winters voedde hij zijn vee met hooi dat geoogst en gedroogd werd op de berghelling en voor wat extra inkomsten hakte hij bomen om in het bos en liet hij de stammen met de rivier meedrijven, net zoals de Krivecs dat vandaag de dag nog steeds doen.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het novembernummer 2017 van Lonely Planet magazine. Bestel hem hier!

Openingsbeeld: Mark Read / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram