Verschillende eilanden van Kaapverdië: São Vicente en Santo Antão

Redactie Lonely Planet
Verschillende eilanden van Kaapverdië: São Vicente en Santo Antão

Dan Cruickshank treedt in de voetsporen van Darwin op de eilanden van Kaapverdië. Na Santiago reist hij verder naar São Vicente en Santo Antão. 

Al snel ben ik – in een ietwat verwarde staat – weer onderweg. Na twee uur rijden vanaf Ribeira Grande kom ik aan in Tarrafal, dat aan de andere kant van het eiland ligt. Het is een mooie, koloniale stad met een rasterwerk aan straten rondom een groot plein waar een witgeschilderde en verre van ingetogen Gotische kerk staat. Aan de overkant van het plein ligt de zee. Felgekleurde vissersboten zijn aangemeerd en een visrestaurant zit vol met de lokale bevolking en enkele toeristen die het geluk hebben gehad om deze lokale favoriet, met specialiteiten als tonijnsteaks en octopus, binnen te lopen. Een stukje verderop ligt een klein, verlaten zandstrand. Schitterend en volledig ongeschonden. Tarrafal is de favoriete kustplaats van de eilanders en ik begrijp meteen waarom. 

Een muurschildering in Mindelo die het erfgoed van het eiland São Vicente uitbeeldt | Foto: Martin Chamberlain / Lonely Planet 

De volgende dag spring ik op het vliegtuig naar het eiland São Vicente, zo’n 40 minuten vliegen vanaf Santiago, om het culturele hart van Kaapverdië, de stad Mindelo, te bezoeken. De stad ligt aan een baai en heeft prachtige, kleurige koloniale gebouwen en de vertrouwde dambord- gridstructuur van straten. Maar er zijn ook hoge betonnen flatgebouwen en in de haven liggen belachelijk grote en gestroomlijnde jachten. Hier vind je de toeristen waarop de Kaapverdische inwoners hun hoop voor een betere economie hebben gevestigd. Ik struin wat rond en zie verschillende kosmopolitische bars, maar ook de overblijfselen van een traditionele levenswijze. De vismarkt bruist van leven, met vissers die enorme tonijnen met glazige ogen wegen. Andere vissers haasten zich over de kade met manden gevuld met sardines en tandbaarzen die ze zo snel mogelijk proberen te verkopen nu ze nog vers zijn. In een hoek van de markt zijn een aantal vissers aan het lunchen; ik sluit me bij hen aan en bestel enthousiast een groot bord met de specialiteit van het eiland, Cachupa: maïs en bonen gemengd met ofwel varkensvlees, tonijn of gegrilde sardine bedekt met ui, tomaat en chilisaus. De verkoopster serveert me het volgeladen bord met een glimlach en ik sta pas weer op als ik mijn hele bord heb leeggegeten. 

Bij 003, een klein café in het centrum van de stad, vertelt eigenaar Daniel Cohen over de verschillende karakters van de eilanden, hun voedsel (tonijnstoofpot met groene bananen, tomaten, zoete aardappelen, paprika’s en chili schijnt de culinaire kern van Kaapverdië te zijn), hun mythen en legendes. De hoge bergtoppen van het buureiland Santo Antão, die tot in de wolken reiken, worden de “Zee der Fransmannen” genoemd, vertelt hij me. Jaren geleden sprong hier een aantal Franse piraten hun dood tegemoet toen ze aan de eilandbewoners probeerden te ontsnappen en dachten dat het wolkendek slechts een nevel boven de zee was. 

Vroeg in de ochtend is Santo Antão grotendeels verborgen door een dikke wolk | Foto: Martin Chamberlain / Lonely Planet 

De veerboot brengt me naar Porto Novo op Santo Antão en weer bevind ik me in een compleet ander landschap. Ik rijd het binnenland in over open, dorre vlaktes, waar de lavastromen net gestold lijken te zijn. De grond rijst langzaam omhoog en verandert in een bloeiende, groene wereld waar bergpieken boven het wolkendek uitkomen. De mist vouwt zich om de groene heuvels als een witte, kolkende zee. Niet zo’n hele gekke beredenering van die Fransmannen dus. 

Het landschap lijkt betoverd op het wilde en magische eiland van Prospero. Ik passeer de gigantische vulkanische krater Cova, die nu vreemd genoeg gevuld is met vlakke en vruchtbare landbouwgrond. Oude lavabedden en pyroclastisch gesteente zorgen voor een gelaagd terrein. Dit is een land gesmeed uit vuur. Ik daal af door de wolken, uit het rijk der goden naar de wereld van de mens, waar de hoofdstad van het eiland, weer een Ribeira Grande, verschijnt. Ook hier zijn grootste koloniale gebouwen te bezichtigen, waarvan velen in een staat van verval verkeren. Op naar het mooie vissersdorp Ponto do Sol. Dit dorp ziet er welvarender uit en wordt druk bezocht door avontuurlijke toeristen die hier zijn gekomen voor de bergwandelin- gen. Via een slingerende en duizelingwek- kende weg arriveer ik uiteindelijk bij het afgelegen dorp Fontainhas dat hoog op een berghelling is gevestigd. Het dorp kijkt uit over een roerige zee. 

De eilanden van Kaapverdië zijn een wereld op zich. Ook al zijn ze geologisch vergelijkbaar – vulkanisch, ruig en vooral subliem – heeft elk een geheel eigen karakter en onverwachte verrassingen. Bovenal is de eilandengroep een plek van adembenemend natuurschoon en verwondering, zoals iedereen die boven de wolken op Santo Antão heeft gewandeld zal beamen. 

Dit is deel 3 van een vierdelige serie over Kaapverdië. Lees hier deel 1 en deel 2

Openingsbeeld: Martin Chamberlain / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram