Bijzondere plekken in de Franse Dordogne

Redactie Lonely Planet
Bijzondere plekken in de Franse Dordogne

Ontdek de idyllische Dordogne, waar je veel typisch Franse tradities vindt. Het eten is geweldig, maar nog mooier zijn de vele kastelen en de prehistorische grotschilderingen.

Beynac-et-Cazenac

Binnen de hoge muren van het Château de Castelnaud komen de middeleeuwen weer tot leven. In een hoek van de binnenplaats maakt een smid zijn blaasbalgen klaar. Hij stookt het vuur op in een roodgloeiend kolenbed en hamert metaal op een roestig aambeeld. Ernaast is de wapenmaker van het kasteel bezig met ringen voor een maliënkolder; hij wordt omringd door vesten, kappen en handschoenen. Naast de poort doet een page in livrei voor hoe je een trebuchet (een middeleeuwse katapult) laadt; verderop staan er nog drie, hun werparmen gericht op ongeziene vijanden achter de muur.

‘Kastelen zijn meer dan stoffige musea,’ zegt gids Laetitia Bortolussi, gekleed in de rode jurk van een hofdame. ‘Artefacten bekijken in een vitrine is één ding, maar zien hoe ze werden gebruikt brengt ze weer tot leven.’ Als om haar woorden kracht bij te zetten, horen we een knal en gesuis vanuit het binnenhof: de page heeft zijn katapult afgevuurd en het projectiel schiet over de kasteelmuren.

Château de Castelnaud werd gebouwd tussen de 13de en 17de eeuw en kijkt uit over de Dordognevallei | Foto: Andrew Montgomery / Lonely Planet

Dordogne wordt ook wel het ‘land van 1.001 kastelen’ genoemd en staat inderdaad vol mooie, middeleeuwse châteaux, gebouwd door baronnen die hun macht wilden consolideren of hun rijkdom beschermen. Tijdens de Honderdjarige Oorlog, van 1337 tot 1453, was de Dordogne het onrustige grensgebied tussen het territorium van de Engelsen en dat van de Fransen. De kastelen zijn dan ook getuige geweest van vele belegeringen en gevechten.

Aan de andere kant van de vallei ligt de aartsrivaal van Castelnaud, het Château de Beynac, nog een typisch voorbeeld van middeleeuwse oorlogsbouwkunst. Het kasteel bestaat uit een enorme donjon omringd door wachttorens, ophaal-bruggen en borstweringen, met de beste technologie van die tijd voor het terugdrijven van aanvallers: defensieve versmallingen, versterkte poorten en artillerietorens, en een netwerk van meurtières, gaten waardoor de verdedigers kokende olie, teer en kruisboogpijlen op de vijand konden loslaten. Jammer genoeg boden al deze innovaties weinig verdediging tegen de grootste bedreiging van allemaal; meestal vielen kastelen door verraad van binnenuit.

‘Deze kastelen bieden een kijkje in ons verleden,’ zegt Laetitia. ‘Het is belangrijk om te bedenken dat dit levende, ademende plekken waren waar mensen werkten, zwoegden, dienden, vochten en stierven. Hopelijk brengt ons werk hier hen weer tot leven.’

Ze trekt haar kap omhoog en loopt weg over de kasteelmuur, vergezeld door het geluid van kletterende zwaarden en weerklinkende hamers op de binnenplaats.

Montignac

Op een ochtend in september 1940 was een jongen genaamd Marcel Ravidat op verkenning in de heuvels boven Montignac toen zijn hond, Robot, onder een boomwortel een gat ontdekte dat naar een grot leidde. Eenmaal binnen ontdekten Marcel en zijn drie vrienden bij het licht van hun olielampen een van de grote kunstwonderen van de wereld. Grote ossen doken op uit het donker, kuddes paarden galoppeerden over de grotmuren en rendieren hieven hun geweien op. Alles leek te bewegen in het flikkerende lamplicht. De dieren zijn geschilderd in rijke tinten rood, zwart, geel en beige, waarbij de contouren van de rots zijn gebruikt om ze een driedimensionaal karakter te geven. Het ziet eruit alsof de schilderingen pas een paar uur geleden zijn gemaakt. In werkelijkheid stammen ze uit het einde van de laatste ijstijd, lang voordat de eerste stenen van de piramides, Stonehenge of de Acropolis werden gelegd. De oudste schilderingen zijn meer dan 17.000 jaar oud.

De cro-magnon-kunstenaars het licht van primitieve oliefakkels en schilderden met mineralen | Foto: Andrew Montgomery / Lonely Planet

Sinds die tijd zijn er veel meer grotschilderingen ontdekt rond de Vézèrevallei, maar Lascaux geldt nog steeds als het meesterwerk. In academische kringen staat het bekend als de “Sixtijnse kapel van de grotkunst”. In totaal bevat de grot 2.000 individuele afbeeldingen, waaronder een stier van 5,5 meter lang, het grootste, prehistorische kunstwerk op Europese bodem. De meeste figuren zijn dieren – rendieren, paarden, stieren en oerossen (een voorouder van de tamme koe) – maar er zijn ook mysterieuze tekens, geometrische symbolen en een mens met een vogelkop, de “gewonde jager”. Er zijn veel theorieën over het doel van de schilderingen, van sjamaantempels tot prehistorische striptekeningen, maar uiteindelijk kunnen we niet zeker weten wat deze fresco’s betekenden voor de kunstenaars die ze schilderden.

In 1948 werd Lascaux geopend voor publiek, maar het werd 15 jaar later alweer gesloten, toen bleek dat de koolstofdioxide die bezoekers bij het ademen uitstootten de schilderingen beschadigde. Dus werd er in een grot dichtbij een replica gemaakt van de belangrijkste delen van de grot, in 1983 geopend als Lascaux II. Daar vind je de Salle des Taureaux, ofwel de Zaal van de Stieren, met de beroemde fresco’s van de rode oerossen en gevlekte paarden.

Daarna volgden nog een tourtentoonstelling (Lascaux III) en een ambitieuze reproductie (kosten: 50 miljoen euro) van het hele complex (Lascaux IV), die deze december wordt opgeleverd. Het is een gigantische onderneming: met een laser worden de grotten gescand, waarvan vervolgens haarscherpe glasvezel-replica’s worden gemaakt. Ten slotte wordt elk fresco zorgvuldig nageschilderd.

Kunstenares Manon Cherpe schildert een grotschildering na voor Lascaux IV | Foto: Andrew Montgomery / Lonely Planet

Manon Cherpe is een van de ongeveer 20 kunstenaars werkzaam bij het Atelier des Fac-Similés du Périgord, het bedrijf dat Lascaux IV afmaakt. Ze is aan het werk in een overall vol verfvlekken. ‘Hoewel we waarschijnlijk nooit zullen weten wat de schilderingen betekenden voor onze voorouders, beginnen we nu te begrijpen hoe ze ze hebben gemaakt.’

Op zo’n 30 kilometer ten westen van Lascaux ligt nog een hoogtepunt van prehistorische kunst. De Grotte de Rouffignac wordt ook wel de “grot van 100 mammoeten” genoemd. Er rijdt een elektrische trein door de 10 kilometer aan grotten, versierd met afbeeldingen van wolharige mammoeten, steenbokken, rendieren, leeuwen en paarden. Er is zelfs een wolharige neushoorn geschilderd, een van de weinige voorbeelden van dit dier in de prehistorische kunst.

In het Atelier des Fac-Similés gaat Manon op in haar werk: een paard met een dikke buik, de benen in galop, de manen beroerd door een onzichtbare wind. Voorzichtig zet ze een stip en leunt dan achterover om het effect
te beoordelen.

‘Als je zo dicht bij de schilderingen werkt, voel je soms bijna de aanwezigheid van de kunstenaar naast je,’ zegt ze. ‘Soms is het net alsof ze je hand sturen.’

Openingsbeeld: Château Beynac | Foto: Andrew Montgomery / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram