Bucketlist: Verzamel je eten

Redactie Lonely Planet

Foerageren is het summum van lokaal, afvalloos dineren. Is er een betere manier om een land te leren kennen dan door de maag?

Het is het tegenovergestelde van kant-en-klaar. Geen verdachte ingrediënten, zonder toevoegingen (behalve misschien wat modder), en verpakt door Moeder Natuur. In de natuur op zoek gaan naar voedsel en dat omtoveren tot een maaltijd is misschien wel de meest bevredigende manier om te eten. Door te foerageren raak je meer verbonden met de natuur en de wisselende seizoenen, en voel je dat dit is hoe eten er vroeger aan toe ging. Daarnaast geeft het je een trots oergevoel, want als de supermarkten morgen verdwijnen, kun jij jezelf tenminste onderhouden.

De herfst is een gouden tijd voor foerageurs; fruit wordt rijp, bessen groeien aan de struiken en paddenstoelen schieten ’s nachts uit de vochtige grond. Je hoeft alleen maar je ogen open en een mandje paraat te houden. De zeeën en rivieren bieden allerlei wilde vissen, zoals makreel en zalm, en aan de kust kun je schelpdieren en eetbaar zeewier oogsten.

Soms kan een professionele gids je de goede kant op wijzen, maar meestal zijn tips van locals genoeg om een paar uur de specialiteiten van de regio te verzamelen. Zorg er wel voor dat je weet wat je plukt en alleen meeneemt wat je gaat eten. Er zijn genoeg andere twee- en vierbenige foerageurs die uit diezelfde wilde voorraadschuur putten.

Pluk bessen in Zweden

De Zweden nemen foerageren zo serieus dat het in de wet is vastgelegd: allemansrätten (allemansrecht) geeft je toestemming om te wandelen, kamperen en bessen te plukken op andermans land, als je dat maar respectvol doet. Trek simpelweg in juli en augustus de natuur in.De toppunten zijn wilde aardbeien, gouden bergbraambessen, bosbessen en vossenbessen. Let op dat je genoeg bessen overlaat voor de volgende plukker.
Responsible Travel biedt een kajak-, foerageer- en wandelreis van vier dagen (€972; responsibletravel.com).

Snuffel naar truffels in Italië

Voor Italiaanse foerageurs is de tartufo bianco (witte truffel) de heilige graal en geen enkele plek is nauwer verbonden met deze zeer aromatische zwam dan Alba, een plaats in de vruchtbare regio Piedmont in het noordwesten van Italië, al lang een bolwerk van de Slow Food-beweging. Als je ook maar een beetje kans wilt maken om deze klompen “wit goud” te vinden, moet je gebruikmaken van een bekwame trifulau (truffeljager) en een goed getrainde hond met een scherpe neus. De moeilijkheid van het vinden maakt de truffels nog aantrekkelijker. De late herfst is het seizoen om de populaire witte truffels te vinden, onder de grond in mistige bossen van eiken, wilgen en populieren. Een ware truffeljager verraadt zijn geheime plekken nooit en je moet wellicht wel een tijdje lopen voordat je een schat ter grootte van een knikker opgraaft.
Het toerismekantoor van Alba (langheroero.it) organiseert seizoensjachten, net als het Consorzio Turistico Langhe (tartufoevino.it) en het Nationale Truffelstudiecentrum (tuber.it).

Pluk kruiden in de Alpen

Een deel van het plezier van wandelen in de weiden en bossen in de uitlopers van de Alpen schuilt in het feit dat je er heerlijk kunt foerageren. ’s Zomers barsten de alpenweiden van de kruiden en bloemen. Witte munt, kaasjeskruid, korenbloem, alsem, veldzuring en duizendblad brengen restaurantmenu’s op smaak of worden gedroogd voor thee die bekendstaat om zijn gezondheidseffecten en smaak. Aan het einde van de lente is iedereen op lagere hoogtes dol op daslook, die in sauzen en pesto’s wordt gebruikt. Met de hand plukken is een langzaam, bijna meditatief proces: stil op het gehamer van een specht of het schemerkoor van vogels na.
Als je een beetje lui bent, kun je geplukte kruiden en thee vinden zonder te wandelen; ze zijn verkrijgbaar op boerenmarkten en op menu’s in het hele Alpengebied.

Openingsbeeld: Lainea / iStock