Waanzinnige hike: de Selvaggio Blue

Redactie Lonely Planet

Wie het aandurft om de Selvaggio Blue aan Sardinië’s wilde oostkust te hiken, wordt beloond met een ervaring die weinig anderen ooit zullen hebben 

‘Sardinië is uniek. Betoverende ruimtes en afstanden om te bereizen - niets is af, niets is definitief. Het is net als de vrijheid zelf.’ Dat schreef D.H. Lawrence in zijn reisverslag Sea and Sardinia uit 1921. En hij had gelijk, denk ik terwijl ik me een weg baan langs een kalkstenen klif die abrupt in een saffierblauwe zee stort. Als ik over mijn schouder durf te kijken, is het uitzicht inderdaad de vrijheid zelf: alleen de Middellandse Zee, de horizon en het verdwijnpunt ertussenin. Ik voel me een koorddanser die een evenwichtsoefening uitvoert als ik mijn ene voet voorzichtig voor de andere plaats op de smalle bergkam. Ik bedenk hoe onhandig mensen zijn, terwijl twee geiten de rotsachtige richel opklauteren, en hoe ironisch het is dat het leven op de rand zo bevrijdend kan aanvoelen.

Ik ben op de Selvaggio Blu, of Wild Blue, de tocht waarvan de naam zelfs ervaren wandelaars doet uitbreken in angstzweet. De route staat bekend als de zwaarste wandeling van Italië - en niet zonder reden. Het is een vier- tot vijfdaagse tocht door de totale kustwildernis, er zijn geen dorpen, geen wegen, (bijna) geen mensen en vooral geen borden.

40 tot 50 kilometer langs de kust lopen klinkt misschien niet al te uitdagend, maar vergis je niet: dit is een flinke hike, geschikt voor superfitte en zelfverzekerde hikers. Je moet een touw hebben en weten hoe je het moet gebruiken als het pad eindigt; er zijn zelfs stukken waar je moet klimmen of abseilen. Dan is er nog de navigatie: een gps kan helpen, maar is niet 100 procent betrouwbaar, dus het is goed om te weten hoe je een kompas gebruikt. Zelfs dan kan het vinden van paden ingewikkeld zijn, omdat dieren altijd nieuwe sporen maken die je op een dwaalspoor kunnen brengen. Vers water is ook moeilijk te vinden, dus alles wat je nodig hebt moet ofwel in een zware rugzak worden gesjouwd of per boot op aangewezen punten worden afgezet.

Als de Selvaggio vandaag de dag ontembaar lijkt, was dat het aan het eind van de jaren 80 al helemaal, toen twee Italiaanse klimmers, de Toscaanse Mario Verin en de plaatselijke architect Peppino Cicalò de route bedachten. Terwijl ze zich een weg baanden door dicht struikgewas aan de kust, stelden ze een broos netwerk samen aan de hand van paden die ooit werden gebruikt door houtskoolbranders en herders, die lijnen trokken over de steile kliffen en diepe ravijnen van de Golfo di Orosei in het oosten van Sardinië. Hiermee creëerden ze een van de meest epische kustwandelingen van Europa, met rotsformaties die als ruïnes van een fort boven de zee uitsteken en langs grotten zo immens als kathedralen, waar kidnappers en bandieten zich ooit verscholen.Rivieren en beken slingeren door bossen van knoestige eiken, olijfbomen en dennen. Ver onder de kliffen zijn uitgeholde baaien van gladde witte kiezelstenen waar mensen zelden voet aan wal zetten. Dagen van slopende wandelingen en adembenemende kustschoonheid veranderen in maanverlichte nachten rond knetterende kampvuren,slapend op het strand of in grotten.

De wandeling begint bij de badplaats Santa Maria Navarrese bij Pedra Longa, een 120 meter hoge rots die boven de diepblauwe zee uitsteekt. De start is bedrieglijk eenvoudig als ik mijn weg langs de kust zoek, met de stilte van de zee beneden, een licht briesje met de geur van wilde rozemarijn en tijm, en een slechtvalk die door de lucht zweeft. Een beetje klauteren brengt me naar Cala Goloritzé, waar de doorschijnende zee rond bizarre kalksteenformaties golft, waaronder de Punta Caroddi, een rotsnaald geliefd bij klimmers.

Ik maak me geen illusies; de tocht zal niet zo makkelijk blijven. Al snel merk ik dat ik me vastklamp aan scheuren in het kalksteen terwijl ik me een weg baan boven de overhang, klauterend over de rotsen. Ik til mezelf een roestige ladder op, waarvan de sporten meer dan een beetje onzeker zijn. Het pad vereist maximale concentratie en ik ben me terdege bewust van de gevolgen van een misplaatste voetstap. Als het pad minder steil wordt kan ik even ontspannen. En wat een uitzicht! De grote boog van de Golfo di Orosei strekt zich voor mij uit. Roze cyclamen kleuren het bos en de brem staat in gouden bloei.

Cala Biriola verschijnt ver, ver onder me als een glinsterend visioen. En na een intense, klauterende afdaling, voel ik dat ik het recht heb verdiend om in de zee te springen en het vuil van me af te laten glijden. Mezelf wegslepend uit de dromerige baai, wordt het al snel moeilijker. Het duurt niet lang of ik bevind me op een afgrond, mijn hart maakt radslagen bij het idee dat ik van deze enorme klif zal moeten abseilen. Ik laat me toch zachtjes in de leegte vallen, en hoop er het beste van. Mijn beloning is Grotta del Fico, een gapende zeegrot die bezaaid is met stalactieten als druppelkaarsen.

De wandeling van de volgende dag is naar Cala Sisine, het einde van de echte hike. Het is weer een moeilijke;  klifklimmen op een vaste via ferrata, smalle richels en ravijnen doorkruisen. Terwijl ik al abseilend, zwetend en verfomfaaid naar de adembenemende baai afdaal trek ik een paar opgetrokken wenkbrauwen van vakantiegangers die op het strand liggen te zonnen. Zij hebben de boot genomen om hier te komen.

Na een tijdje raak je gewend aan de Selvaggio Blu en zijn verrassingen. Tegen het einde verlang ik naar iets meer, dus ga ik verder naar de volgende baai, Cala Luna. Als ik de Arco di Lupiru bereik, een monumentale zeeboog hoog boven de kust, stop ik even terwijl het zachte, heldere licht van de late namiddag de contouren van de Golfo di Orosei verzacht (foto). De baai is als een enorm amfitheater, waar de show altijd de zee is.

Make it happen

Het bewandelen van de Selvaggio Blu wordt meestal aanbevolen met een gids, omdat ze het terrein kennen, voor uitrusting kunnen zorgen en de route kunnen veranderen waar nodig. Het is net zo goed een klimexpeditie als een wandeling langs de kust, met beklimmingen van graad 4 en enkele zware hellingen. Corrado Conca is een betrouwbare organisatie. De dichtstbijzijnde luchthavens zijn Olbia en Cagliari, elk op ongeveer 2,5 uur rijden.

Tekst: Kerry Christiani
Foto:Massimiliano Maddanu/Alamy