Bijzondere dieren en eindeloze valleien: ontdek de Nieuw-Zeelandse Alpen

Redactie Lonely Planet
Bijzondere dieren en eindeloze valleien: ontdek de Nieuw-Zeelandse Alpen

De Nieuw-Zeelandse Alpen zijn bewoond door de meest excentrieke diersoorten die je nergens anders vindt. Een wandeling door dit gebied is dan ook een hele ervaring; de uitzichten nog niet eens meegenomen.

Routeburn Falls ligt op meer dan 750 meter hoogte, op de boomgrens. Het eerste licht van de dag schijnt over de bergen en de valleien, en ik zie hoe de rotsige bergen overgaan in bos. Het pad gaat verder langs overwoekerde graslanden, veerkrachtige hangbruggen, en door dicht, groen struikgewas. Na twee dagen klimmen loopt het pad nu omlaag; het loopt een stuk gemakkelijker.

Neem een time-out en luister naar de geluiden om je heen | Foto: Philip Lee Harvey / Lonely Planet

In 1769 kwam de Engelse plantkundige Joseph Banks hier aan op de HMS Endeavour van kapitein James Cook. Over het luide vogelgezang dat weerklonk in de Nieuw-Zeelandse bossen zei hij dat het ‘de meest melodieuze, wilde muziek was die hij ooit had gehoord.’ Het was zo luid dat hij er wakker van werd terwijl het schip nog een halve kilometer uit de kust lag. Vandaag is het bos bijna helemaal stil. Een licht briesje ritselt door de bladeren van de altijd groene beuken. Verder hoor ik het ruisen van de Routeburn River.

In de 19de eeuw werden er veel nieuwe diersoorten meegebracht naar Nieuw-Zeeland door onwetende kolonisten. Deze dieren, zoals ratten, muizen, wezels en hermelijnen, deden het erg goed in hun nieuwe omgeving. Ze hebben ervoor gezorgd dat de lokale vogelpopulatie gedecimeerd werd. Net als de moa’s zijn de inheemse vogels snel bezweken, omdat ze niet gewend waren aan de nieuwe roofdieren. Het enorme gevederde koor dat de Europese ontdekkers welkom heette is hierdoor al lang verdwenen.

De Routeburn Track werd in de jaren 30 door het Department of Tourism voltooid | Foto: Philip Lee Harvey / Lonely Planet

Plotseling hoor ik boven me, in de boomtoppen, een energiek kanarie-achtig getsjilp. Een geluid dat de Maori-jagers ongetwijfeld vroeger maar al te goed kenden. Shaun Liddy, een sporengids, wijst me op een klein gouden vogeltje. Het is een moshua, oftewel een geelhoofdvogel, een van de meest bedreigde diersoorten van het land. Er komt nog een soortgenootje bij zitten. Druk tjilpend huppen ze van tak naar tak. ‘Een aantal jaren achter elkaar hebben we ze helemaal niet gezien,’ vertelt Shaun, ‘maar door de inspanningen van de natuurbescherming zien we nu soms best grote zwermen van deze vogeltjes. Verder spotten we ook de inheemse blauwe eend en natuurlijk de kea’s weer meer. Nu is het voor ons de taak om te zorgen dat de aantallen vogels blijven groeien tot ze weer op hetzelfde niveau zijn als vroeger.’

Een enorme takahe staat in de straten van Te Anau in Fiordland | Foto: Philip Lee Harvey / Lonely Planet

Shaun kent het pad erg goed. Al meer dan 50 keer heeft hij het gelopen. ‘Het klinkt misschien gek, maar hoe langer je hier blijft, hoe bijzonderder het pad wordt. Je krijgt zo’n gevoel van…’ Hij stopt even en kijkt lichtelijk schaapachtig, ‘Nou, zonder er al te diep en emotioneel over te doen, je voelt een soort van connectie met het land. En ook een verantwoordelijkheid om het verleden in ere te houden en bij te dragen aan de toekomst van het gebied.’

Al snel wordt er een nieuw geluid door de wind meegevoerd. De rommelende motor van een bus op het nabijgelegen parkeerterrein klinkt me rauw en vreemd in de oren na drie dagen in de afgelegen natuur. De Routeburn Track eindigt hier. Na een tocht van 40 kilometer kom ik aan op de bodem van de vallei. De hooglanden boven me, met al hun legenden, mysteries en mythische wezens, zijn nu weer verborgen achter de bomen.

Wandel vooral verder langs de Routeburn track

Openingsbeeld: Philip Lee Harvey / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram