Backpacken langs de Zijderoute van China: de onmisbare reisgids

Redactie Lonely Planet
Backpacken langs de Zijderoute van China: de onmisbare reisgids

De Chinese Zijderoute is een epische reis langs woestijnduinen naar het einde van de Chinese Muur, een bouwwerk van zalmroze modder dat abrupt eindigt in de magnifieke beige torens van het fort van Jiayuguan. Deze route wordt door slechts weinig reizigers ondernemen; begrijpelijk, in China zijn er zoveel makkelijker bereikbare en beroemde bestemmingen.

Maar de waarlijk avontuurlijke reiziger die op zoek is naar een unieke ervaring wordt bij het backpacken langs de Chinese Zijderoute beloond: zandsleeën vanaf de top van een onbeweeglijke zandduin, op de rug van een kameel door een oase rijden, een wandeling naar het einde van de Chinese Muur en wijn drinken te midden van druivenranken- het behoort allemaal tot de mogelijkheden. Neem een zand-proof rugzak mee en check onze reisgids voor het backpacken langs de Chinese Zijderoute

Prachtige kleuren in Gansu | Foto: yangphoto / iStock

De Route

De Zijderoute bestond oorspronkelijk niet uit één maar uit meerdere routes die Oost- en Zuid-Azië met mediterraans Europa verbonden. De naam ontstond omdat de zeer populaire Chinese zijde in grote hoeveelheden langs deze route werd verhandeld. De route begon van oudsher in Xi’an (toen bekend als Chang’an), liep in noordwestelijke richting door de hedendaagse provincies Gansu en Xinjiang en waarna hij Centraal-Azië bereikte.

 De route heeft een aantal afsplitsingen, dus je hebt verschillende mogelijkheden bij het uitstippelen van je reis. Verreweg de vaakst gekozen route is die van Xi’an naar Lanzhou en Jiayuguan in Gansu. Vanuit hier kun je dan kiezen om in noordwestelijke richting naar Urumqi in Xinjiang te reizen, waar de fascinerende Uyghur-cultuur, het wijnland van China en de hoge toppen van het Tian Shangebergte op je wachten. Of je volgt de zuidelijke route door de vurige woestijn van Gansu, met zijn enorme duinen en eeuwenoude boeddhistische grotten. Je eindigt dan in de Centraal-Aziatische stad Kashgar, die bekendstaat om zijn drukke veemarkt op zondag. Avontuurlijke reizigers die tijd over hebben kunnen eventueel ook beide routes verkennen door vanaf Jiayuguan in zuidelijke richting naar Dunhuang in Gansu te reizen, daarna omhoog naar Urumqi, en vervolgens weer naar het zuiden, om in Kashgar te eindigen.

Jiayuguan Fort tijdens zonsondergang | Foto: jackq / iStock

Niet-te-missen plekken

Jiayuguan Fort: de oude Chinese Muur eindigt bij dit torenhoge van modder gemaakte fort, dat als een fata morgana boven de woestijn uitstijgt. Het ligt slechts een paar kilometer ten noordwesten van de stad Jiayuguan. Er zijn wat toeristenactiviteiten zoals boogschieten en rijden op een kameel, maar de beste reden voor een bezoek zijn de weidse uitzichten vanaf de wallen.

Overhangende Chinese Muur: zo genoemd omdat hij lijkt op een draak die over een klif hangt. Dit gedeelte van de Chinese Muur is het mooiste om te zien: een doolhof van modder dat zich over de flank van een scherp afgetekende woestijnberg kronkelt. De muur kan worden beklommen en het uitzicht vanaf de top is ongeëvenaard. 

Mingsha Duin: het is een understatement om dit een enkele duin te noemen. Mingsha ligt aan de rand van Dunhuang en is de eerste in een serie van duizenden duinen die samen de Taklamakan Woestijn vormen. Mingsha is echter legendarisch omdat hij ook na vele duizenden jaren zanderosie nooit de oase eronder heeft bedekt. Avonturiers kunnen de duin beklimmen voor uitzichten over nóg meer duinen en daarna over het zand terug naar beneden sleeën.

Gaochanggebergte en Mogao-grotten: deze spookachtige rode en oranje zandstenen heuvels zijn bedekt met geërodeerde geulen die er op sommige momenten van de dag (zoals bij zonsondergang) uitzien alsof ze in de brand staan. Tours vanuit Dunhuang pakken vaak ook de Mogao Grotten mee. Deze serie van grotten heeft een enorme schat aan boeddhistische kunst en muurschilderingen.

Druivenvallei van Turpan: China mag dan nog niet bekendstaan om zijn wijn, maar in Turpan – een dorp bij een oase – wordt fervent wijn geproduceerd. Ongeacht de kwaliteit van de wijn (veel ervan is eigenlijk best goed te drinken) is het drinken van een glas witte wijn onder de wijnranken, met een kabbelend beekje vlakbij, een hele goede manier om de woestijnhitte te weerstaan.

Ruïnes van Jiaohe: op deze 2300 jaar oude archeologische site staat de ruïne van een eeuwenoude hoofdstad, die rond de 13de eeuw werd vernietigd door Mongoolse aanvallers. Wat ervan over is gebleven is een uitgebreid netwerk van structuren in verschillende staten van verval, verbonden door een doolhof van straten.

Het meer Tian Chi: absoluut een van de schilderachtigste meren van China. Tian Chi (“hemels”) ligt aan de voet van het Tiensjangebergte en wordt overschaduwd door de 5445 meter hoge Bogda Feng. Het is een populaire bestemming voor binnenlandse toeristen dus de kalmte van het meer wordt helaas verstoord door toeterende boten en hordes bezoekers. Maar als je een rustig plekje kunt vinden, dan zijn de vergezichten adembenemend. Het is ook mogelijk om er te kamperen of samen met een lokale Kazakse familie in een yurt te verblijven – dit is zeer aan te raden als je een stuk van het water en het omringende bos voor jezelf wilt hebben.

Zondagsmarkt van Kashgar: een van de grootste en levendigste markten in Azië. Kashgar’s Bazaar is elke dag open maar het is er vooral druk op zondag, als de veemarkt koeien, paarden, schapen en geiten aan het aanbod toevoegt. 

Zijderoute door de woestijn | Foto: rolf_52 / iStock

Rondreizen

Het noordwesten van China is van oorsprong een van de minst bereikbare regio’s. De Jiayu bergpas, waar rond 1370 een indrukwekkend fort werd gebouwd, staat aan het einde van de Chinese Muur en markeert de grens van het oude China. 

De regio beslaat 2400 kilometer en grenst aan bijna alle kanten aan uitgestrekte stukken woestijn. Busritten zijn vaak lang, hobbelig en soms stoffig; hier en daar wordt er nog gebouwd of gerenoveerd aan wegen om ze geschikt te maken voor modern verkeer. Er gaan regelmatig vluchten tussen de grote vliegvelden in de regio: Xi’an, Lanzhou, Jiayuguan, Urumqi en Kashgar hebben allemaal commerciële vliegvelden en er zijn vaak tickets in de aanbieding.

Maar wat deze reis echt mooi maakt is de lange reis over het land; een tocht die doet denken aan een verleden waarin ontdekkingsreizigers, handelaren en boeddhisten wekenlang door de ruige woestijn liepen of reden. Als je in ieder geval een deel van je reis per trein onderneemt dan ervaar je dit landschap van dichtbij. Er gaat regelmatig een trein van Xi’an naar Urumqi via Jiayuguan, Dunhuang en Turpan. Vanuit Turpan is er een verbinding naar Kashgar. Als je haast hebt zou je deze hele reis in tien dagen kunnen doen, maar twee tot drie weken geven je meer gelegenheid om hier en daar wat van de route af te wijken en steeds een paar dagen op elke stop door te brengen om alle bezienswaardigheden te zien. Doorvliegen naar Lanzhou en daar de trein pakken zou je de reis wat kunnen inkorten. De ideale reis heeft ruimte voor overnachtingen of zelfs enkele dagen in Lanzhou, Jiayuguan, Dunhuang, Turpan, Urumqi (of het meer Tian Chi) en Kashgar.

Tips en aanbevelingen

Het grootste gedeelte van deze route loopt door de woestijn, dus wees voorbereid op droge hitte. Neem voldoende zonnebrand mee en draag ademende kleding die zoveel mogelijk huid bedekt. Een bandana of een lichte sjaal zijn handig om schaduw mee te creëren en om in stoffige omstandigheden te kunnen ademen.

De trein rijdt hier vaak ’s nachts. Zorg dat je voldoende eten en flink wat (flessen) water bij je hebt voordat je vertrekt. In de trein worden warme maaltijden geserveerd, maar dit zijn vaak eenvoudige Chinese gerechten zoals rijst, groenten en gewokt vlees. Instant noedels, fruit, noten en zaden zijn overal te koop, makkelijk om mee te nemen en goed te bewaren. In de trein wordt ook vaak bier en wijn verkocht, maar tegen een flinke prijs, dus neem waar mogelijk je eigen mee. Een ganbei (toost) is een goede manier om tijdens het reizen lokale mensen te ontmoeten en vrienden te maken.

Officieel is heel China een tijdzone, China Standard Time, maar het noordwesten, en dan vooral de Xinjiang provincie, gebruikt vaak zijn eigen, lokale tijdzones. Check dus bij het aanschaffen van trein- of bustickets goed hoe laat ze vertrekken.

Over het algemeen wordt er in de hele regio Mandarijn gesproken, ook door taxichauffeurs, hotelpersoneel en personeel in grote winkels en restaurants. In sommige meer afgelegen gebieden en in kleine cafés spreken mensen vaak alleen lokale Chinese dialecten of Uyghur.

Openingsbeeld: fototrav / iStock


Volg Lonely Planet op Instagram