Bibberen in het bos

Tjitske Kingma

Kamperen in Nederland is meestal weggelegd voor de zomermaanden, afgezien van een handjevol fanatiekelingen die de winterkou trotseren. Maar als je een aantal traditionele yurts (ger in het Mongools) – die bestand zijn tegen temperaturen zo laag als -40 °C – naar Drenthe haalt, wordt winterkamperen ineens een stuk aantrekkelijker. Hoofdredacteur Tjitske Kingma probeerde het uit en ervoer hoe het was om ’s winters te kamperen.

Winterwoods blijft nog tot 10 april open; je kunt de laatste plekken online boeken. Twee nachten vanaf €130 p.p.; winterwoods.nl/drenthe.

Hoewel ik ieder jaar kampeer, was ik toch een beetje huiverig om twee winternachten buiten door te brengen. Ik geniet ontzettend van de natuur, maar ben ’s nachts een enorme koukleum. Zelfs hartje zomer lig ik in een volledig trainingspak met al mijn truien over me heen in mijn slaapzak gewikkeld, totdat de zon begint de schijnen en ook ik mijn tent uitbrand. Ik begon daarom ook aan dit mini-avontuur in de veronderstelling dat ik
het enorm koud zou krijgen.

Ik ga naar Winterwoods, een camping midden in de Drentse bossen. Bij de laatste afslag zegt mijn navigatie dat ik er ben, maar ik sta met mijn auto aan het begin van een onverhard pad. Voorzichtig rij ik door en kijk ik een paar keer vertwijfeld om me heen, maar zie dan uiteindelijk gelukkig het bordje voor de parkeerplaats. Bij aankomst neem ik plaats bij het kampvuur, waarboven een grote emaillen pan bungelt. Iemand reikt me een dampende beker glühwein aan en ik snuif de frisse lucht op, nu gemengd met de kruidige geur van de wijn.

Een van de yurts bij Winterwoods. Foto: Evy van Nispen

Het wordt langzaamaan al donker wanneer ik mijn yurt binnenstap. Zelfs in mijn trui en regenjas voelt het er fris, aangezien het vuur al een tijdje niet heeft aangestaan. Daar ga ik gauw verandering in brengen; ik zeul de zak met hout die klaarstaat in de yurt mee naar de hakplaats voor een spoedcursus houthakken. Hoewel ik bij het oppakken van de bijl alsnog voor me zie hoe het helemaal mis kan gaan, volg ik de aanwijzingen van de bushcraftinstructeur braaf op en probeer ik mijn eerste stuk hout te klieven. Ik heb zo mijn twijfels: ik ben helemaal niet zo sterk, dus hoe ga ik ooit zo’n stuk hout doorboren? Maar gelukkig raak ik na twee keer mis te hebben geslagen uiteindelijk het blok precies in het midden en valt het in twee gelijke stukken uit elkaar.

Zo krijg ik al gauw de smaak te pakken, dus even later loop ik met klagende spieren en een zak vol kleinere stukjes hout terug naar de yurt. Het is tijd om het vuur aan te steken, want in deze temperatuur kom ik de nacht niet door. De instructeur grapte tijdens de uitleg nog dat je niet te hard van stapel moet lopen, omdat het met een goed vuur al gauw richting de 40 graden kan gaan in de yurt. Mijn reisgenoot en ik doen er wat lacherig over, want het is moeilijk voor te stellen dat het kleine houtkacheltje zoveel warmte kan afgeven. Enthousiast begin ik met het bouwen van het vuur, en na een tijdje brandt er een lekker vlammetje. De jas gaat uit, gevolgd door mijn dikke trui; 40 graden is het nog niet, maar alleen mijn longsleeve is nu voldoende. De kachel wordt zelfs warm genoeg om een pannetje met kaasfondue op te verwarmen. De aangename hitte en de fles rode wijn die inmiddels is aangebroken zorgen voor een rossige gloed op mijn wangen. Kou is slechts een vage herinnering.

Na een klein intermezzo (lees: een bezoek aan het toiletgebouw) is het bedtijd. Het vuurtje dooft langzaam, maar de yurt is zo goed geïsoleerd dat het nog steeds aangenaam warm is. Ook een bijkomend voordeel is dat de yurt is voorzien van fijne bedden met echt beddengoed voor een soort hotelgevoel, maar met de heerlijke buitengeluiden van het kamperen. Het begint een beetje te regenen en de druppels ketsen gezellig van het dak. Even denk ik dat ik een snelweg hoor, maar het blijkt de wind te zijn die door de boomtoppen raast. Ik nestel me lekker in de dekens en doezel langzaam weg.

De avond is gevallen op de Winterwoods-camping. Foto: Evy van Nispen

De volgende ochtend is het fris, maar niet koud. Gelukkig maar, want ik heb me ingeschreven voor een vroege yogales. Na nog gauw een pot koffie te hebben gezet met de percolator en het gasbrandertje, hijs ik me in een legging en stap in m’n wandel­schoenen om naar de tent te gaan waar de les wordt gehouden. Op de mat voel ik dat ik gister spieren heb gebruikt die niet vaak aan bod komen; met name tijdens de Chakravakasana (kat-koehouding) protesteren de spieren in mijn rug. De yogales heeft mijn lichaam lekker opgewarmd en ik ben klaar om mijn wandelschoenen dicht te veteren voor een zogenaamde micro-hike door het bos.

De camping was maar 45 minuten rijden van mijn woonplaats en ik ben hier nog geen 24 uur, maar ik voel me al helemaal opgefrist door de natuur. Natuurlijk is het niet te vergelijken met bushcraft of wildkamperen in de winter, maar ondanks de bedden en het toiletgebouw met warme douches voel ik me enorm voldaan door het langzame leven waarbij ik mijn eigen hout moet hakken en een vuurtje moet stoken. Ik kijk tijdens de wandeling alweer uit naar het simpele maaltje dat ik in de yurt ga bereiden voordat ik voor de tweede keer in slaap val met de natuurgeluiden om me heen.

Openingsbeeld: Evy van Nispen