Kruidige Cariben: de veelzijdige smaak van Grenada

Redactie Lonely Planet

De eilanden in de Caribische Zee zijn een stuk veelzijdiger dan de brochures doen vermoeden. Grenada bijvoorbeeld, een van de meest zuidelijke eilanden in de Cariben. Deze plek straalt door zijn uitgebreide, unieke keuken. 

Vrijdagavond is feestavond in het dorp Gouyave. In twee achterafstraatjes naast de 18de-eeuwse torenspits van een kerk staan een stuk of twaalf kraampjes met kleurige lichtjes waar koks hard aan het werk zijn. Visvrijdag bestaat pas sinds 2005, maar is al een traditie geworden. Zachte calypsomuziek klinkt uit de speakers terwijl buitenlandse bezoekers de koopwaar bekijken. Om een uur of negen begint de drummuziek en bestaat het publiek voornamelijk nog uit locals.

Gouyave is al tijden de voornaamste vissershaven van Grenada. Snappers, garnalen en kreeften liggen in kratten en schalen van zilverpapier klaar bij de kraampjes van de kooplui. Maar eigenlijk kun je er praktisch alles wat er uit de Caribische zee gehaald kan worden wel vinden, als het maar gebakken of gestoomd kan worden en weggespoeld met een flinke slok rum. Het is een opgewekt komen en gaan van mensen. Er staan een paar picknicktafels die al snel bezet zijn, zodat de rest van de hongerige mensen maar neerstrijkt op de stoepen van de huisjes langs de straten.

Visvrijdag is nog maar het tipje van de sluier van de enorme verscheidenheid aan etenswaren die Grenada te bieden heeft. Om daar een idee van te krijgen moet je de volgende morgen op de markt van de sprankelende hoofdstad St George zijn. Grenada is qua grootte vergelijkbaar met Texel, maar er is niks kleins aan de enorme diversiteit van agrarische producten op het eiland. Een overvol kruidenrek en de meest ambitieuze fruitsalade die je ooit gezien hebt zijn samen misschien goed voor de helft van de soorten die hier te vinden zijn.

Bananen op de markt in St George | Foto: Justin Foulkes / Lonely Planet

Op de markt van St George staan grote trossen bananen nog aan hun takken vast tegen kraampjes aangeleund die vol liggen met zoete aardappelen en kurkumawortels. Er worden ook exotischere producten verkocht, zoals roze djamboe semarang (Curaçaose appel) en mauby-schors, dat gebruikt wordt om een bittere, zuiverende drank te maken. Als een koopman geen eigen kraampje heeft, gebruikt hij een winkelwagentje. Bij de trappen van de markt schuifelen blauw-grijze landkrabben rond, die zich waarschijnlijk afvragen waarom de inwoners van Grenada er met deze rijkdom aan kruiden, fruit en groentes niet voor kiezen massaal vegetariër worden.

De bron van deze overvloed ligt in het schitterend groene binnenland van Grenada, met zijn prachtige heuvels en dalen die zo de filmlocatie zouden kunnen zijn voor het paradijs. Enorme mangobomen verstrekken schaduw voor de gevoelige cacaoplanten. Aan ananasstruiken groeit een enkele vrucht in het midden van een waaier van zwaardvormige bladeren. Nootmuskaatbomen laten hun gouden vruchten vallen in de berm. De bast splijt open en een donkere, glanzende, geurende muskaatnoot komt vrij, bedekt met de rode draden waar foelie van gemaakt wordt. Grenada is verantwoordelijk voor een vijfde van de wereldproductie van deze twee-in- een-vruchten, die ook op de vlag van het eiland afgebeeld staan.

In een land waar het doodnormaal is om je eigen gemberplant te hebben of je eigen kaneelboom in de tuin, is het logisch dat de traditionele gerechten lekker pittig zijn. In Patrick’s restaurant, een wit met roze huisje aan Lagoon Road ten zuiden van St George, kun je de typische lokale keuken proeven. We beginnen de maaltijd met een dikke, spinazie-achtige kallaloosoep met bonnetpepers, waarna nog 20 kleine gerechtjes volgen. We krijgen bijvoorbeeld gebakken banaan met kaneel, snapper in creoolse ananassaus, varkensvlees met gember en als nagerecht nootmuskaatijs. Slechts een hapje van al dit heerlijks is genoeg om te begrijpen waarom de Europese grootmachten oorlogen gevoerd hebben om de eilanden die deze specerijen voortbrachten. De kok, Karen Hall, blijft haar recepten aanpassen. ‘Ik neem altijd adviezen aan, want iedereen heeft wel een goed geheim,’ zegt ze terwijl ze met het toetje uit de keuken komt. ‘Mensen hebben het niet vaak over foelie en ik gebruikte het nooit totdat een marktkoopman me erover vertelde. Het heeft een ander soort smaak dan nootmuskaat, veel zachter – ik was blij verrast.’

Gebakken snapper is een populair gerecht | Foto: Justin Foulkes / Lonely Planet

Aan de andere kant van de haven ligt het restaurant van Brian Benjamin, BB’s Crabback. Vanaf de gezellige veranda kunnen de gasten zien hoe de grote vrachtschepen tergend langzaam draaien terwijl ze de haven binnenkomen. De meeste goederen die ze brengen spelen geen rol in de keuken. ‘99,9% van wat we hier maken is lokaal,’ zegt Brian. Op het menu staan pittige zoute visballen, creoolse rivierkreeft, kerriegeit, en zijn specialiteit: romige gevulde krab. Hij verbouwt zelf veel van de ongewone specerijen die hij gebruikt, zoals borden leaf, verwant aan mirte, en shadow benny, dat lijkt op koriander.

Brian is op zijn elfde naar Engeland verhuisd met zijn ouders. In de 39 jaar dat hij daar woonde heeft hij een Caribisch restaurant geopend in Londen, zijn vrouw ontmoet en een Brits accent opgepikt. Maar Grenada was altijd het land waar hij weer naar terug wilde keren. ‘Wat ik in Engeland het meest miste was langs de straat lopen en dan het varkensvlees kunnen ruiken. En de kip, de vis en de kruiden,’ zegt hij. ‘Ik kon daar alle producten krijgen die ik wilde, maar het moest van 8000 kilometer ver komen, via tien verschillende mensen. Hier pluk ik het gewoon uit een boom!’

Dit is het eerste deel van een driedelige serie. 

Openingsbeeld: Orietta Gaspari / iStock