Onderweg naar Niets: Het Lege Kwartier van Oman

Redactie Lonely Planet

Je weet nooit precies wanneer je het Lege Kwartier betreedt. Er is geen bewegwijzering, want er zijn geen wegen (en er zijn geen wegen omdat je eigenlijk nergens heen kunt). Er is ook niemand om de weg aan te vragen, want er zijn geen steden, dorpen of zelfs gebouwen. Het Omaanse leger heeft kaarten van de woestijn, maar je kunt geen mobieltje gebruiken om ze te bellen en om hulp te vragen, want er is geen bereik in het Lege Kwartier.

Maar er is wel zand. Zand in duinen zo groot als piramides. Zand dat overal in komt: aan het einde van een dag wandelen in het Lege Kwartier heb je in elke sok genoeg zand om een zandkasteeltje mee te bouwen. Zand is een onwelkom ingrediënt bij elk ontbijt, middagmaal en diner. Er zijn hardnekkige zandkorrels die zich verzamelen in je neusgaten, navel en oren. Maanden nadat je door de woestijn hebt gereisd zijn de minuscule korreltjes nog te vinden, bijvoorbeeld bij het snuiten van de neus - verstekelingen uit de afschrikwekkendste wildernis op aarde.

Leeg betekent in Oman ook echt leeg | Foto: ali suliman / iStock

Het Lege Kwartier - Rub' al Khali in het Arabisch - is de grootste zandwoestijn ter wereld. De Sahara is groter, maar bestaat veelal uit steen in plaats van zand. Het Lege Kwartier is ongeveer zo groot als Frankrijk en ligt verspreid over Oman, Jemen, de VAE en Saoedi-Arabië. Op de kaart is het een lege ruimte vergelijkbaar met Antarctica. In het noordwesten liggen de moskeeën van Mecca en Medina, in het noordoosten de wolkenkrabbers van Abu Dhabi en Dubai, en in het zuiden de warme wateren van de Indische Oceaan. Daar tussenin is niks; alsof een cartograaf per ongeluk een stuk gemist heeft. Met een grote atlas kun je elk detail van het Midden-Oosten bekijken, van de tuinen van Jerusalem tot de bergen van Afghanistan; met ruimte voor een kopje koffie op het niets van het Lege Kwartier. Er is geen inkt aan verspild en er zijn maar heel weinig mensen die er komen. Maar er is natuurlijk geen avontuur zo mooi als een reis naar het onbekende.

De bergen

Een zandstorm blaast over het water van de Perzische Golf, bereikt het vasteland van Oman en waaiert uit over het Hadjargebergte. In de stad Nizwa zoeken mussen beschutting in afbrokkelende wachttorens. Kooplui dekken in de soeks snel hun zakken met specerijen als nootmuskaat, steranijs, komijn en karwij af. Ze sluiten hun winkel en trekken eropuit voor de lunch. Door de stofwolken heen klinkt de oproep tot het middaggebed. De verzen worden weerkaatst door de bergen.

Fort Nizwa en het Hadjargebergte | Foto: ViktorCap / iStock

Iedereen die naar het Lege Kwartier wil reizen vanaf de noordkust van Oman, moet eerst het Hadjargebergte over. De bergketen verrijst uit de vlaktes nabij de hoofdstad Muscat. Aan de voet van de bergen is het zand zo heet dat het je voeten verschroeit; boven worden de toppen alleen bezocht door dappere geiten en incidentele sneeuwvlokjes. Het is nu een zeer veilig en gastvrij deel van Oman, maar niet zo lang geleden durfde geen enkele buitenlander erheen te reizen. In de jaren 40 heerste over deze afgelegen bergen een imam, die een vurige afkeer had voor buitenstaanders.

Mijn gids Kareem brengt me met de auto naar de hoogste top van de bergketen, Jebel Shams. Onderweg wijst hij me op forten die vroeger de bergpassen bewaakten tegen pottenkijkers. Hoog boven de weg liggen dorpjes met huisjes van klei op de hellingen, zoals Misfat. Eromheen liggen tuinen met dadelpalmen en mango’s. De tuinen worden bewaterd door bronnen die uit de bergen worden geleid, gevoed door regenwater van misschien wel eeuwen geleden.

Bij hevige regenval verandert de Wadi Ghul in een rivier | Foto: Justin Foulkes / Lonely Planet

Al snel bereikt de weg de top van Jebel Shams en verdwijnen de stofwolken. De rotswanden van het Hadjargebergte doemen op en in het zuiden verschijnt een vlakke, nevelige horizon die de rand van het Lege Kwartier markeert.

Als je op een lentedag in 1949 naar deze nevelige horizon in de verte zou hebben gekeken, zou je misschien een bedoeïenen-karavaan hebben gezien. In deze karavaan bevond zich een lange, stille figuur met half dichtgeknepen ogen en een gebogen mes. Als hij gesproken had, zou je misschien het deftige, Britse accent van Eton College herkend hebben. Dit was namelijk Wilfred Thesiger: een bokser, schrijver en excentriekeling die beschouwd wordt als een van de laatste grote Britse ontdekkingsreizigers.

Hij had net vier jaar blootsvoets met bedoeïenenstammen door het Lege Kwartier gezworven, onder het dubieuze voorwendsel sprinkhanen te bestuderen (waar hij over vertelt in zijn boek Woestijnen van Arabië). Nu had hij zijn zinnen gezet op het ontdekken van deze bergen.

Gids Kareem kent geen angst op de top van Jebel Shams, uitkijkend over Wadi Ghul | Foto: Justin Foulkes / Lonely Planet

Maar dat ging niet door. De imam hoorde van zijn plannen en vroeg Thesiger beleefd om te kiezen tussen ophoepelen of een pijnlijke dood sterven. De karavaan trok zich stilletjes terug in de wildernis en de ruste keerde terug in de bergen. Niemand durfde ze te volgen. ‘Zelfs de plaatselijke bevolking raakt wel eens verdwaald in deze woestijnen,’ zegt Kareem met een grijns. Hij staat boven een klif en gebaart in de verte. ‘Het Lege Kwartier is een gevaarlijke plaats.’

De kust

Voor Mussallem Hassan is een uitje naar het Lege Kwartier echter geen beangstigend voorstel. Hij is gids, kok, chauffeur, monteur en een ontzettend goede verhalenverteller. Al 20 jaar is hij de go-to guy voor kampeeruitjes in de woestijn - en tot nu toe is hij altijd heelhuids teruggekeerd.

Kalksteenkliffen bij Mughsail, ten westen van Salalah | Foto: Justin Foulkes / Lonely Planet

'Als je veel ervaring hebt is het Lege Kwartier niet gevaarlijk,' verzekert hij me, terwijl hij zijn terreinwagen inlaadt. 'De woestijn is mijn thuis, ik weet de weg als geen ander.' Mussallem werd geboren in een grot aan de rand van de woestijn en groeide op in een bedoeïenenfamilie. Als kind wandelde hij overdag met kamelen in een landschap met wierookbomen en wilde jasmijn, en sliep hij 's nachts in wadi's, waar het gegrom van Arabische luipaarden klonk in het donker. Als jonge soldaat in het Omaanse leger begon hij voor het eerst het Lege Kwartier te ontdekken. Tegenwoordig is hij een van de weinigen die er de weg kent.

Mussallem pikt me op in de zuidelijke havenstad Salalah. In 1946, toen Thesiger vanaf hier op woestijnexpeditie ging, was er slechts een dorp. In een paar decennia is Salalah echter getransformeerd tot een moderne, bruisende stad. Verderop langs de kust zijn er nog wel taferelen die Thesiger bekend zouden voorkomen. Bijvoorbeeld het vissersdorpje Mirbat, waar Bengaalse migranten ontbijten met zoete curry's op het dek van hun vissersbootjes.

Vanuit Salalah maak je eenvoudig bootexcursies naar de zuidkust van Oman | Foto: Justin Foulkes / Lonely Planet

Tussen de happen door jagen ze katten weg die hun klauwen slaan in netten vol met spartelende rode snappers en makrelen. Hier en daar staan afbrokkelende forten aan de zee, kustwachters voor indringers die nooit op zullen komen dagen. Het zijn overblijfsels uit de tijd van de wierookhandel, waarmee deze kust ooit zijn rijkdom heeft vergaard (en waarvan volgens sommigen een deel naast een kribbe in Bethlehem terecht is gekomen). Deze handel is echter al lang geleden grotendeels verdwenen. De meeste ruïnes staan leeg, op de zonnebadende hagedissen na.

Met de auto vol flessen water, eten, tentharingen en een satelliettelefoon voor noodgevallen laten we Salalah achter ons. Het is zes uur rijden naar het Lege Kwartier. Langzaamaan verdwijnen de mensen en gebouwen. De rustplekken langs de weg worden steeds simpeler. Eerst zijn het luxe bezinestations met airconditioning, dan metalen chapati-stalletjes langs de weg, en uiteindelijk een zwerfkei waar een voldaan kijkende kameel het enige stukje schaduw in de weide omtrek heeft bemachtigd. De temperatuur stijgt en stijgt. Het openen van het autoraampje voelt als kijken in de oven of de appeltaart al klaar is; vliegen doen hun best om binnen te komen om aan de verzengende hitte te ontsnappen. De uren verstrijken en we zien niets dan kleurloze steenvlaktes. Na nog een aantal uur bezwijken de vliegen aan de hitte. De wegen worden onverhard en verdwijnen dan helemaal. Op dat moment komen de duinen in zicht.

Dit is het eerste deel van een tweedelige serie over Het Lege Kwartier in Oman. Het tweede deel lees je hier.

Openingsbeeld: typhoonski / iStock