Wandel mee door Mallorca: dag 1

Redactie Lonely Planet
Wandel mee door Mallorca: dag 1

Wandelend over de oude ezelsporen van Mallorca’s Serra de Tramuntana kom je steeds dieper terecht in de millennia van geschiedenis, folklore en mythes. Ga mee op een driedaagse wandeltocht.

Vertrek aan de rand van Es Capdellà over het voetpad naar de Finca de Galatzó, een landgoed uit de tijd van de Moren. Maak dan de steile klim naar de pas en daal vervolgens af door bossen van pijnbomen naar het dorpje Estellencs (11 kilometer, vijf uur). Iets ten oosten van het dorp houdt het pad op. In 15 minuten ben je met de bus in Banyalbufar.

Achter me hoor ik onregelmatig geblaf en het gejammer van een scooter. Om me heen gaat het dorpje Es Capdellà (“het einde van de weg” in het dialect van Mallorca) langzaam over in een kaal, stoffig pad met aan weerszijden muurtjes van stapelstenen. Het pad leidt naar de Puig Galatzó, de hoogste bergtop in het westen van Mallorca. Voor me doemt de kalkstenen top; de berg rijkt tot halverwege de hemel. Het is februari en de lucht is nog winters koud, maar ik voel de warmte van de zon al op mijn rug. Links en rechts word ik omhuld door uitbundig bloeiende amandelbomen, met hun zoete geur die ergens doet denken aan peper. Het is een spektakel van wit en roze onderbroken door rijen zwarte boomstammen.

‘Lente in de winter,’ zegt mijn gids Jesca met een glimlach. Ze is een Britse die deze paden op haar duimpje kent door jaren van verkenning. ‘Het is altijd opbeurend om hier zo vroeg in het jaar te komen.’ Een paar maagdenpalmen steken voorzichtig de kop op, maar, vertelt Jesca me, de meeste wilde bloemen bloeien later. In april en mei staan deze velden vol met papavers en slaaplelies. Alleen de amandelbomen trotseren het einde van de winter. Ze trekken zich niets aan van de kou en wagen het om te bloeien, direct vanaf de kale takken. Door een late stormbui kunnen de fragiele blaadjes vernietigd worden en de hele oogst verloren gaan. Wie loopt er nou niet warm voor zo’n boom?

Finca de Galatzó | Foto: Andrew Montgomery / Lonely Planet

De boomgaarden liggen langs de Ruta de Pedra a Sec, “het droogsteenpad”, dat onlangs omgedoopt is tot GR221. Deze route loopt naar het noordoosten, door de woeste, onbedorven bergen van de Serra de Tramuntana. De komende dagen zullen Jesca en ik lopen over paden die een belangrijk deel zijn van de geschiedenis en folklore van Mallorca. Van dit besef zijn we erg doordrongen als we Finca de Galatzó bereiken. Het is een lieflijk, okerkleurig huis in het hart van een landgoed dat gevestigd is onder het kalifaat: de Moorse heersers die Mallorca bestuurden in de tiende eeuw. Op de heuvel aan de overkant kun je het irrigatiesysteem zien dat door hen geïntroduceerd is. Het vervoert nog steeds water naar een grote aljibe, een waterreservoir overhangen door palmen en granaatappelbomen. De Moren leerden de eilanders ook om het land in terrassen te verdelen met muren van stapelstenen. Verder brachten ze de alomtegenwoordige sinaasappels, citroenen en amandels met zich mee. Deze smaken verlenen een middenoosterse subtiliteit aan de Mallorcaanse keuken.

Een koolbrandershut in het bos | Foto: Andrew Montgomery / Lonely Planet

We klimmen door de vallei achter het huis, door een eikenbos vol met de ruïnes van houtskoolbrandershutjes. Tot de jaren 20 was houtskool de belangrijkste bron van brandstof op Mallorca. Het werd geproduceerd door groepen families die in kampementen in het bos woonden. Het was een hard leven. De branders verzorgden dagenlang brandende vuren in de snikhete zomer. Ze zetten hun met stro bedekte hutjes op voor één seizoen en trokken dan weer verder. De koele eikenbossen moeten een verlichting zijn geweest voor de branders, een verlossing van de helse warmte van hun vuren.

De zon staat nu hoog aan de hemel. We laten de eiken- en pijnboombossen al snel achter ons en klimmen door een stekelig struikgewas van rozemarijn en tijm. Beneden ons gaat de vallei over in een vlakte van waaruit hier en daar kringen rook opstijgen. De zee schittert vaag in de verte, waar ook het silhouet van een vakantiepark te zien is, zo onbeduidend in dit weidse landschap als een blokje dat een spelend kind achtergelaten heeft op een tapijt.

Bij de pas gaan we een hek door en zijn we ineens in een geheel ander landschap. Doordat het op het noorden ligt, is dit gebied vochtig. We volgen een mossig pad dat loopt door een koel pijnboombos, verfraaid met korstmos. Onder onze voeten voelen we dikke pollen ampelodesmos (een grassoort). Na onze zware klim loopt dit pad lekker weg. Terwijl we naar beneden slingeren, passeren we stenen cirkels (sitges) waar de houtskoolbranders vroeger hun vuren op maakten; we volgen hun route naar de markt. 

De schaduwen worden al langer tegen de tijd dat we Estellencs binnenwandelen. Het dorp wordt omringd door amandelbloesem. Als ik op een warm stenen muurtje op de bus naar Banyalbufar wacht, verschijnt er een beeld van de houtskoolbranders voor mijn geestesoog: ik zie ze het dorp binnenkomen met hun roetzwarte gezichten, ruikend naar rook. Ze begeleiden hun ezels die zwaar beladen zijn met brandstof voor de verkoop. Ik stel me voor hoe de dorpsbewoners ze schuchter bekijken, half neerbuigend en half bang voor de wilde bosbewoners die zo vanuit de middeleeuwen de markt op schijnen te stappen.

Waar te overnachten

Vanuit de charmante kamers van het Hotel Son Borgunny in Banyalbufar kijk je over de dakpannen uit op de zee. Er wordt een Mallorcaans menu geserveerd (sonborguny.com; vanaf €100). 

Waar te eten

Son Tomás heeft onlangs de Michelin “Bib Gourmand”-prijs gewonnen. Er worden onder andere zeevruchtengerechten en een jachtschotel met aardappelen geserveerd (Baronia 17, Banyalbufar; gesloten dec-jan; hoofdmenu vanaf €15).

Dit is het eerste deel van de wandeltocht door Mallorca. Het artikel verscheen eerder in Lonely Planet Droomtrips. 

Openingsbeeld: Andrew Montgomery / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram