Dompel je onder in de smaken van Madrid

Redactie Lonely Planet
Dompel je onder in de smaken van Madrid

Ontdek het diverse Spaanse palet op een tapastocht door de hoofdstad, of dwaal simpelweg door de straten, tot je op de perfecte bar stuit.

Er zijn vragen die je met grote voorzichtigheid moet stellen, omdat ze voor heftige discussies kunnen zorgen (eindigend met zwaaiende vuisten of geblader door je Spaanse zakwoordenboek, op zoek naar scheldwoorden). Bijvoorbeeld: "Is Ronaldo wel of niet beter dan Messi?". "Waar in Spanje kun je het lekkerste eten krijgen?" is net zo'n vraag. En in een land waar eten zo serieus wordt genomen als hier, kunnen de gemoederen hoog oplopen. Het logische antwoord is Madrid, want hier kun je de Spaanse keuken van A tot Z proberen: van Andalusische gazpacho tot lam in Zaragoza-stijl. En dankzij de tapasfilosofie is het haalbaar om het hele land in één avond te proeven.

'Als je een avondje uit gaat, drink je geen bier en wijn omdat je dorst hebt,' zegt José Angel Mozos García, terwijl hij gasten verwelkomt in zijn visrestaurant La Mar naast het Operagebouw. 'Het is hetzelfde verhaal met tapas in Madrid: mensen eten niet omdat ze honger hebben, ze eten omdat het leuk is. Je begint bij je lokale restaurant en gaat gewoon de hele avond door.'

Buiten Josés restaurant begint de tapastocht langzaamaan gestalte te krijgen. Binnen worden vanuit de keuken stomende gerechten geserveerd met vis die vanmorgen nog voor de kust van Spanje zwom. Rijke, romige vispaella uit Valencia en garnalen uit Cadiz, doordrenkt met knoflook in het klassieke gerecht gambas al ajillo dat erg geliefd is bij de Madrileños.

'Eten in Spanje is geen kwestie van wit linnen en etiquette,' gaat José verder, terwijl hij met een stukje brood met garnalen oppakt in zijn charmante, Moors betegelde eetzaal. 'Het is eten dat je met je handen eet, dat bedoeld is voor gezelligheid.'

Paella met gamba's; een tapaskraam bij de Mercado de San Miguel; Etagère met schaaldieren bij El Cucurucho del Mar | Foto: Matt Munro / iStock

Madrid is bij uitstek een informele hoofdstad. In tegenstelling tot Londen, Parijs, Berlijn en Rome zijn er weinig iconische bezienswaardigheden. Er is geen beroemde triomfboog, geen enorme kathedraal. Het is een stad die het meer moet hebben van de sfeer dan van de stenen waaruit ze opgetrokken is. En de sfeer is nooit beter dan laat op de avond, als de tapasexpedities in volle gang zijn. Op een tijdstip wanneer Londen en Parijs al lang onder de wol liggen en zelfs Rome de rekening heeft betaald en klaar is om naar huis te gaan.

Tussen de restaurantjes zul je pleinen oversteken waar groepen mensen de tabernaís uit stromen en tegen voetstukken van standbeelden leunen; wandelen langs de gesloten hekken van parken als Buen Retiro, terwijl een geur van dennen langsdrijft; of dwalen tussen de grote galeries waarin de uitgemergelde gezichten van El Greco uitkijken over lege ruimtes die een paar uur eerder nog tjokvol bezoekers waren.

Sommige tapasbars zijn niet meer dan een pitstop, zoals Casa Labra - de geboorteplaats van de Partido Socialista Obrero Español (de Spaanse Socialistische Arbeiderspartij). Daar krijg je voor de democratische prijs van €1,25 kabeljauwkroketjes die je staand opeet. In andere restaurants kun je wat langer blijven hangen. Een daarvan is La Bola, het thuis van de Cocido Madrileño: een "Madrileense stoofpot" met worst, ham, rund, kip en aardappel, gestoofd in keramische potten naar een Asturisch recept dat 150 jaar lang onveranderd is gebleven.

Maar het leukste is natuurlijk om je eigen wonderbaarlijke tapasontdekking te doen. Een leuk barretje, verstopt in een zijstraat van een zijstraat, een plek waar ze de beste tortilla española serveren die ooit door een sterveling is geproefd en die (ondanks driftig detectivewerk op Google Maps) de volgende avond nergens meer te vinden is.

Trek een dagje uit voor Middeleeuws en Moors verleden in Toledo.

Openingsbeeld: SeanPavonePhoto / iStock


Volg Lonely Planet op Instagram