Geniet van het plattelandsleven in de heilige vallei van Peru

Redactie Lonely Planet

Verken de dorpen en de ambachtelijke tradities van de heilige vallei in Peru. Hier leven de mensen op een manier die de afgelopen eeuwen grotendeels onveranderd is gebleven. 

Een condor vliegt langs onder een heldere blauwe hemel. Met zijn vleugels gespreid als vingers zweeft hij op de warme luchtstromingen. Vanaf zijn hoogte moet de omliggende landbouwgrond er uitzien als een rommelige lappendeken van groen, geel en bruin. Kleine stukken land met maïs, bonen, aardappelen en quinoa strekken zich uit in velden en terrassen over een steile vallei waar onderaan de ruisende rivier Urubamba stroomt. Iets naar het oosten verandert het landschap plots in een horizontale muur van kolossale Andespieken. 

Dit is de heilige vallei van de Inca’s, de oude voedselriem waar nog altijd veel van de landbouwproducten in Peru worden geoogst. In het kleine dorpje Maras, dat zich in het stoffige centrum van deze regio bevindt, is het belangrijkste product echter iets heel anders, namelijk zout. De steile berghelling lijkt op een wit schaakbord met terrassen als vakjes en een reeks ondiepe poelen met water uit een zilte, onder- grondse bron. Het water wordt in de zon gereduceerd tot witte vlokken. Het dorp staat te midden van kilometers open landbouwgrond in het zuiden van Peru, en er is sinds de bouw in de 16de eeuw weinig veranderd. Lange, kaarsrechte rijen vierkante huizen vormen een gekruist patroon van smalle steegjes op de helling. Elk huis heeft een dak van terracottategels en is bedekt met een laagje mos. Op het kleine dorpsplein komen vrouwelijke inwoners, velen met baby’s gewikkeld in felgekleurde doeken op de rug, bij elkaar om geweven stoffen uit te wisselen en de laatste roddels door te nemen. 

Teodosio Argandona Caviedes houdt een traditionele handgemaakte hoed vast die door lokale vrouwen gedragen wordt. Met versieringen op de hoed laten de vrouwen zien uit welk dorp ze komen | Foto: Philip Lee Harvey / Lonely Planet 

Om de hoek weekt en rekt de 84-jarige ambachtsman Teodosio Argandona Caviedes een hoed gemaakt van rijststro op een houten mal. Hij trekt er hard aan met vingers die geknobbeld zijn van jarenlange arbeid. Er is amper ruimte om te bewegen in zijn kleine, rommelige werkplaats die vol hangt met sobere bruine mannenhoeden en zwierige, witte hoge hoeden die door de dames in de regio worden gedragen. Ze zijn niet te koop, helaas, vertelt hij bezoekers met een beleefde glimlach. Met ogen half dichtgeknepen door de schittering van de zon op de stenen wijst boer Amilcar del Castillo Velasco de weg naar zijn huis, dat bovenaan het dorp is gevestigd, met uitzicht over de omringende velden. Na jarenlang in het nabijgelegen Cuzco te hebben gewoond is hij recentelijk met zijn moeder naar Maras teruggekeerd voor een rustiger leven op het platteland. ‘Er is hier niet veel geld,’ zegt hij, ‘maar er is een levendige cultuur, en er zijn gewassen en dieren. Soms als ik aan het werk ben, de plaatselijke taal spreek en uitkijk over de bergen voelt het net alsof ik weet hoe het was voor mijn voorouders om hier te wonen.’ 

Amilcar buigt voorover om door de deuropening van zijn oude huis te stappen. Het heeft een laag plafond en staat vol rustieke meubels en decoratief vlechtwerk. Zijn moeder, Carmen, komt uit de keuken met kommen quinoasoep, gevolgd door een pot sterke zwarte koffie. Amilcar pakt de charango-gitaar en begint traditionele Quechua-liedjes te spelen, die hier al generaties lang door de bergen echoën. 

Openingsbeeld: Philip Lee Harvey / Lonely Planet