Een reis door Oost-Mongolië met de klok mee

Redactie Lonely Planet
Een reis door Oost-Mongolië met de klok mee

Eenzaamheid, afzondering en een gevoel van grenzeloze ruimte: dat trekt de meeste avontuurlijke reizigers naar de weinig bezochte heuvels, bergen en graslanden van Oost-Mongolië. 

Het uiterste oosten van het land staat zo vijandig tegenover menselijke bewoning, dat je er zelfs maar sporadisch een ger van nomaden tegenkomt. Hier kun je galopperen over eindeloze zeeën van groen, kamperen bij afgelegen meren en heilige bergen beklimmen. Of, met De geheime geschiedenis van de Mongolen in de hand, het spoor volgen van de beroemdste zoon van Mongolië, een belangrijke invloed op het verloop van de Aziatische en Europese geschiedenis.

Een land van bergen, meren en bossen

Om je reis door Oost-Mongolië met de klok mee te beginnen, neem je de weg die vanuit Ulaanbaatar naar het oosten leidt, om vervolgens naar het noorden te gaan, naar een landschap vol heuvels, meren en bossen. Je bent nu in Khentii, de rustige provincie die één van de grootste krijgsheren van de geschiedenis heeft voortgebracht. Je vindt hier in het uiterste oosten Khökh Nuur, het meer waar Dzjengis Khan zich voor het eerst uitriep tot de khan van de Mongoolse stammen. Ook vind je hier, dichterbij Ulaanbaatar, Baldan Bereeven Khiid. Deze bijzondere tempel is onlangs hersteld, nadat het tijdens de communistische zuiveringen van de jaren 1930 was vernietigd. 

In Binder kun je paarden klaarmaken voor een expeditie naar Burkhan Khalduun, de vermeende begraafplaats van Dzjengis Khan, hoewel het beklimmen van de heilige berg niet mogelijk is voor buitenlanders. Het aantrekkelijke dorp Dadal is de vermoedelijke geboorteplaats van de grote man en de plek is gemarkeerd met een grote ovoo (een sjamanistische steenhoop bedekt met godsdienstige linten). Je kunt wat drinken uit dezelfde bron als de Khan en zijn stamboom bekijken in een klein museum dat gewijd is aan Temujin.

Ga richting het oosten en je bent in het noorden van Dornod, waar het uitzicht op de steppe soms onderbroken wordt door passerende kuddes gazellen. In de bergen vlakbij het dorp Bayan-Uul zijn de mysterieuze ruïnes van een tempel te vinden; zijn oorsprong is onbekend. Dit is ook een van de weinige delen van het land waar nog steeds het echte sjamanisme beoefend wordt, dus je zou zomaar eens op een ceremonie kunnen stuiten. 

Gras en water | Foto: jason_yu / iStock

Ver van de bewoonde wereld kamperen

Ga naar het zuiden tot vlak voordat je de Russische grens bereikt en kampeer ver van de bewoonde wereld naast een andere Khökh Nuur (blauw meer), een vogelrijk moerasland dat het laagste punt van Mongolië markeert – 500 meter boven de zeespiegel. Onderweg naar Choibalsan, de bruisende regionale hoofdstad waar je kunt genieten van een warme douche en wat afwisseling van het kampeerbestaan, zul je fragmenten van de Dzjengis Khan Muur passeren. De ruïnes zijn echter aardig geërodeerd, veel meer dan een weg blijft er niet over.

Het uiterste oosten van Mongolië bestaat uit grasland; het strekt zich uit tot aan de horizon, soms onderbroken door een ovo of een verdwaalde ger. In de meest oostelijke hoek ligt het uitgestrekte meer Buir Nuur, schitterend in zijn isolement. Kampeer in de buurt van het noordelijke puntje van het meer en kijk toe hoe de zon ondergaat boven China, ver weg over het water.

De rivier de Khalkhiin Gol stroomt ten oosten van het meer. Weinig mensen weten dat een paar van de belangrijkste veldslagen van de Tweede Wereldoorlog in 1939 op déze oevers werden uitgevochten  – de uitkomst van de oorlog zou heel anders zijn geweest als Japan erin was geslaagd Siberië te veroveren. De gecombineerde Sovjet-Mongoolse krijgsmacht heeft de Japanners afgeschrikt en verslagen. De oevers van de rivier zijn bekleed met tal van gedenktekens.

In de buurt is de helling bij Ikh Burkhant gezegend met een enorm liggend beeld van de godheid Janraisag, bewaakt door angstaanjagende stenen beelden- met twee extra boven zijn hoofd, verstrengeld in een stenen omhelzing. Als je door het zuidoosten reist, dwars door graslanden en nieuwe olievelden, kom je voorbij Nömrög en Dornod, zeer beschermde gebieden in Mongolië. Ze zijn aangelegd om al wat over is van de inheemse elanden en gazellen te behouden, die bedreigd worden door lokale stropers en Chinezen die illegaal op jacht gaan. 

Yurts in de natuur | Foto: Hloca4motion / iStock

Heilige plaatsen en tentsteden

In het zuidelijke deel van Oost-Mongolië ligt de provincie Sükhbaatar, die bezaaid ligt met balbals (antropomorfe stenen pilaren, vermoedelijk gedenktekens ter verering van de overledenen). Het dorp Dariganga ligt aan de voet van de Altan Ovoo – een voormalige krater met daarbovenop een stoepa – dat heilig is en verboden voor vrouwen. De godheden zijn meer gelijkgezind wat de nabijgelegen heilige berg van Shiliin Bodg Uul betreft; vrouwen kunnen hier namelijk wél naar de top van de uitgedoofde vulkaan klimmen. Deze hellingen zijn bedekt met vaandels van zwart paardenhaar, die een penetrante geur verspreiden door de offers van eten en melk. Verlaat de hoge bergtop en trek de diepten in van de nabijgelegen ijzige grot, Taliin Agui. Deze grot bezit naar verluidt positieve energie en worstelaars komen hierheen om offers te brengen.  

Op de weg terug naar Ulaanbaatar neem je een omweg naar het zuiden. Naar Delgerkhaan, een oude tentenstad waarvan wordt gezegd dat het voorafging aan Karakorum als de eerste hoofdstad van het Mongoolse Rijk. Het is nog steeds een gerstad, die aan de oever van het ronde Avarg-Tösönmeer ligt, met een heiligdom aan de ene kant en een grote ovoo aan de andere kant. Er heerst een kampeervakantiesfeer; de lokale bevolking baddert in het water, dat helende eigenschappen zou hebben. Ten zuiden van Avarg-Tösön, in de buurt van een andere aan Dzjengis Khan gewijde obelisk, kun je je flesje vullen met zilt, koolzuurhoudend water van een natuurlijke bron. 

Hoe kom je er?

Oost-Mongolië verkennen vergt veel tijd, geduld en planning. De belangrijkste steden – Chinggis Khan City, Baruun-Urt en Choibalsan – zijn verbonden met Ulaanbaatar door middel van betrouwbare, dagelijkse bussen. Kleinere nederzettingen zoals Dadal en Dariganga kun je bereiken door middel van minder frequente jeeps en minibussen. 

Maar om de afgelegen bezienswaardigheden van de regio te bereiken, heb je je eigen wielen of hoeven nodig. Jeeps met chauffeurs kun je het makkelijkst huren in Ulaanbaatar. Zelf rijden is moeilijk omdat het overgrote deel van de wegen ruw en modderig is en als je pech hebt ben je echt op jezelf aangewezen. Maar als je het wil kun je een jeep huren van Happy Camel. Jeeps en chauffeurs kunnen ook gehuurd worden in andere steden, maar daar zul je te maken krijgen met een taalbarrière. De meeste gerkampen kunnen paarden en gidsen verhuren. Een GPS is van onschatbare waarde voor het vinden van bezienswaardigheden die niet langs de weg liggen.

Tot slot moet je, voordat je vertrekt uit Ulaanbaatar, toestemming krijgen van de State Frontier Guard Authority (de grenscontrole) om grensgebieden zoals Dadal, Khalkh Gol en Dariganga te mogen bezoeken. Het kan mogelijk zijn dat je aan moet geven in welke volgorde je van plan bent om deze locaties te bezoeken en je zult je moeten registreren bij militaire posten onderweg. Je kunt basisvoorzieningen ophalen in dorpen en de traditionele gastvrijheid schrijft voor dat wanneer je bij een ger stopt, je op thee en brood getrakteerd wordt. Toch is het handig om zelfvoorzienend te zijn en daarom uitgerust te zijn met een overvloed aan eten, water een fornuis en een tent. Kamperen is nooit een probleem; in beter bezochte gebieden kun je ook verblijven in gerkampen, of verblijven in de eenvoudige hotels in de steden. 

Openingsbeeld: loca4motion / iStock


Volg Lonely Planet op Instagram